Alchemie en de Grote Markteen initiatieke ommegang · René DE CLERCQ

Een wandeling door het Grote Werk

René DE CLERCQ vertelt op de Grote Markt, 17 juni 2007
René DE CLERCQ vertelt, Grote Markt, 17 juni 2007.
René DE CLERCQ, gedachtenisprentje
René DE CLERCQ († 19 september 2022) — zijn gedachtenisprentje.

De Grote Markt van Brussel, heropgebouwd na het bombardement van 1695, laat zich lezen als een alchemistisch boek. Dat is de lezing van René DE CLERCQ, die deze ommegang jarenlang gidste en er een levenswerk van studie aan wijdde. René overleed op 19 september 2022.

Wat u hier leest is een reconstructie uit zijn eigen teksten: zijn getypte studie, zijn handgeschreven bladen en spiekbriefjes, en de rondgangteksten die in 2019 uit zijn gesproken woord werden opgetekend. Waar René zelf aan het woord is, staat dat gemarkeerd; waar bronnen elkaar tegenspreken, zegt een noot dat eerlijk. De interpretatiesleutel — het plein als alchemistisch toverboek — ontleende René aan Paul de Saint-Hilaire; de invulling, veertig jaar kijken en lezen, is van hemzelf.

Praktisch. René's rondgang was een dagprogramma: 11u00–12u30 en 14u00–15u30, drie uur wandelen met middagpauze. Verzamelen vóór het Stadhuis. De wandeling is gratis; voor de haltes van beweging B moet de Sint-Niklaaskerk open zijn. Thuis lezen kan even goed: dit is ook gewoon een boek.

De rondgang van 17 juni 2007 voor het Broodhuis
De rondgang van 17 juni 2007 — de groep aan de voet van het Broodhuis.

De ommegang verlaat bewust het plein: de voorbereiding gebeurt in de Sint-Niklaaskerk, en de afsluitende vloeibare weg loopt langs de fonteinen tot bij Manneken Pis.


De ommegang — het leesboek

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten. Tien bewegingen, in de volgorde waarin hij liep.

Luister leest voor vanaf de halte die in beeld staat; met het bolletje spring je vooruit of terug. De wandelknop volgt je GPS en houdt het scherm wakker.

Beweging A · 1 van 10De kennismaking: het overzicht ("het ensemble") en de startplaats

Het overzicht (korte weg) — start = aankomst (ouroboros)

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten.

Welkom, hier vóór het Stadhuis. Ik neem u mee door de Grote Markt van Brussel — en ik ga ze u tonen zoals ik ze zelf ben gaan zien: als een alchemistisch toverboek in steen. Eén gotisch stadhuis, één neogotisch Broodhuis, en vijfendertig barokke gildehuizen die eromheen staan als de bladzijden van dat boek, in vijf blokken van zeven, met zeven straten die erop uitlopen. De rondgang die we gaan maken volgt de zeven stappen van de korte weg van het Grote Werk; ge zult zien dat het einde hier bijna het begin raakt — start en aankomst vallen samen, wat de alchemisten de ouroboros noemen, de slang die in haar eigen staart bijt. Twee sleutels openen dit boek voor wie ze wil zien: een ezel die zijn rug naar de Markt keert, en drie gevelbeelden hoog boven de daken die naar elkaar wijzen. Daarmee beginnen we.

A1Het overzicht ("het ensemble") vóór "Den Sack"

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Kijk eens rond. Brussel is ontstaan als een ophoging in de broeken, de moerassen, en dit plein heette vroeger niet de Grote Markt maar het Nedermerckt. Wat ge hier voor u hebt is een geheel: één gotisch stadhuis, één neogotisch Broodhuis, en vijfendertig barokke gildehuizen — vijf blokken van zeven — die in een mooie afwisseling samenwerken. Het plein is een langwerpig vierkant, honderdnegen meter bij vierenvijftig: de lengte is precies het dubbel van de breedte. Zeven straten lopen erop uit: de Boterstraat, de Vlees- en Broodstraat, de Haringstraat, de Heuvelstraat, de Hoedenmakerstraat, de Karel Bulsstraat en de Gulden Hoofdstraat. En let op: de Sint-Niklaaskerk, waar we straks naartoe gaan, vormt bouwkundig één geheel met het noordelijke blok huizen.

Voor mij is deze Grote Markt een alchemistisch toverboek in steen. De plek heette ooit Mercuriusberg, later Sint-Michielsberg, en in mijn lezing beeldt het plein het Grote Werk uit in zeven stappen — een ommegang waarbij het einde, de steen der wijzen, zeer dicht bij het begin ligt: de ouroboros. Het cijfer zeven beheerst hier alles. En de allereerste opdracht die ik u geef, is naar boven te kijken: er staan maar drie beelden echt rechtop boven de daken, en ze wijzen alle drie naar elkaar. Zo lees ik het: Sint-Niklaas tussen twee vlampotten op 'In den Vos' verwijst naar Nicolas Flamel; de figuur met het wiel op 'De Gulden Boot' naar Baziel Valentin; en de ruiter met het Gulden Vlies op 'De Gulden Boom' naar Salomo Trismosin — de drie voornaamste naslagwerken die bij de heropbouw geraadpleegd zijn.

Aan het stadhuis zelf zijn er ook bogen: links, in mijn lezing, de lange weg, twaalf stappen als de dierenriem; rechts de korte weg, zeven stappen — de weg die wij vandaag gaan.

De allereerste opdracht is de betekenis van de drie enige rechtopstaande beelden boven de daken te begrijpen. Deze drie figuren verwijzen naar de drie voornaamste geraadpleegde naslagwerken bij de wederopbouw van de Grote Markt, een echte Bibliographie.— getypte studie, blad 25/77
Ze wijzen alle drie naar mekaar.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
Nicolas Flamel, Basilius Valentinus en Salomon Trismosin gelden als drie beroemde namen uit de alchemistische boektraditie (14de–16de eeuw); hun werken waren René's voornaamste bronnen — de sleutel bij het studiewerk stelt ze voor. De identificatie van de drie gevelbeelden met Flamel, Valentin en Trismosin is René's eigen esoterische lezing, in de lijn van Paul de Saint-Hilaire; de gangbare kunstgeschiedenis geeft een profane, heraldische of religieuze verklaring. Ook de figuur 'Salomo Trismosin' zelf wordt door de moderne wetenschap als vermoedelijk pseudoniem beschouwd.

→ de fiche in het studiewerk (met de bronverschillen)

A2De startplaats vóór het Stadhuis

Voor deze halte is nog geen plaatsbepaling geverifieerd — liever leeg dan fout.

Van hier, vóór het Stadhuis, wijs ik u eerst het huis dat niet in het geheel past: Den Ezel. Het uithangbord is verdwenen, maar het toonde een ezel die op de fluit speelt — de ezel uit het verhaal van Apuleius, die op rozen moet kauwen om weer mens te worden. Hij keek met zijn gezicht naar de Boterstraat en met zijn achterste naar de Grote Markt. Achter u de straten die naar hier toeleiden: de Boterstraat, kort en licht gebogen, ooit een drukke handelsstraat in moerasgebied; de Gulden Hoofdstraat; en de Heuvelstraat, met haar oude pandindeling. En boven ons, gebouwd vanaf 1402, met de toren vanaf 1444 zesennegentig meter hoog: het Stadhuis, bekroond met de vergulde aartsengel Michaël die een draak velt.

Die ezel is voor mij de tweede rebus van de rondgang: wat steekt er schril af? Hij is de profaan, l'homme malfait, de leerling-tovenaar die een beter mens moet worden. Let op waar hij naar kijkt en waar hij zijn rug naar keert: de ezel hier en de rozen bij het huis verderop in de rondgang liggen recht tegenover elkaar, aan het begin en het einde van het Werk — ze raken elkaar, zo lees ik het, als de ouroboros. Ik denk ook aan de ezel van Sint-Niklaas, beladen met goud, en aan de ezelsoren van koning Midas, die alles in goud veranderde: een waarschuwing. Maar vóór alles wijst hij de weg. Ge moet de Grote Markt eerst verlaten.

Hij speelt met zijn fluit in de richting van de Sint-Niklaaskerk. Zijn achterkant toont hij naar de Grote Markt. Hij zegt dus, je moet de grote markt verlaten en eerst naar de Sint-Niklaaskerk.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
Bekijk de ezel en ga naar de St. Niklaaskerk— getypte studie, blad 29/77

→ de fiche in het studiewerk (met de bronverschillen)

Beweging B · 2 van 10De Sint-Niklaaskerk: op zoek naar de oerstof

De voorbereiding (korte weg) — Materia Prima et Putrefactio

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten.

Vóór het eigenlijke Werk begint, moeten we iets gaan zoeken. De oerstof — de materia prima, bij mij ook wel het zout van de alchimist of de Groene Leeuw — de ruwe grondstof waarmee alles begint. Daarvoor verlaten we de Grote Markt even: door de Boterstraat, langs de plek waar de fontein van de Dry Maegdekens stond, naar de Sint-Niklaaskerk. Die kerk is na het bombardement van 1695 terzelfdertijd met de Markt herbouwd; ze vormt er bouwkundig één geheel mee. Wat ge daar binnen zult zien — de heiligen, de doodskoppen, het zoutvat — wijst allemaal dezelfde weg: dood en verrotting gaan aan elke wedergeboorte vooraf.

B1Het kerkgebouw buitenzijde

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Kijk eens omhoog. Een kleine kerk, ingeklemd tussen de huizen — maar ooit stond hier een enorme toren, waarschijnlijk het eerste belfort van Brussel, en die overheerste heel het Beursplein. Langs drie zijden is de kerk vastgemetseld aan de bebouwing; alleen deze westgevel toont zich, met zijn portaal, de spitsboogvensters tussen de steunberen en het uurwerk in de top.

En nu iets vreemds, en dat is in mijn lezing geen slordigheid maar een aanwijzing: de as van het koor wijkt af van de as van het schip. Die afwijking wijst — zo lees ik het — naar de zonsopgang op vijf juni, de feestdag van de heilige Bonifaas, patroon van de goudsmeden.

De kerk vormt een architecturale eenheid met de grote markt zelf.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
De getypte studie koppelt 5 juni/Bonifaas vooruit aan huis D5 (De Gulden Boot); in zijn leidraad verwerpt René elders de Bonifatius-identificatie bij datzelfde huis echter uitdrukkelijk. Beide lezingen bewaard, niet verzoend.

→ de fiche in het studiewerk (met de bronverschillen)

B2Het beeld van de gegeselde Christus

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Binnen. Het eerste wat ge ziet is een beeld van Christus in veelkleurig geverfd hout — de gegeselde, bijna dode Christus. Maar kijk naar zijn linkervoet: die is van koper, en in dat koper zit een splinter van het Heilig Kruis. Mensen strelen die voet met de rechterhand; volgens mijn aantekeningen was dat vanaf 1670 zelfs verplicht voor de prostituees, vóór het werk.

Dit beeld is waarschuwing én programma tegelijk, zo lees ik het: afsterven — dood en verrotting — is de voorwaarde voor wederopstanding tot iets perfecters. Het hout is het vat met de oerstof, het koper het metaal dat ermee in verbinding staat. En onthoud dit gebaar van de gestreelde koperen voet: helemaal op het einde van de rondgang, bij het huis De Sterre, streelt iedereen de koperen arm van een liggend beeld. Daar sluit de cirkel — de ouroboros. De cirkel begint hier.

Het eerste wat je ziet is een beeld van Christus in hout met een koperen voet.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)

→ de fiche in het studiewerk

B3De rechter zijbeuk (zuid)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

In de rechter zijbeuk tonen de medaillons van de lambrisering de heiligen — en voor wie het wil zien: de heiligen van de alchemie. De eerste is Sint-Pieter. Petrus: de steen. In mijn lezing de eerste patroonheilige van de alchemisten, en kijk naar zijn sleutels: gekruist en gebonden.

Maar de sleutels zijn gekruisd. Als ze gebonden zijn wijst het steeds op iets esotherisch [sic], hier verwijst het naar de alchemie.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)

Openen en sluiten: solve et coagula, oplossen en stollen — de twee grondgebaren van het Werk. Verderop Sint-Barbara, patrones van mijnwerkers en kanonniers, met haar toren: in mijn lezing de athanoor, de oven van de alchemist, en haar kelk de smeltkroes. Het derde venster dat zij in de toren liet aanbrengen zegt dat het werk in het geheim gebeurt. Boven de doopvont Johannes de Doper, de voorloper. En de koorlambrisering is gewijd aan Sint-Niklaas zelf, patroon van de metaaldelvers en de meersseniers — de mirakelman die goud brengt.

Bij Johannes de Doper zegt de leidraad "riet om[gezet] in keien", de getypte studie "riet in goud en kelen in parels". Vermoedelijk een verschrijving; beide lezingen bewaard.

→ de fiche in het studiewerk

B4Het rechter zijkapelletje (zuid)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Dit kapelletje, vroeger het zijportaal naar het kerkhof, is gewijd aan Sint-Niklaas. Ge ziet hem staan met de drie kinderen in het zoutvat — de drie kinderen die de beenhouwer vermoordde en die de heilige weer tot leven wekte. Het zout van de alchimist, zeg ik dan: het zoutvat is het eiken vat waarin de oerstof moet rotten, en de drie kinderen brengen opnieuw het cijfer drie in beeld.

Kijk ook naar de engelen: een engel met een doodshoofd, een engel met een doodskop op de knie, en onderaan in de lambrisering twee doodskoppen tussen vleugels. Dat doodshoofd is in mijn lezing het filosofisch ei met de rottende oerstof — bij Jeroen Bosch is het een kristallen ballonnetje. Altijd hetzelfde: dood en verrotting als voorwaarde om herboren te worden.

Aan de rechter zijtoegang zie je een beeld van Sint-Niklaas uit 1967. Beeld van de 3 vermoorde kinderen in een zoutvat.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)

→ de fiche in het studiewerk

B5Een bijzondere zuil (rechtover rechter zijbeuk)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Recht tegenover de rechter zijbeuk, op een zuil, staat een eenzaam Christuskind. Geen doodskop ditmaal, maar een wereldbol in de hand.

Hij heeft geen doodskop maar een wereldbol in de hand. De wereldbol is hier een verwijzing naar de oerstof.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)

De wereldbol als het filosofisch ei — het begin van alles. Ge vindt datzelfde ei terug in de schilderijen van Bosch en Bruegel: het ei als de materia prima.

→ de fiche in het studiewerk

B6Het koor

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Het koor is het oudste deel dat ge hier ziet — afgewerkt in 1381 — en het staat gedraaid ten opzichte van het schip, richting die zonsopgang van vijf juni waarover ik het al had. De lambrisering vertelt in tien taferelen het leven van Sint-Niklaas: zijn geboorte, de bedevaart naar Jeruzalem, zijn aanstelling tot bisschop van Myra, de gevangenen die hij bevrijdt uit een doormidden gekapte toren — voor mij alweer een athanoor — en vooral: de drie goudbeurzen.

Tweede tafereel: hij werkt [sic] 3 goudbeurzen naar 3 hoeren en zo vinden ze hun maagdelijkheid terug— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)

Drie beurzen, drie vrouwen, drie gevangenen — het cijfer drie, keer op keer. En dat mirakel van de teruggeschonken maagdelijkheid zegt precies wat de alchemie beweert: in dit Werk is niets onmogelijk.

Gerard David, Drie legenden van Sint-Niklaas (ca. 1500–1520) — met de goudbeurzen voor de drie vrouwen. National Galleries of Scotland · publiek domein, via Wikimedia Commons.

→ de fiche in het studiewerk (met de bronverschillen)

B7De linker zijkapel OLV van de Vrede (noord)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Aan de noordkant, in de linker zijkapel, zit Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede. Kijk goed, want dit beeld is zeer uitzonderlijk.

Beeld van Onze-Liever-vrouw [sic] van 1500, met een bloemenkrans en 1 groene tak, zittend op een wereldbol (verwijzing naar de alchemie, en opmerkelijk: zonder Jezuskind.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.) — letterlijk, met onvoltooide haakjes uit de bron

Een Maria zonder kind: in mijn lezing is zij hier de oermoedergodin, Demeter. De wereldbol is opnieuw het filosofisch ei, en de groene tak belooft succes. Hier is ook de dodenpoort, de oude uitgang naar het kerkhof aan de overkant van de Taborastraat. Dood en verrotting — en dan, in het reliekschrijn van de martelaren van Gorcum, de bomen die bloeien met margrieten: margarites, de parel. De adept gaat zijn schat terugvinden.

En let nu op waar deze kapel naar verwijst: OLV van de Vrede — precies de naam van het eerste huis van de volgende groep, in de Boterstraat. Zo werkt heel de rondgang:

Het laatste punt van de kerk verwijst je naar het eerste punt van het volgende.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)

→ de fiche in het studiewerk (met de bronverschillen)

B8Een tweede bijzondere zuil (voorste travee)

Voor deze halte is nog geen plaatsbepaling geverifieerd — liever leeg dan fout.

Nog één ding, vlak voor we buitengaan. In de zuil van de voorste travee zit een echte kanonbal, van het bombardement van 1695 — het geweld waaruit heel dit toverboek in steen herrezen is. Bij die zuil hoort het gotische kruisbeeld van de vier uitersten: dood, oordeel, hemel, hel. Daarmee zijt ge gewaarschuwd — en klaar voor de Markt.

Voor deze halte is nog geen eigen plaatsbepaling vastgelegd; het plannetje volgt zodra het punt geverifieerd is — liever leeg dan fout.

→ de fiche in het studiewerk

Uitgelicht — hier begint de cirkel

Het gebaar waarmee deze kerk u ontvangt — de rechterhand die de koperen voet van de gegeselde Christus streelt — is hetzelfde gebaar waarmee de rondgang drie uur later eindigt: de koperen arm van het liggende 't Serclaes-beeld bij het huis De Sterre. Begin en einde raken elkaar aan, in koper. In René's lezing is dat de ouroboros: de slang die in haar eigen staart bijt, het Werk dat een gesloten lus is.

Beweging C · 3 van 10Boterstraat N°46 en de Noordgroep: Grote Markt N°34 tot 39

De eerste stap of Calcinatio (oververhitting) — het zwarte werk, + zwavel (mannelijk)

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten.

We zijn terug op de Grote Markt, en nu begint het eigenlijke Werk. De eerste stap heet calcinatio, oververhitting — het zwarte werk, de nigredo — en daarbij komt er zwavel bij, het mannelijke beginsel, bij de oerstof die we in de Sint-Niklaaskerk hebben gevonden. Deze groep bestaat uit het huis Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede in de Boterstraat, op de hoek met de Markt, en de zes gevels aan de noordzijde van de Markt, van nummer negenendertig tot vierendertig. Merk op: we beginnen bij Den Ezel, nummer negenendertig — het láátste huisnummer van heel de Markt. Dat is geen toeval, zo lees ik het: het is de ouroboros, waar het einde het begin raakt, en het is precies hier dat men moet beginnen. De stap eindigt bij Den Helm, nummer vierendertig, waar het filosofisch staal verkregen is en de smeltkroes mag afkoelen: de stap van Mars is dan volbracht.

C1BOTERSTRAAT, N° 46 : ONZE LIEVE VROUW VAN DE VREDE

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Aan de Boterstraat, op de hoek met de Markt, hangt het gevelreliëf van Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede — een verering die al teruggaat tot elfhonderdzestig. Ze houdt een bebladerde tak, haar buik is versierd met een stralende zon omringd door vlammen, en aan weerszijden twee hoorns van overvloed, vol fruit.

Hier begint voor mij de eerste stap van de ommegang: de calcinatio, het zwarte werk, de nigredo — door warmte, vuur en rotting. De Maagd is de smeltkroes, de matras, met de oerstof die erin ligt te rotten: zij ontvangt de materia prima die ge in de Sint-Niklaaskerk al gevonden hebt. De stralende zon staat voor vruchtbaarheid — ze zal het goud baren, zo lees ik het — en onderstreept de functie van smeltkroes en vlammen. En die twee hoorns van overvloed kondigen nu al aan wat helemaal op het einde van de rondgang wacht: de multiplicatie, de ouroboros.

Zij ontvangt de materia prima. Die had je al gevonden in de Sint-Niklaaskerk.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
La Vierge dans le matras ou la matière première.— getypte studie, blad C-13
Het huisnummer 46 hoort bij de Boterstraat, niet bij de Grote Markt zelf — al wordt het huis in de rondgang bij de Markt gerekend.

→ de fiche in het studiewerk

C2GROTE MARKT, N° 39 : DEN EZEL

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Dit is nummer negenendertig, het láátste huisnummer van heel de Grote Markt. Het uithangbord met de ezel is verdwenen, maar in zeventienhonderdzevenendertig stond hij nog afgebeeld op een gravure, kijkend naar links. Ook dit huis is bij het bombardement van 1695 verwoest, en tweemaal hersteld: in 1699 en nog eens in 1916.

Die muziekspelende ezel is voor mij Alliboron, naar het verhaal van Apuleius — een gewilde vreemde eend in de bijt, zoals men die ook in Chartres en Aulnay vindt. Hij is de profaan, de oningewijde leerling-tovenaar die 'malfait' is, zoals wij allemaal, met de opdracht beter te worden. Het is een dubbele waarschuwing en een rebus tegelijk: wie zich zonder inwijding met deze wetenschap inlaat, wachten catastrofes — denk aan koning Midas met zijn ezelsoren. Kijk hoe hij staat: zijn rug naar de hoorns van overvloed bij Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede, zijn gezicht naar de Grote Markt. Om een gouden ezel te worden moet hij eerst heel de reeks beproevingen van deze rondgang doorstaan en, zo lees ik het, op rozen kauwen — de ouroboros weer. En omdat dit het laatste huisnummer is, is het ook hier dat men moet beginnen.

laatste huisnummer van de Grote Markt, en hier moet men beginnen!— getypte studie, blad C-01
hij is "malfait" (zoals wij allemaal) en heeft de opdracht om beter te worden— getypte studie, blad C-01
René's eigen rekensom voor het cijfer negenendertig: vijf blokken van zeven huizen (vijfendertig), waarvan enkele dubbel geteld of ongenummerd zijn — vandaar negenendertig als laatste nummer (SPIEK-15).
In het citaat over de rozen staat een onzeker gelezen passage in het handschrift/typoscript; die lezing is niet met zekerheid te reconstrueren en is hier weggelaten — liever leeg dan fout.

→ de fiche in het studiewerk

C3GROTE MARKT, N°38: SINTE BARBARA, voorheen DE GECROONDE RONCHE

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Hier, op nummer achtendertig, staat Sinte Barbara — vroeger De Gecroonde Ronche. Ze houdt een zwaard in de ene hand en een kelk in de andere, naast een toren met drie verdiepingen en drie vensters. Het jaartal 1696 staat in de gevel: ook dit huis is na het bombardement herbouwd.

Barbara is voor mij de patrones van de alchemisten — zij beschermt tegen ontploffingen. Ze is een uitnodiging aan de adept, aan ons dus, om nu de athanoor aan te steken onder de smeltkroes met de drieledige oerstof. Die toren aan haar voet is de oven van de alchemisten.

patrones van de alchimisten (beschermt tegen explosies); uitnodiging voor Adept (C2) om athenoor (bij uitbreiding de 3-ledige oerstof) aan te steken onder de smeltkroes— getypte studie, blad C-02
Op deze fase moet je je oven aansteken.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
De leidraad voegt toe dat de oven hard hout, eik, nodig heeft — een vooruitwijzing naar het volgende huis, Den Eyck.

→ de fiche in het studiewerk

C4GROTE MARKT, N°37: DEN EYCK

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Nummer zevenendertig, Den Eyck, is de linkerhelft van een dubbelhuis — samen met Het Vosken ernaast. In de gevel: een eik op een heuvel, de stam vanboven gespleten. Al in 1590 wordt dit huis vermeld; na het bombardement van 1695 werd het in 1697 herbouwd.

Die gespleten eik is voor mij 'de holle boom': het tonnetje waarin de oerstof geplaatst wordt om te rotten — en tegelijk de oerstof zelf, het zout, én de athanoor, de oven zelf, Al Tannur, de ton. Het dubbelhuis met het huis hiernaast is de smeltkroes: de oerstof van hier moet gemengd worden met wat het volgende huis brengt, de zwavel.

"de holle boom" = soort tonnetje waarin de oerstof geplaatst wordt om ze te laten rotten = de oerstof zelf (het "zout") = de athenoor (de oven) (Al Tannur, de ton)— getypte studie, blad C-02
In dit brandend eikenhout moet je je a-tenor, smeltkroes opwarmen.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
In de geschiedenistabel schreef René zelf 'AUG1595' voor het bombardement — een kennelijke verschrijving voor augustus 1695. Rond het jaar 2000 was hier trouwens het koffiehuis Aroma; René bewaarde er zelf een reclamefolder van.

→ de fiche in het studiewerk

C5GROTE MARKT, N°36: HET VOSKEN, vroeger DE SAMARITAEN

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Naast Den Eyck, op nummer zesendertig, staat Het Vosken — vroeger De Samaritaen: de rechterhelft van hetzelfde dubbelhuis. Het gevelbeeld toont een vosje dat wegloopt, in de richting van Den Pauw verderop.

De vos is voor mij een woordspeling: vulpis, omgekeerd gelezen pulvis — de zwavel, met haar zwavelgeur. Ook de duivel wordt hiermee bedoeld, om zijn geheimzinnige werking, of de bok, om diezelfde geur. Dit dubbelhuis is opnieuw de smeltkroes: de zwavel hier moet gemengd worden met de oerstof van het huis hiernaast. En het lopende vosje wijst alvast de weg naar de volgende halte.

Vulpis = PULVIS (zwavel met zwavelgeur) ook: de duivel (geheimzinnige werking) of de bok (zwavelgeur)— getypte studie, blad C-03
Dier met speciale geur, stinkt naar zwavel. VULPES, omgedraaid SEPLUV = woordspeling op het woord SULFER.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
Een handgeschreven aantekening boven de titel in René's studie ('sulun [?]') is onzeker leesbaar en is niet in de duiding hierboven verwerkt.

→ de fiche in het studiewerk

C6GROTE MARKT, N°35: DEN PAUW

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Dit is Den Pauw, nummer vijfendertig — een typisch Vlaams-Brussels huis uit de zeventiende eeuw. In de gevel trekt een pauw, sommigen zien er een haan in, zijn staart met ogen open.

Met een knipoog naar Salomo Trismosyns Aureum Vellus lees ik die ogen in de pauwenstaart als de veelkleurige ogen die in de smeltkroes verschijnen: een teken dat het werk vordert, wanneer de oerstof — die we bij de kerk vonden — gemengd met de zwavel hiernaast en opgewarmd bij Sinte Barbara, haar werk doet. Dat is het teken VITRIOL. De eerste stap is bijna voltooid.

De oerstof (B) gemengd met zwavel (C5) en opgewarmd (C3), laat in de smeltkroes (C4) veelkleurige ogen zien = aanduiding dat het werk vordert = VITRIOL.— getypte studie, blad C-03
Wijst erop dat de eerste stap bijna gedaan is.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
Volgens het Verificatierapport is de beeldtaal van 'Salomo Trismosyn' (Aureum Vellus / Splendor Solis) authentiek en historisch reëel, maar wordt de figuur Trismosin zelf door de moderne wetenschap als vermoedelijk pseudoniem beschouwd.

→ de fiche in het studiewerk

C7GROTE MARKT, N°34: DEN HELM, vroeger VLEESHUYS

Voor deze halte is nog geen plaatsbepaling geverifieerd — liever leeg dan fout.

We zijn aan het einde van de eerste stap: Den Helm, nummer vierendertig, vroeger het Vleeshuys, op de hoek met de Vlees- en Broodstraat. In de borstwering, links, trekken zes naakte kindjes blazend een harnas uit het vuur; rechts stellen zes andere kinderen een helm op een trofee.

Hier besluit voor mij de eerste stap: de smeltkroes moet afkoelen — ludus puerorum, kinderspel, zoals die spelende putti laten zien. Wat we gekregen hebben is het staal der filosofen: een vast coagulaat dat de zaadkiemkrachten van oerstof en zwavel nog in zich draagt, maar dat moet afkoelen tot koude materie. Met Salomo Trismosyn erbij: de eerste stap is volbracht, de stap van wapengod Mars.

"Het staal der filosofen": het verkregen produkt (coagulaat, stolsel, sediment) is vast en bevat nog de zaadkiemkrachten eigen aan de gebruikte substanties (oerstof en zwavel), maar moet afgekoeld worden tot een koude materie (cfr. Salomo Trismosyn: de eerste stap is volbracht: de stap van wapengod Mars)— getypte studie, blad C-04
links: 6 naakte kinderen trekken blazend een harnas uit het vuur, rechts 6 naakte kinderen stellen een helm op een trofee— getypte studie, blad C-04
Aan het einde van elke stap wijst een teken aan het laatste huis naar de volgende halte; hier gaat de zoeker over naar de tweede stap: 'Je moet nu naar wit = KWIK' (leidraad).

→ de fiche in het studiewerk

Beweging D · 4 van 10De Noordoostgroep: Grote Markt N°20 tot 28

De tweede stap van Sublimatio (vergassing) — het witte werk, + kwikzilver (vrouwelijk)

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten.

Van Den Helm gaan we verder naar de tweede stap: de sublimatio, de vergassing. Hier komt kwikzilver bij, het vrouwelijke beginsel — zeven gevels, van nummer twintig tot achtentwintig, tussen de Heuvelstraat en de Haringstraat. Het kwikzilver, dat vinden we bij Den Heert, en het filosofisch staal dat we in de eerste stap gekregen hebben, moeten allebei vluchtig, gasvormig gemaakt worden vóór ze zich kunnen verenigen. Daarom is de verbintenis van Jozef en Anna, schoonzoon en schoonmoeder, 'onnatuurlijk': het mag alleen 'in fantaisie', gesublimeerd. Den Engel toont die gasachtige, hermafrodiete toestand; bij Den Gulden Boot brengt het wielvuur de materies in zestien uur tot gasvorm; De Duyve kondigt de vluchtige toestand aan; en in het Ammans-Kamerken tenslotte vormt zich het amalgaam dat ons naar de volgende stap leidt, de conjunctie.

D1GROTE MARKT, N°20: DEN HEERT

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Nummer twintig, Den Heert, op de hoek met de Heuvelstraat. In de zijgevel: een hert in een onmogelijke, bijna vliegende houding, dat het woud invlucht — vooraan een holle boom — achtervolgd door een hond.

Dat vluchtende hert is voor mij het kwikzilver van de alchemisten: cervus fugitivus, cerf volant, servus fugitivus — attribuut van Mercurius en het vrouwelijke beginsel van het Grote Werk. Het staat klaar om gemengd te worden met het filosofisch staal dat we bij Den Helm gekregen hebben, maar het zit nog verscholen in Mercurius en kan zo niet paren met Mars. Eerst moet het gesublimeerd worden. Het kwikzilver is voor mij ook de slavin van de alchemist, die hij naar eigen goeddunken in de smeltkroes manipuleert.

dit is zeker alchemie! Het kwikzilver (vrouwelijk principe) staat klaar om gemengd te worden met het filosofisch staal (cfr. C7). maar het zit nog verscholen in Mercurius, en kan zo niet paren met Mars. Eerst sublimeren— getypte studie, blad D-01
1970 — Paul de Saint Hilaire heeft hier een ware revelatie: heert = alchimistisch kwikzilver (cervus fugitivus)— getypte studie, blad D-01

→ de fiche in het studiewerk

D2GROTE MARKT, N°21: JOZEF of SINT JOZEF

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Nummer eenentwintig is Jozef — de rechterhelft van een dubbelhuis, samen met Anna ernaast. Een sober, laat-barok gevelbeeld, een cartouche met de huisnaam onder een schelp.

Sint Jozef is voor mij de zwavelachtige materie ná de calcinatio, het mannelijke beginsel — het 'staal' dat we bij Den Helm kregen — gehuwd met Sint Maria, en dus schoonzoon van Sint Anna hiernaast. In de smeltkroes moeten het mannelijke en het vrouwelijke beginsel op een onnatuurlijke manier gemengd worden: incest mag niet, tenzij 'in fantaisie', gesublimeerd. Zo raadt Nicolas Flamel het zelf aan: sublimeer, maak er eerst gas van.

incest mag niet, tenzij in fantaisie (sublimatie), zoals Nicolas Flamel, die zegt: sublimeer ! (maak er eerst gas van)— getypte studie, blad D-02
Ze moeten beide gasvormig worden en dan is de conjunctie geen incest meer.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
De leidraad behandelt Jozef en Anna als één halte; René's eigen typoscript geeft ze als twee aparte huizen onder één dubbelhuisgevel. Dit register volgt René's eigen nummering — Jozef en Anna als twee haltes die samen één verhaal vertellen.

→ de fiche in het studiewerk

D3GROTE MARKT, N°22: ANNA of SINTE ANNA

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Naast Jozef, op nummer tweeëntwintig, staat Anna — de linkerhelft van hetzelfde dubbelhuis. Ook hier: een sober laat-barok gevelbeeld met een cartouche onder een schelp.

Sinte Anna is voor mij het kwikzilver, het vrouwelijke beginsel dat we bij Den Heert al tegenkwamen — en de schoonmoeder van Sint Jozef hiernaast. In de smeltkroes moet zij op onnatuurlijke wijze gemengd worden met het mannelijke 'staal': Mars, met de zwavel erbij, is klaar; Venus moet nog gesublimeerd worden met het kwikzilver, Mercurius. Ook hier geldt: incest mag niet, tenzij in fantaisie — sublimeer, zoals Nicolas Flamel het wil.

Anna is het kwik en Joseph is het zwart.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
Mars (met zwavel) is klaar, Venus moet gesublimeerd worden met kwikzilver (Mercurius)— getypte studie, blad D-02

→ de fiche in het studiewerk

D4GROTE MARKT, N°23: DEN ENGEL, vroeger DEN OLIJFBOOM

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Nummer drieëntwintig, Den Engel, vroeger Den Olijfboom. In de gevel een engel met een zwaard in de rechterhand en een balans, doorwegend naar het midden, in de linker, tussen twee maskers — een mannelijk rechts, een vrouwelijk links. De fijnste details zijn verdwenen, maar nog te zien op een schilderij in het museum.

Die engel is voor mij een etherisch hermafrodiet wezen: hij verwijst naar de gasachtige, gesublimeerde toestand. Het 'staal' — Mars, het mannelijke beginsel — en het kwikzilver — Mercurius, het vrouwelijke — moeten eerst verzwakt worden door een hevig vuur, een wielvuur, zoals we het bij Den Gulden Boot in zestien uur zullen zien. De stand van de balans zegt hoe: met de helft méér zwavel dan kwikzilver, of de helft mínder kwikzilver dan zwavel, moet het vuur aangestoken worden — het zwaard. Het doel is de conjunctie, verderop; dit huis verwijst ook vooruit naar de tweede verhitting, bij het Fortuyn.

etherisch hermaphrodiet wezen, verwijzend naar de gasachtige (gesublimeerde) toestand: "staal" (Mars) (het mannelijk principe) en kwikzilver (Mercurius) (met vrouwelijk principe) moeten eerst verzwakt worden door een hevig vuur of "wielvuur" (in enkele uren)— getypte studie, blad D-03
Het sublimeren, het vergassen van iets stelt men voor door een vogel maar ook door een engel.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)
De leidraad zegt dat Herman Teirlinck in dit huis gewoond zou hebben; René's typoscript plaatst hem bij nummer 26-27, waar zijn ouders een kunstwinkel hadden. De getypte studie is hier als hoofdbron gevolgd.

→ de fiche in het studiewerk

D5GROTE MARKT, N°24-25: DEN GULDEN BOOT, vroeger DEN KLEERMAECKER of DEN MOL

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Het dubbelhuis op nummer vierentwintig-vijfentwintig is Den Gulden Boot, het gildehuis van de kleermakers. Boven het portaal, in een ronde nis met zestien stralen, het borstbeeld van Sinte Barbara, patrones van de kleermakers, met een koord rond de borsten en een diadeem met een engeltje, tussen twee vazen. In het gebogen fronton bovenaan een jaartal, een chronogram, en een standbeeld.

Die zestien stralen zijn voor mij de rota: het wiel, het wielvuur dat nodig is om het mannelijke en het vrouwelijke beginsel in zestien uur tot gasvorm te brengen. De athanoor moet hier opnieuw branden, onder de begraven smeltkroes, met gloeikolen onder, opzij en boven — terwijl de twee beginselen samen zijn als de knoop rond Barbara's borsten. En dat topbeeld: in mijn lezing is het niet Sint Bonifaas, maar Basiel Valentin, met zijn muts, zijn wiel en zijn ontblote knie van de ingewijde — hij verwijst naar diens Char triomphal de l'Antimoine. Hij wordt aangewezen door Karel Van Lotharingen, in mijn lezing Salomo Trismosyn, en wijst zelf naar Sint-Niklaas, Nicolas Flamel — de eerste rebus van heel de rondgang, hier hernomen.

Het chronogram in de gevel lees ik zo: zoals de woeste kracht van de vijand door het vuur het huis vernielde, zo herstelt de kleermaker het en draagt het op aan de schepenen. Die kleermaker, de sartor, is voor mij de zaaier — de adept zelf.

Rota = wiel, wielvuur, nodig om het mannelijke en het vrouwelijke principe tot gasvorm te brengen in 16 uren.— getypte studie, blad D-03
Hij wordt aangewezen door Karel Van Lotharingen (= Solomo Trismosyn) en wijst zelf St. Niklaas (= Nicolas Flamel) aan.— getypte studie, blad D-04
De leidraad geeft het chronogram sterk verhaspeld weer; de versie uit de getypte studie is hier aangehouden.
De identificatie van het topbeeld met Basiel Valentin — en van Karel Van Lotharingen met Salomo Trismosyn — is René's eigen esoterische lezing; de gangbare kunstgeschiedenis herkent in het topbeeld Sint Bonifatius. Ook 'Salomo Trismosyn' zelf wordt als historische figuur betwist.

→ de fiche in het studiewerk

D6GROTE MARKT, N°26-27: DE DUYVE, vroeger HET SCHILDERSHUYS

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Nummer zesentwintig-zevenentwintig is De Duyve, vroeger het Schildershuys, ooit het gildehuis van de schilders. In de gevel een witte opvliegende duif, uit het midden van een bloemenkrans, gehouden door twee engeltjes — verdwenen nu, maar nog te zien op een schilderij in het museum.

Die opvliegende duif zegt voor mij dat de materies uit de vaste toestand komen en zich nu in gasachtige toestand bevinden: de sublimatio is gelukt, het vluchtige mengsel vliegt op.

In dit huis woonde Victor Hugo tijdens zijn ballingschap, in 1851-1852; hier schreef hij aan Les Contemplations, Le Petit Caporal, Châtiments en enkele hoofdstukken van Les Misérables. Later, van 1880 tot 1910, hadden de ouders van Herman Teirlinck er hun kunstwinkel.

de materies komen uit de vaste toestand en bevinden zich nu in gasachtige toestand— getypte studie, blad D-05
verblijfplaats Victor Hugo tijdens ballingschap; schrijft hier Contemplations Le petit Caporal, Châtiments en enkele hoofdst. Uit Les Misérables— getypte studie, blad D-05
De leidraad situeert Herman Teirlincks jeugdjaren verkeerdelijk bij nummer drieëntwintig (Den Engel); zijn ouders hadden hun kunstwinkel hier, op 26-27, van 1880 tot 1910. De getypte studie is gevolgd.

→ de fiche in het studiewerk

D7GROTE MARKT, N°28: HET AMMANS-KAMERKEN, vroeger DEN GULDEN KOOPMAN en DE WAPENS VAN BRABANT

Voor deze halte is nog geen plaatsbepaling geverifieerd — liever leeg dan fout.

Op de hoek met de Haringstraat, nummer achtentwintig: het Ammans-Kamerken, vroeger Den Gulden Koopman en De Wapens van Brabant. Drie bouworden boven elkaar — voor mij het mooiste voorbeeld ervan op heel de Markt. Boven de deur de wapenschilden van Brabant en Brussel, met de aartsengel Michaël die de duivel overwint. Van hieruit gaf de amman, de gerechtsofficier, vroeger het teken bij openbare executies op de Markt.

De naam is voor mij een woordspeling: het Ammans-kamerken, het kamerke van 'l'amant', de minnaar — het gaskamertje waar de sublimatio, de volatilisatio, plaatsvindt en het amalgaam zich vormt: het paren van het mannelijke met het vrouwelijke element. Bij het gevecht tussen kwikzilver en zwavel wint het kwikzilver! De gezwavelde Mars kan nu eindelijk paren met de gemercurieerde Venus. De drie bouworden hierboven lees ik als leerling, gezel en meester.

En het teken van de amman, richting de fontein op de Markt, wijst de alchemist de weg naar de volgende stap.

Bij het gevecht tussen kwikzilver en zwavel wint het kwikzilver! De gezwavelde Mars kan nu paren met de gemercurieerde Venus— getypte studie, blad D-06
De Amman heeft het sein gegeven en dit is het teken voor de alchemist waar hij naartoe moet.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)

→ de fiche in het studiewerk (met de bronverschillen)

Beweging E · 5 van 10Het Coninckxhuys (Broodhuis / Maison du Roi)

De derde stap of Conjunctio (samensmelting) — korte weg

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten.

We staan nu tussen de Haringstraat en de Vlees- en Broodstraat, tegenover het Stadhuis, bij het Coninckxhuys — vroeger het Broodhuys of de Broodhalle, in het Frans de Maison du Roi. In mijn eigen indeling draagt dit huis de letter E, en het is de derde stap van de ommegang: de Conjunctio, de samensmelting van het gezwavelde mannelijke en het gemercuriseerde vrouwelijke principe tot het amalgaam. De vertaling die ik van Saint-Hilaire maakte, zegt het zo: het is het amalgaam van de materies, tot een vluchtige toestand gebracht. En in mijn eigen overzichtsschema staat het nog korter: de derde stap, korte weg — samenvoeging, amalgaam.

Voor mij is dit huis de scharnier van heel de rondgang. Er heeft hier nooit een vorst gewoond, en toch heet het Huis van de Koning — en dat is, zo lees ik het, geen vergissing maar een aanwijzing: het verwijst uitsluitend naar de Koninklijke Kunst, de alchemie zelf.

E1Het Hoofdgebouw

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Wat ge hier voor u ziet, is niet het oorspronkelijke gebouw. In 1210 stond hier een houten broodhalle naast de lakenhalle; in 1516, op bevel van Keizer Karel, werd het heropgebouwd in steen als het Coninxhuys — al heeft er, zoals ik al zei, nooit een vorst in gewoond. Het diende als gerechtshof, als gevangenis — de graven Egmont en Hoorn hebben er gezeten — en in 1767 kreeg het een grondige verfraaiing tot wat men toen het Venetiaans Paleis noemde, met fronton, uurwerk en een devies erboven.

1767 meer ingrijpende restauratie "Venetiaans Paleis". Fronton met uurwerk en devies: SIT PATRIAE AUREA QUAEVIS (dat voor het vaderland alles goud worde, "duidelijke" verwijzing naar de alchimie)— getypte studie, blad E-01

Sit patriae aurea quaevis — dat voor het vaderland alles goud worde. Dat is, zo lees ik het, een duidelijke verwijzing naar de alchemie zelf, en de naam Coninckxhuys is voor mij trouwens puur alchimistisch: de Koninklijke Kunst. Ge zult die naam verderop terugvinden, bij het eerste huis van de westgroep, Den Coninck van Spaignien — en ze wijst ook naar Philaletus, naar zijn boek L'Entrée ouverte au Palais fermé du Roy, verschenen te Amsterdam in 1667.

In 1811 werd het huis voor 3300 frank verkocht aan markies Paul Arconati-Visconti — een man met een buitenissig leven, zijn sarcofaag diende hem als woon- en slaapmeubel.

Ze hebben voorgevel moeten openbreken om zijn sarcofaag uit het broodhuis te krijgen en naar Beersel over te brengen.— toegeschreven aan René (leidraad dec. 2019, opgetekend door D.M.)

In 1873 werd het oude gebouw afgebroken — om een futiele reden, zeg ik erbij — en in 1880 in neogotische stijl heropgebouwd, naar het voorbeeld van het stadhuis van Oudenaarde. Wat ge nu ziet, met zijn toren van vier geledingen en zijn achtkantige lantaarn, is dus die negentiende-eeuwse herbouw. Sinds 1930 is het volledig ingericht als stadsmuseum.

In de bron staat bij de verkoop van 1811 de aanduiding 'br.:' (broeder) voor markies Arconati-Visconti — dat is René's eigen loge-aanduiding uit de bron, en die wordt hier niet als titel overgenomen.

→ de fiche in het studiewerk (met de bronverschillen)

E2De Voorgevel (met de beelden van Keizer Karel en zijn (bet-over)grootmoeder)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Kijk naar deze voorgevel — bijna overdreven veel beelden, traceringen, pinakels, een galerij van twee verdiepingen. Twee gevelbeelden trekken mijn aandacht: Keizer Karel van Habsburg, en naast hem een vorstin. En dat is het huwelijk dat ge hier ziet uitgebeeld, zo lees ik het: de Conjunctio als een incestueus huwelijk.

Het mannelijk principe (de agent of vuuragent, Mars, de zwarte, de duivel), gezwaveld, paart op onnatuurlijke, incestueuze of gasvormige wijze met het vrouwelijke principe, Venus, de patient of het subtiele, gesproten uit het kwikzilver, Mercurius, de aartsengel, hier de grootmoeder) (cfr. D2 en D3). Incest is enkel toegelaten (omdat hij deze bevochting de lichamen in hun "eerste natuur" (gasvorm) aanwezig. [sic]— getypte studie, blad E-03

Onder het wapenschild draagt een tweekoppige adelaar de leeuw van Brabant. Bij Baziel Valentin vind ik: vooraf moet men het bloed van de leeuw mengen met de tranen van de adelaar — de paring van de arenden. Zo lees ik ook dit gevelbeeld.

Maar wie die vorstin naast Keizer Karel precies is, kan ik u niet met zekerheid zeggen — en dat is, denk ik, geen fout van mij maar van de overlevering zelf. Op mijn eigen schets van de stamboom staan twee mogelijke lijnen naast elkaar.

* Isabella v. Portugal? / (betovergrootmoeder v K. Karel) / of Maria v Bourgondië? / (grootmoeder v K Karel)— handschrift op blad E-16
De getypte studie opent op dit punt een eigen rubriek 'Keizer Karel' (wapenschild, het citaat van Baziel Valentin, de dakbeeldjes, de geschiedenis van 1880) tussen de voorgevel en wat in andere bewerkingen soms als aparte halte 'E2b' wordt afgesplitst. dit register volgt René's eigen nummering E1-E4 en houdt die passage binnen E2, de voorgevel.

→ de fiche in het studiewerk (met de bronverschillen)

E3De Zijgevels

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Loop even om het gebouw heen. Van de zijgevels heb ik weinig opgetekend — ze zijn, zeg ik kort, gelijkaardig opgevat als de hoofdgevel.

→ de fiche in het studiewerk

E4Interieur: Het Stedelijk Museum

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Ga binnen, naar het museum. Gelijkvloers links vindt ge de Profetenzaal: de fontein van de Dry Maegdekens, een triptiek van De IV Gekroonden — met een detail van de melkspuitende Onze-Lieve-Vrouw — en de originele profetenbeelden uit de stadhuistoren.

Gelijksvloers, links: "Profetenzaal": Fontein "De Dry Maegdekens"; triptiek "De IV gekroonden" (+melkspuitende OLV) originele beelden van profeten (uit de toren van het stadhuis) — maç. symbolen (maçonnieke symbolen)— getypte studie, blad E-04
E / Het Museum / Triptiek "De IV gekroonden" / detail de melkspuitende OLV— handschrift op blad E-18

Ik lees in die zaal maçonnieke symbolen — De IV Gekroonden verwijst voor mij naar de operatieve loge van de Vier Gekroonden hier in Brussel, waarin ook Willem de Bruyn werd aanvaard. Rechts hangt de Retabelzaal: Pieter Breughels De Bruyloftstoet — kijk naar de monsterkoppen langs de weg, voor mij de materia prima zelf — en het retabel van Saluces. In de vestibule staat een maquette van de toren van de Sint-Niklaaskerk uit 1714.

Boven vindt ge op de eerste verdieping twee schilderijen van de Ommegang van 1615 — kopieën, de originelen hangen in Londen en Madrid — die de huizen van de Grote Markt tonen zoals ze eruitzagen vóór het bombardement van 1695; daarnaast een kantwerkzaal met Brusselse kunstnijverheid en, aan de muur, schilderijen van F.J. De Roos met onder meer het Broodhuys en De Wolvinne. Op de tweede verdieping ten slotte de kostuums van Manneken Pis.

De koppeling tussen de loge van de Vier Gekroonden en Willem de Bruyn staat in René's eigen Saint-Hilaire-vertaling; de museumtabel zelf noemt bij de Profetenzaal enkel kort 'maç. symbolen'. De duiding als materia prima bij de Retabelzaal is eveneens René's eigen lezing.

→ de fiche in het studiewerk

Beweging F · 6 van 10De Westgroep: Grote Markt N° 1 tot 7 en Gulden Hoofdstraat N° 1

De vierde stap of Coagulatio (stolling) — korte weg

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten.

Nu gaan we naar de westzijde van de Grote Markt, tussen de Gulden Hoofdstraat en de Boterstraat: Grote Markt N° 1 tot 7, en de Gulden Hoofdstraat N° 1 erbovenop. Zeven gevels op een rij — Den Coninck van Spaignien, Den Cruywaghen, Den Sack, De Wolvinne, Den Hooren, In den Vos en Het Gulden Hooft — en zij beelden samen de vierde stap uit: de Coagulatio, de stolling. Wat in het Coninckxhuys nog vluchtig amalgaam was, moet hier vast worden. Mijn vertaling van Saint-Hilaire zegt het zo: de alchimistische coagulatie is de onverbreekbare vereniging van het vaste met het vluchtige tot een zo verdichte massa, dat ze weerstaat aan de aanvallen van het geweldigste vuur, en dat ze daarna haar vastheid overbrengt aan de metalen die zij zal transmuteren.

Onthoud twee punten onderweg: bij Den Sack, het derde huis, krijgt ge een overzichtelijke kijk op heel de Grote Markt. En bij Het Gulden Hooft, het laatste huis van deze reeks, klinkt de waarschuwing dat het Werk van hier af gevaarlijk wordt.

F1Den Coninck van Spaignien of Het Bakkershuys

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Dit eerste huis van de westgroep, Den Coninck van Spaignien, ook het Bakkershuys genoemd, staat in relais met het Coninckxhuys dat ge net verlaten hebt — via de bakkers, en via de Koning. Kijk naar het verguld borstbeeld boven de deur: officieel is dat de heilige Aubertus, bisschop van Kamerijk en patroon van de bakkers. Maar in mijn eigen lezing is het Albertus De Grote, de alchemist die het Livre des métaux schreef.

Albertus De Grote: een bekend alchimist schreef Livre des metaux, waarvan Nicolas Flamel schrijft, dat men het moet lezen! — SSB 248— getypte studie, blad F-01
St Aubert v. Kameryk / of St. Albertus Magnus— handschrift op blad F-19

Boven dat borstbeeld troont Karel II van Spanje, met twee vastgebonden Turkse slaven naast hem. Voor mij tonen die twee geketende gestalten dat het amalgaam gelukt is: het mannelijke en het vrouwelijke principe zijn in de smeltkroes gedomineerd en volgen, als slaven, de wil van de alchemist.

het amalgaam van mannelijk en vrouwelijk principe is de smeltkroes is gelukt: de 2 principes zijn gedomineerd; als slaven; volgen zij de wil van de alchimist [sic]— getypte studie, blad F-01

Op het dak staan zeven beelden: Hercules voor de Kracht, de vier elementen, Minerva voor de Wijsheid, en als windwijzer een vergulde Victoria met trompet — die wijst naar het huis rechtover, De Faam, de Schoonheid. Met Wijsheid zoeken en met Kracht werken, om uit de vier elementen, als overwinning, de Schoonheid te bereiken: dat is voor mij het hele programma van dit dak. Onthoud ook dat dit het beginpunt is van een verwijzing naar Santiago de Compostella — daarover straks meer, bij Den Cruywaghen.

De gangbare identificatie van het borstbeeld is wel degelijk Sint-Aubertus, patroon van de bakkers. René's lezing als Albertus Magnus is een eigen esoterische herinterpretatie — René's standpunt, geen feitencorrectie.

→ de fiche in het studiewerk

F2Den Cruywaghen of Het Vettewariërshuys

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Twee cartouches op deze gevel tonen elkaar toegewende kruiwagens — vandaar de naam, Den Cruywaghen, ook het Vettewariërshuys. Maar laat u niet vangen door de naam: die kruiwagens hebben niets te maken met kruiwagens, en niets met de vettewariërs. Er zit een dubbele bodem in.

Metalen onderstelen gebruikt om smeltkroes in uit het vuur te halen (niets te maken met kruiwagens of met vettewariërs: dus dubbele bodem); hier moet de smeltkroes met de gasachtige lichamen uit de athenoor gehaald worden [sic]— getypte studie, blad F-02

Het zijn, zo lees ik het, metalen onderstellen om de smeltkroes met de gasvormige lichamen uit de athanoor en het vuur te halen. En dit huis is nog iets anders: het beginpunt van de weg naar Santiago de Compostella, waar de 'korte weg' werd gevonden en bekendgemaakt door Nicolas Flamel. Boven op de nok staat Sint-Gillis, patroon van de vettewariërs — maar in mijn notities zet ik er ook Sint-Jacob naast, de pelgrimsheilige.

Beginpunt van de weg naar Santiago de Compostella, waar de "korte weg" werd gevonden, bekend gemaakt door Nicolas Flamel— getypte studie, blad F-02
In René's geschiedenisoverzicht staat de reeks jaartallen rond de heropbouw niet helemaal op orde — 1695 sloping en heropbouw in steen, en dan toch weer 1694 voor een uitbreiding, vóór het bombardement van augustus 1695 zelf ter sprake komt. Dat is hier niet rechtgetrokken.

→ de fiche in het studiewerk

F3Den Sack

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Op het uithangbord van Den Sack houdt een persoon een zak open. Weer niets met het ambacht te maken — de schrijnwerkers en kuipers van deze gilde — en weer, zeg ik erbij, een dubbele bodem.

Uithangbord: Een persoon houdt een zak open (niets te maken met de schrijnwerkers verzegelen, hermetisch afsluiten) dus terug een dubbele bodem [sic]— getypte studie, blad F-03

De zak betekent voor mij verzegelen, hermetisch afsluiten: de smeltkroes volledig ingekleed en gesloten. Tussen twee wijnranken hangt dat uithangbord — de eerste rank is voor mij het witte, de vergaste oerstof met kwikzilver; de tweede het rode, de vergaste oerstof met zwavel. En dit is een plek waar ge even moet stilstaan: hier, in het Westen, vindt het gevecht met de engel plaats, in de smeltkroes.

[Hier wij in het Westen verenigd, waar het gevecht met de engel (in de smeltkroes plaats vindt en waar men een overzichtelijke kijk heeft op de Grote Markt. [sic]— getypte studie, blad F-03

Van hier hebt ge ook een overzichtelijke kijk op heel de Grote Markt — een ideaal uitkijkpunt, zeg ik in mijn eigen aantekeningen, voor het hele ensemble. En dit huis wijst al vooruit naar de volgende groep: begeef u van het Westen naar het Oosten langs de gebruikelijke weg.

De zin over het gevecht met de engel is in de getypte studie zelf syntactisch onaf gebleven — een openende haak zonder sluiting. Ze is hier letterlijk overgenomen, niet stilzwijgend rechtgezet.

→ de fiche in het studiewerk

F4De Wolvinne of Cruysboogschuttershuys

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

De Wolvinne is voor mij een van de mooiste gildehuizen van heel het ensemble — en een ware encyclopedie van de coagulatio. Boven de deur zoogt de wolvin de tweeling Romulus en Remus. Die wolvin is de rebis, het mercuriaal sap dat men lupus noemt: het vrouwelijke principe, geanimeerd door het mannelijke, beide uit dezelfde stam, nu vloeibaar geworden tot één gecoaguleerd lichaam.

Vier vrouwenbeelden lezen de bewerking stap voor stap: de vlam wordt weggetrokken, de tweedracht is lang; de vluchtige stoffen worden stil, het weze vrede; het beschermmasker mag af, hier is de zwavel; en de waarheid ligt in het open boek.

Rechts: trekt een fakkel weg; wolvin DICORDIA LONGE (de tweedracht is lang) / Tweede: draagt een bundel; 2 duiven PAX SIT (het weze vrede) / Derde: neemt een masker weg; vos HINC FVLSVM (hier is de zwavel) / Links: toont open boek met EST=EST/NON=NON; arend HIC VERVM (het is=het is/neen=neen arend dit is de waarheid) [sic]— getypte studie, blad F-04

En helemaal boven, op de nok, rijst de fenix uit zijn as — est rené, zoals het chronogram het zegt — tussen twee vlampotten. Voor mij het symbool van de gelukte coagulatie; en niet toevallig werd dit huis zelf driemaal heropgebouwd.

COMMBVSTA INSIGNIOR RESVRREXI EXPENSIS SEBASTIANAE GVLDAE (1691) (Ik ben de dorde Fenix die na het dorde vuur in glorie opsta, vervangen door: na mijn verbranding zal ik beroemd opstaan ten koste van de Gilde van St. Sebastiaan) [sic]— getypte studie, blad F-05
De getypte studie spelt 'DICORDIA LONGE' en 'HINC FVLSVM'; René's eigen handschrift corrigeert naar 'DISCORDIA LONGA' en leest bij het derde devies 'fVlSVM'. De gangbare lezing daarvan is HINC FALSUM — 'weg van hier, leugen'. René leest er zelf bewust 'hier is de zwavel' in, een Falsum/Fulsum-woordspel dat ook bij C5 en F6 terugkeert: zijn lezing, geen vaststaand feit.

→ de fiche in het studiewerk

F5Den Hooren of Het Schippershuys, vroeger: Den Berg

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Den Hooren, vroeger Den Berg, is het huis van de schippers. Het reliëf toont een beslagen hoorn met de monding naar links — en die hoorn is voor mij de blaasbalg: de alchemist als souffleur, die een stroom koude lucht op de smeltkroes blaast om de gasvormige en vloeibare materie te fixeren.

de blaasbalg (soufflet); alchimist = "souffleur", die een stroom koude lucht blaast op de smeltkroes; de gefixeerde gasvormige en vloeibare materie— getypte studie, blad F-05

Kijk naar de ster met acht stralen, naar zon en maan. Die ster is voor mij Lucifer, of de ster van de zee — het visje remora, dat men zei dat een fregatschip in volle vaart kon tegenhouden. Zo lees ik het vaste residu dat zich aan de oppervlakte van de vloeibare materie vormt en alles door fixatie doet stoppen: het precipitaat dat komt bovendrijven. Zon en maan zijn goud en zilver.

1865 bewoond door Charles Baudelaire, ernstig verslaafd aan absinth en opium— getypte studie, blad F-06

En weet ge wie hier ooit gewoond heeft? Charles Baudelaire, in 1865 — al was hij toen, zeg ik erbij, al ernstig verslaafd aan absint en opium.

Salomo Trismosyn, naar wie René hier verwijst, is als historische figuur zelf omstreden — vermoedelijk een pseudoniem, en de geschriften die hem worden toegeschreven zijn grotendeels een compilatie van oudere bronnen. De beeldtaal die René gebruikt is authentiek overgeleverd; de figuur zelf blijft onzeker.

→ de fiche in het studiewerk

F6In den Vos

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

In den Vos: de naam zegt het al, zo lees ik het, want de vos is voor mij de zwavel — net als bij het huisje In het Vosken dat ge eerder al zaagt. Hier moet rode verpulverde zwavel worden toegevoegd om het precipitaat te bevorderen.

zwavel (cfr. C5 "In het Vosken"); hier moet rode verpulverde zwavel (le soufre phylosophiale) bijgevoegd worden om het precipitaat te bevorderen. [sic]— getypte studie, blad F-06
Vos = VULPIS / = PULVIS = poeder / = SULPVI = solfer [zwavel]— handschrift op blad F-43

Vulpis, pulvis, sulpur — vos, poeder, zwavel: een drievoudig woordspel, helemaal van mijzelf. Kijk dan naar de naakte kinderen op de gevel, die linnen en passementerie wassen: dat is het ludus puerorum, het kinderspel. Wat grijs was moet nu wit gewassen worden — de natuur doet dat werk zelf, de adept moet weinig tussenkomen.

En Sint-Niklaas, boven in de gevel, is voor mij een rebus: hij wijst naar Nicolaas Flamel, die op zijn beurt wijst naar Karel van Lotharingen — Salomo Trismosyn, bij het huis H5 — terwijl de heilige Bonifaas, Basile Valentin, naar hém wijst. Drie alchemisten die elkaar aanduiden, de een na de ander.

De identificatie van de drie wijzende figuren — Flamel, Basile Valentin, Trismosin — is René's eigen esoterische lezing; de gewone kunstgeschiedenis noemt bij deze gevel gewoon Sint-Niklaas, Sint-Bonifatius en de landvoogd Karel van Lotharingen. Trismosin is bovendien, zoals al bij Den Hooren vermeld, als historische figuur zelf betwist.

→ de fiche in het studiewerk

F7Het Gulden Hooft (Gulden Hoofdstraat, N° 1)

Voor deze halte is nog geen plaatsbepaling geverifieerd — liever leeg dan fout.

Hier, in de Gulden Hoofdstraat, is de alchemie tot in een straatnaam doorgedrongen.

Hier is in een straatnaam de alchemie doorgedrongen.— getypte studie, blad F-07

Boven de deur straalt een verguld mensenhoofd, met een zwaard in de ene hand en een balans in de andere — weeg en meet, zegt het opschrift eronder. Voor mij is dit het sluitstuk van heel de Coagulatio: na verder blazen en afkoelen wordt het mengsel steeds vaster en droger, tot op de bodem van de smeltkroes een kristallijne stof neerslaat — het gouden hoofd, de roste kop — zo vast dat ze weerstaat aan het gewelddadigste vuur.

WAARSCHUWING: vanaf hier wordt het gevaarlijk! Verwijzing naar G1 en G2— getypte studie, blad F-08

En daarmee klinkt meteen de waarschuwing: vanaf hier wordt het Werk gevaarlijk. Weegt en meet nauwkeurig, en begeeft u van het Westen naar het Oosten, langs de gebruikelijke weg.

Voor dit huis ontbreekt in het geo-bestand een eigen GPS-koppeling. Bovendien loopt de coördinatenreeks van de andere zes huizen van zuid naar noord, terwijl de huisnummers 1 tot 7 op het terrein van noord naar zuid lopen — mogelijk is de reeks gespiegeld. Dat moet nog ter plaatse geverifieerd worden vóór publicatie.

→ de fiche in het studiewerk

Beweging G · 7 van 10Heuvelstraat nr. 22-24 en de Oostgroep: Grote Markt nr. 15-19

De vijfde stap of Rectificatio (Zuivering)

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten.

We steken het plein nu diagonaal over, naar de ingang van de Heuvelstraat, richting het Oosten. Hier begint de vijfde stap van de korte weg: de rectificatio, de zuivering — het witte werk, l'Oeuvre au Blanc. De materie is wit geworden; nu moet ze nog eens gezuiverd en verheven worden, naar een hogere graad van volmaaktheid. Wie in dit werk slaagt, bekomt het projectiepoeder waarmee onvolmaakte metalen, gesmolten, in zilver veranderen.

Zeven gevels telt deze groep: eerst twee huizen in de Heuvelstraat zelf, De Halff Maene en De Waege, en dan vijf gevels van dat grote huizencomplex aan de oostkant van de Markt, De Hertogen van Brabant — De Borsse, De Heuvelkens, Den Tinnen Pot, Den Wintmeulen en De Fortuyne. Zeven stappen naar het zilver.

Bij P. de Saint-Hilaire, wiens Atlas du Mystère René DE CLERCQ als sleutel gebruikte, heet deze groep de 'Groupe Est' met de letter F; in DE CLERCQs eigen letterindeling — die dit register volgt — is dit groep G, de vijfde stap.

G1De Halff Maene

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

We staan nu pal in het Oosten. In mijn lezing wijst die richting zelf al iets aan: de Arabische wereld, waar zoveel van deze kennis vandaan komt. Kijk naar de gevel: een halsgevel in zandsteen, laat-Italiaanse barok, met geblokte pilasters en een fries vol bladmotieven. Centraal een medaillon: een naar links kijkende maansikkel in een ovale cartouche, gedragen door twee engeltjes. Het rechtse engeltje toont de sterren tegen een gedoofde, open lantaarn; het linkse gooit een handkandelaar omver, met op de achtergrond een gekruisigde vleermuis.

Het witte werk kan beginnen, zo lees ik het. Diana — de maan — is de perfect wit geworden materie. Het is een nieuwe zuivering, een exaltatie: rondom de witte stof vormen zich cirkeltjes van verschillende kleuren, telkens als zij van kleur verandert — de alchemistische sterren, die het rechtse engeltje toont. De blik van de maan wijst de richting die ge moet volgen; ge zijt van het Westen naar het Oosten gegaan, langs de gewone weg. De omgegooide kandelaar zegt dat dit werk begint zonder vuur buiten de athenoor. En die gekruisigde vleermuis: een waarschuwing voor wie ingewijd is — deze vijfde stap is gevaarlijk voor wie het niet is.

Het witte werk begint hier— handschrift op blad G-08
Diana is de perfect wit geworden materie— getypte studie, blad G-01
Het spiekbriefje dat in de geo-lijst aan dit huis gekoppeld staat (note_09, SPIEK-09) behandelt inhoudelijk niet De Halff Maene, maar de zesde stap, groep H; de koppeling is dus onzeker. En de GPS-coördinaat die voor dit huis genoteerd staat is dezelfde als voor De Waege ernaast — nog te verifiëren ter plaatse.

→ de fiche in het studiewerk

G2De Waege

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Naast de Halve Maan staat De Waege — de weegschaal. Een verhoogde, evenwichtige halsgevel, drie bouwlagen met de drie orden — dorisch, ionisch, corintisch — en drie traveeën. Op de begane grond dragen pilasters, eindigend op gehurkte figuren, de balkonplaat; een booglijst toont putti en een weegschaal, en die weegschaal hangt niet in evenwicht: de rechterschaal weegt door.

De dragende figuren, zo lees ik het, tonen dat het zwarte werk perfect geslaagd is — de basis waarop het witte werk nu verder bouwt. En de weegschaal leert dat deze zuivering een nauwkeurige weging vraagt: aan de ene kant het heuveltje precipitaat uit de vorige bewerkingen, het 'gulden hoofd', aan de andere kant het metaal dat moet worden ingezet, opgeofferd, om te transmuteren.

De hele kunst zit hem in het gewicht en de verhoudingen van de stoffen, die moeten vergast worden— getypte studie, blad G-02
Het zwarte werk is perfect geslaagd als basis voor verdere bewerkingen— handschrift op blad G-11
Ook hier is de spiekbriefje-koppeling in de geo-lijst (note_11) onzeker: die bladzijde gaat over Den Tinnen Pot, Den Wintmeulen en De Fortuyne, niet over De Waege. En welk metaal er precies moet worden ingezet — lood? zilver? — blijft open; de bron zegt het zelf niet.

→ de fiche in het studiewerk

G3De Borsse

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Hier begint het grote complex: zeven gildehuizen samengevoegd tot één statig geheel, ingeplant aan de kant van de 'Haut de la Ville', het Oosten. Drie bouwlagen, negentien traveeën, negentien pilasters die als consoles dienen voor de borstbeelden van de hertogen van Brabant, en boven alles een zolderverdieping in de stijl van Palladio. De Borsse, de eerste gevel, deelt zijn dubbele bordestrap met het huis ernaast en toont, één verdieping hoger dan bij de buur, een ronde cartouche: een volle beurs, dichtgebonden met een dubbele koord, tussen twee lauriertakken. Ernaast het jaartal ANNO 1698.

Na de weging van daarnet zijn de twee materies te mengen, zo lees ik het; deze cartouche is zelf een schaal van die weegschaal. Ze staat één verdieping hoger dan bij het huis hiernaast: er is dus drie keer minder te transmuteren metaal nodig dan precipitaat uit de vorige bewerkingen. Wat er in die beurs zit — zilver? metaal? het mannelijk principe? — weet ik niet, en de bron zelf zegt het niet: het is de meest onbekende bewerking, ze blijft geheim.

Meest onbekende bewerking: blijft geheim— getypte studie, blad G-03
Op het fotomateriaal van heel deze gevelwand staat gedrukt: 'LA BOURSE • LA COLLINE • LE POT D'ETAIN / LE MOULIN A VENT • LA FORTUNE • L'ERMITAGE' — en René schreef er zelf zijn eigen indeling bovenop: De Borsse, Het Heuvelken, Den Tinnen Pot, Den Wintmeulen, De Fortuyne, en dan verder De Cluyse en De Roem. Het complex overspant dus de grens tussen deze groep en de volgende.

→ de fiche in het studiewerk

G4De Heuvelkens (Het Heuvelken)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Tweede gevel van het complex, met de dubbele bordestrap gedeeld met De Borsse. Bij de deur het steenhouwersmerk W P, van Pieter Winecq, meester-steenhouwer van Feluy en Soignies. De cartouche — nu één verdieping lager dan bij De Borsse — toont drie witte heuveltjes met wat begroeiing aan de voet, en daarboven een Sint-Jacobsschelp naast een bord met winkelhaak, hamer, truweel en waterpas.

Die drie witte heuveltjes zijn vruchtbare, wit gewassen aarde, zo lees ik het: het precipitaat dat is opgevangen na de coagulatie. De cartouche staat één verdieping lager dan bij De Borsse: neem dus drie keer méér precipitaat dan te transmuteren metaal. Het steenhouwersmerk toont dat de Henegouwse steenkappers de Brusselse te hulp komen. De Sint-Jacobsschelp wijst naar Nicolas Flamel, naar Compostela; en het bord met winkelhaak, hamer, truweel en waterpas zegt mij dat hier de operatieve loge van de Grote Markt zetelt.

Hier is de operatieve loge van de Grote Markt— getypte studie, blad G-04
Vruchtbare aarde, wit gewassen = het opgevangen precipitaat na de coagulatie— getypte studie, blad G-03
Ook voor dit huis klopt de spieknote in de geo-lijst niet helemaal: note_10 is toegewezen, maar dat blad behandelt eigenlijk de vier huizen G1 tot en met G4 samen — met als laatste punt net dit huis, 'de Heulter Kruis, 3 witte heurettjes'. De nummering van de spiekbriefjes voor deze groep is niet eenduidig te koppelen aan de afzonderlijke huizen.

→ de fiche in het studiewerk

G5Den Tinnen Pot

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Derde gevel: deur met het steenhouwersmerk LISSE, bordestrap gedeeld met het huis erna. De cartouche draagt ANNO 1697; in een bladerkrans staat een smalle tinnen pot met een goed afgesloten deksel.

Na de weging moet aan het precipitaat van de twee materies een vloeistof worden toegevoegd, zo lees ik het. De tinnen pot is de smeltkroes die de materie bevat; het tin staat voor het oplossend kwikzilver. Wat erin zit zou de maagdenmelk kunnen zijn — het deel van het mercuriaal sap dat eerder opzijgezet werd voor de coagulatie — of gewoon zuiver water. Ik weet het niet: het grote geheim wordt niet medegedeeld. En met de schrijnwerkers, zeg ik er meteen bij, heeft het niets te maken.

Het grote geheim wordt niet medegedeeld— getypte studie, blad G-04
wat zit er in = het grote geheim— handschrift, spiekbriefje SPIEK-11
Een handgeschreven kanttekening naast deze tekst is grotendeels onleesbaar gebleven; ze is hier niet overgenomen. En de inhoud van de pot blijft uitdrukkelijk open — maagdenmelk, mercuriaal sap, zuiver water: liever leeg dan fout.

→ de fiche in het studiewerk

G6Den Wintmeulen (later Het Vlaamsch Huys)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Vierde gevel, met de dubbele bordestrap gedeeld met De Fortuyne. Op een rechthoekige steen: links een watermolen met schepraderen, in het midden een holle boom, rechts een windmolen op een platform, met een trap van zeven treden, en achteraan een woud met een kluis.

Na de nauwkeurige dosering gebruikt men dit toestel om te pletten en te verpulveren, zo lees ik het: precipitaat, zilver en maagdenmelk worden samen een mengsel en dan korrels. De holle boom is het preparaat in de smeltkroes, in de athenoor; de windmolen maalt de droge, korrelige massa verder tot poeder en meel.

Le moulin où la matière est à broyer.— onderschrift bij verzameld fotomateriaal, blad G-24
René's uitweiding hierbij over de dichter Achilles Mussche, en over Victor Hugo's verblijf in dit huis in 1851, zijn zijstapjes in de bron, geen gevelsymboliek; ze blijft in dit verhaal dan ook achterwege. Hugo's verblijf wordt elders in René's aantekeningen trouwens aan een ander huis toegeschreven, 'De Duyve' — niet uitgeklaard binnen deze bronnen.

→ de fiche in het studiewerk

G7De Fortuyne

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Laatste gevel van deze groep, al staat het volgende huis in hetzelfde complex. Beneden ligt een kelder, overkluisd door een tongewelf, en in de gevel staat een cartouche: RESTAURATUM 1890. Het reliëf toont Fortuna op een wiel met acht spaken: uit haar hoorn regenen zilveren muntstukken op een blad met vijf bladeren, tussen twee bolle bomen en, aan de voet, een korf vol fruit en bloemen.

Het fortuin lacht de alchimist toe, zo lees ik het, nadat hij een wielvuur van acht uur heeft laten branden — het wiel met acht spaken herinnert eraan. Fortuna vermenigvuldigt de inzet: er kan zilver gemaakt worden, het witte werk is gelukt. En ik weet — de indeling in zeven is hier zo stereotiep — dat dit de laatste bewerking van de rectificatio is, ook al staat het volgende huis in hetzelfde complex.

De adept weet nu (gezien stereotiepe indeling in 7) dat dit de laatste bewerking van de rectificatio is, ofschoon het volgende huis in hetzelfde complex staat !!— getypte studie, blad G-05
Afbeelding v.d. Fortuin waarop de bekende "Hoorn des overvloeds" voorkomt in de Rechterhand— handschrift op blad G-28
Voor dit huis is in de geo-lijst geen spiekbriefje aan deze halte gekoppeld; het inhoudelijk passende blad zou SPIEK-11 zijn.

→ de fiche in het studiewerk

Beweging H · 8 van 10De Zuidgroep: Grote Markt nr. 8 tot 14

De zesde stap of Fixatio (Poedervorming en de Steen der Wijzen)

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten.

Nu komt de zesde stap, de gevaarlijkste van allemaal: de fixatio of rubificatie, het rode werk, l'Oeuvre au Rouge. De materie moet stap voor stap naar het rode overgaan, om ten slotte het beroemde projectiepoeder op te leveren — de Steen der Wijzen zelf, waarmee metalen in goud veranderen. Dit is, zeg ik erbij, de meest gevaarlijke en de meest geheime bewerking van heel het Werk; ze vraagt de meeste aandacht en overpeinzing.

Zeven gevels opnieuw: eerst De Cluyse en Den Goeden Naem, de laatste twee huizen van hetzelfde complex De Hertogen van Brabant, en dan, verder langs de zuidoostzijde, De Dry Kleuren, De Roose, Den Gulden Boom — het Brouwershuis —, De Swaene en ten slotte De Sterre, tot aan de Karel Bulsstraat.

Ook hier volgt het register René DE CLERCQs eigen letterindeling: bij Saint-Hilaire heet deze groep de 'Groupe Sud-Est', met de letter G.

H1De Cluyse

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Nog een gevel van hetzelfde complex, maar met dit huis begint een nieuwe stap: de fixatio, het rode werk. Het uithangbord toont een kluis met leemdak en een klokje, in een bosachtig landschap met een holle eik; twee monniken staan er tegenover elkaar — de ene met baard en het boek van de regel in de hand, de andere leunend op een stok, met een emmer vol brood.

Ik weet — de indeling in zeven is stereotiep — dat dit de eerste bewerking van de fixatio is, ook al hoort het huis nog bij hetzelfde complex als daarnet. Het is het ogenblik van overpeinzing, afzondering, onderzoek en observatie: de eerste stap van het rode werk, met een athenoor die bewaakt moet worden. De twee monniken — moines — vormen in mijn lezing een rebus op de regula antimonii, anti-moine: het saturnaal antimoniaal azijn, een sterk reinigingsmiddel voor metalen. Oratorium en laboratorium, ora et labora, mogen niet verlaten worden. En de cibatie — de voeding van de steen in de smeltkroes, telkens als de klok luidt — is precies dezelfde symboliek als bij het huis van Nicolas Flamel, in de Rue de Montmorency te Parijs.

Het streven naar goud is zeer gevaarlijk en geheimzinnig— getypte studie, blad H-01
ora et labora (oratorium en laboratorium) niet te verlaten— getypte studie, blad H-01
Wie van de twee monniken Sint-Antonius zou zijn, laat de bron zelf al met een vraagteken staan; de vraag blijft hier dan ook open.

→ de fiche in het studiewerk

H2Den Goeden Naem (De Gevleugelde Faem)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Zevende en laatste gevel van het complex, uiterst rechts. Bij de deur opnieuw een steenhouwersmerk, W P, van Pieter Wincqz. Op de dorpel staat CRESCIT EUNDO of CRESCIT FUNDO — 'zij groeit door te gaan', of 'zij groeit door de basis'. In het driehoekig fronton een verguld beeld van een gevleugelde vrouw met een trompet, een bladerkrans in de linkerhand.

Het steenhouwersmerk getuigt opnieuw van de hulp van de Henegouwse steenhouwers aan de Brusselse. De afgekoelde materie — zo lees ik het — groeit langs de afgekoelde weg, als een gasachtig lichaam, dankzij het wielvuur. De Faam kondigt aan dat het goud enkel kan voortkomen uit het vloeibaar mengsel, en dat het einde van het Grote Werk nadert.

Aankondiging van het principe dat het goud enkel kan voorkomen uit het vloeibaar mengsel, en dat het einde van het Grote Werk nadert— getypte studie, blad H-01
Symboliek = de schoonheid— handschrift op blad H-01
De beeldhouwer van de Faam wordt in de bron tweemaal verschillend gespeld — Louis Samyn bij de beschrijving, Louis Samain bij de geschiedenis in 1898; welke spelling juist is, is binnen deze bronnen niet beslecht. Een lange notitie van D.M. over een verguld trompetbeeld rechtover dit huis heeft René hier niet overgenomen: ze is grotendeels onzeker ontcijferd.

→ de fiche in het studiewerk

H3De Dry Kleuren (Den Thaborberg)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Hoekhuis met de Hoedemakersstraat. Op de begane grond, in blauwe hardsteen: AUX TROIS COULEURS. Hoger een vergulde cartouche met drie vlaggen — één recht, twee gekruist in een Sint-Andrieskruis.

De Thaborberg is de plaats waar Christus zich voor drie leerlingen transfigureert — transmutatie, zo lees ik het. De bekomen vloeistof krijgt in de smeltkroes na elkaar drie kleuren: wit, dan geel — citrien —, dan rood. Dat is het einde van het witte werk en het begin van het rode werk: de drie kleuren waar de filosofische materie doorheen moet tijdens heel het rode werk.

De bekomen vloeistof krijgt in de smeltkroes achtereenvolgens 3 kleuren: wit (blank) > geel (citrien) > rood. Dat is het einde van het witte werk en het begin van het rode werk— getypte studie, blad H-02
Over het bouwjaar van de heropbouw houden René's bronnen elkaar niet: 1707 in de getypte studie, 1699 in de leidraad — dezelfde namen (Van de Putte, Timmermans, De Roy) in beide, het jaartal niet verzoend.

→ de fiche in het studiewerk

H4De Roose

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Een elegante halsgevel met de drie bouworden. Bij de deur een tweetalige gevelplaat: hier werd in 1919 de Nationale Strijdersbond gesticht. De cartouche draagt het jaartal 1702; het reliëf toont een rozelaarsstengel die zich in drieën splitst — links de knop, in het midden de open roos, rechts de opengaande roos — uit een vaas.

Voor dit huis heb ik in mijn eigen getypte tekst geen aparte symboliek-alinea teruggevonden — de bladzijde loopt door zonder dat er iets over De Roose bij staat. Uit mijn andere aantekeningen wél: de drie kleuren van het rode werk gaan over 'door DE ROOS, gekwekt door het bloed van Venus'. En op een spiekbriefje noteerde ik de drie rozen als de rozen die de Engel Aliborum moet doen kauwen om weer mens te worden — Lucius, de ezel uit de Metamorfosen van Apuleius, die door rozen te eten zijn mensengedaante terugkrijgt: de transmutatie gelukt.

De kleuren zullen overgaan worden door (4) DE ROOS, gekwekt door het bloed van Venus. [sic]— getypte studie (groepstekst), GROEPEN p.10
Dit is de enige halte in deze twee groepen waar René's eigen getypte symboliek ontbreekt; wat hierboven staat komt uit andere aantekeningen, telkens met bron. Liever leeg dan fout.

→ de fiche in het studiewerk

H5Den Gulden Boom (Het Brouwershuys)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Het Brouwershuis: drie bouwlagen, drie traveeën, de drie bouworden. Onder de grond het brouwersmuseum met installatie uit 1650; boven, tussen twee gevleugelde dolfijnen, zes naakte kinderen die aan brouwen doen denken — vaten rollen, vaten leegdrinken. MAISON DES BRASSEURS staat er, en op het dak, boven een fronton met leeuwen, een ruiterbeeld met een grote ketting en het Gulden Vlies om de hals.

Brouwen is een soort alchimie, zeg ik altijd. Ik leg hier een verband met Karel van Lotharingen en de Sint-Jansloges: landvoogd van de Oostenrijkse Nederlanden, koning van Jeruzalem, en — in mijn lezing — alchimist en vriend van de graaf van Saint-Germain. Dit is de plaats van de redenaar: de toespraak van bouwmeester Willem De Bruyn draagt volgens mij een belangrijk geheim in zich: 'bewust hebt ghy ghewrocht voor de eeuwigheyt'. De holle eik van eerder in de rondgang draagt nu eikels en wordt een gouden boom: de voltooiing van het werk, de cirkel gesloten — de ouroboros.

Het is het ludus puerorum, het kinderspel: al de vloeistof boven het rode precipitaat op de bodem van de smeltkroes — de 'gulden boom' zelf — moet eruit, moet als het ware uitgedronken worden; de steen der wijzen blijft over. De volmaaktheid is enkel te bereiken door de materies eerst vloeibaar, dan gasvormig te maken, en dan weer vloeibaar.

bewust hebt ghy ghewrocht voor de eeuwigheyt— toespraak van Willem De Bruyn, geciteerd in de getypte studie, blad H-03
brouwen is een soort alchimie— getypte studie, blad H-03
Het ruiterbeeld op het dak is bij de heropbouw door Willem De Bruyn eerst dat van Maximiliaan van Beieren geweest, met het Gulden Vlies; het is later vervangen door het beeld van Karel van Lotharingen, de bij de Brusselaars geliefde landvoogd. Dat is extern bevestigd en mag hier stellig staan.
René noteert ergens dat het beeld van Maximiliaan met het Gulden Vlies 'Salomo Trismosyn' voorstelt, de auteur van het Aureum Vellus — en wijs hem aan naast Basiel Valentin op 'De Gulden Boot' en Nicolas Flamel op 'Den Vos'. Die boeken bestaan werkelijk en zijn invloedrijk geweest; maar of 'Salomo Trismosin' ooit echt bestaan heeft, wordt door de wetenschap betwist — vermoedelijk een verzonnen naam. Het wordt hier doorgegeven als René's eigen lezing, niet als vaststaand feit.
Ook het jaartal van De Bruyns toespraak houden René's bronnen niet gelijk — 1698 in de ene lijst, 1699 in de andere, 'vijf jaar later' in de groepstekst; niet verzoend. En in 1638, blijkt uit René's eigen geschiedenislijst, was er nog geen enkel verband met een 'Gulden Boom' — een dubbele bodem, dus, in de naam zelf.

→ de fiche in het studiewerk

H6De Swaene

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Het enige huis van deze twee groepen dat niet in de Vlaams-Italiaanse barok staat, maar in Franse klassieke stijl — Lodewijk XIV, en toch, zeg ik er zelf bij, zonder dat het naast de rest 'jureert'. Bij de deur, boven een tweetalige gevelplaat over de stichting van de Belgische Werkliedenpartij in 1885, een fraaie zwaan die opwiekt uit het riet. Op de bel-étage een cartouche met de initialen P.F., tussen twee putti; hoger, ANNO 1698. En in het fronton, boven een oculus, drie beelden: Slagerij, Overvloed en Landbouw, met het chronogram HAEC DOMUS LANEA EXALTATUR — 'in dit huis werd de wol verheven'.

Het opgestapelde witte, vluchtige element ontsnapt hier, zo lees ik het, na het breken van de smeltkroes die de roos verbergt — het stijgt op als de zwaan. De zwaan is de gedaante die Jupiter aanneemt om een hele nacht, in het duister, bij Leda te liggen; daaruit komen tweemaal tweelingen uit eieren. De bevruchte steen brengt zo vier keer zoveel goud op als er werd ingezet. Die grote vruchtbaarheid is de voorbode van wat komt: de schittering, en de vermenigvuldiging. Le cygne, zeg ik dan — le signe: het teken.

Le cygne = le signe (het teken)— getypte studie, blad H-05
le cygne (= le signe) = (la nulle de gaz de soufre [?] qui s'échappe quand on chauffe le creuset)— handschrift, spiekbriefje SPIEK-01 (ontcijfering deels onzeker)
René's uitweiding hierbij over Marx en de 'Bond der Rechtvaardigen' in 1846 is een zijstapje in de bron, geen gevelsymboliek — en enkele details ervan sluiten niet aan bij de gangbare geschiedschrijving (Marx woonde van 1845 tot 1848 in Brussel); het wordt hier doorgegeven als René's eigen aantekening, niet als vaststaand feit.

→ de fiche in het studiewerk

H7De Sterre

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Een hoekhuis, gereconstrueerd, met één brede astravee tussen twee smalle zijtraveeën en een bekronende vergulde zesarmige ster — dit huis draagt, schreef ik er zelf bij, geen nummer. Onder de galerij aan de zijgevel staan twee monumenten: dat voor burgemeester Karel Buls, met Architectuur en Onsterfelijkheid, passer en schrijfplank; en, van de hand van Julien Dillens, het bronzen monument voor Everard Tserclaes, in drie registers — boven Tserclaes die de stad herovert op de Vlamingen, in het midden de blijde intrede van Wenceslas van Luxemburg, onder de Brusselaars die uit wraak het kasteel van Gaasbeek verbranden. Onderaan ligt het beeld van de vermoorde Tserclaes zelf.

De ster is de Steen der Wijzen, het projectiepoeder, gehaald uit de smeltkroes — uit het 'ei' — en daarmee eindigt het rode werk, zo lees ik het. Het is het licht dat schijnt in de duisternis, bij het krieken van de dag, na de nacht met Leda waarover ik het bij De Swaene had. Karel Buls, zeg ik erbij, had het belang van het patrimonium begrepen, waarvoor hij de verantwoordelijkheid droeg; kunstenaar is voor mij hier gelijk aan alchimist. En het Tserclaes-monument roept de eeuwenoude strijd op tussen Brusselaars en Vlamingen. Het gebruik is het liggende beeld te strelen: dat brengt één jaar geluk. En hier — denk aan de gegeselde Christus in de Sint-Niklaaskerk, aan zijn gestreelde koperen voet, helemaal in het begin van deze rondgang — hier is de ring gesloten: de ouroboros bijt in zijn eigen staart.

Verwijzing naar het huis van de Wolvinne, vroeger in deze rondgang: hier begint een nieuw werk, de vorming van het elixir uit de maagdenmelk die toen opzijgezet werd.

Sur la poincte du jour, on vid par dessus la personne du Roy une ESTOYLLE très resplendissante, et la lumière du jour illumina les ténèbres— geciteerd door René, toegeschreven aan Salomo Trismosinus, Aureum Vellus, blad H-06
Aan KAREL BULS / burgemeester / van de / stad BRUSSEL / de erkentelijke / kunstenaars / 1899— opschrift monument Karel Buls, blad H-06
Van dit citaat noteert René zelf dat het van Salomo Trismosinus komt, uit het Aureum Vellus — maar of die 'Salomo Trismosin' ooit echt bestaan heeft, is door de wetenschap betwist; vermoedelijk een verzonnen naam, en het boek zelf grotendeels een verzameling van oudere teksten. Het wordt hier doorgegeven als René's eigen lezing, niet als vaststaand feit.
Over het jaar van de reconstructie van de galerij houden René's bronnen elkaar niet gelijk — 1896 in de ene, 1897 in de andere, met een andere architect erbij; niet verzoend. Ook een lange handgeschreven notitie van René over het venster van waaruit het teken voor de terechtstelling werd gegeven, is maar gedeeltelijk ontcijferd geraakt; hier staat enkel de strekking, met dat voorbehoud.

→ de fiche in het studiewerk

Beweging I · 9 van 10Het Stadhuis

De aankomst en het Stadhuys: de zevende stap of Multiplicatio (vermenigvuldiging)

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten.

Hier eindigt de hele ommegang — en hier begint hij ook. Aan het Stadhuis sluit de ouroboros zich: dit is, in mijn lezing, de zevende en laatste bewerking van het Grote Werk, de Multiplicatio. Het projectiepoeder dat we bij de fixatie gewonnen hebben, wordt hier vermenigvuldigd — in kwaliteit, met gezuiverde lichamen, en in kwantiteit, tot in het oneindige, naar goeddunken van de adept. Het gebouw zelf is het resumé van heel het Werk: twee galerijen, een toren, honderden beelden 'in gesloten gelederen'. Of ge nu de lange weg gevolgd zijt of de korte, hier komt alles samen.

I1Het Stadhuis

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Hier staan we dan, aan het Stadhuis — mijn eindpunt van de hele ommegang, en tegelijk de startplaats: de ouroboros sluit zich. Wat ge voor u hebt is een gesloten vierzijdig gebouwencomplex, ware gotische bouwstijl, opgetrokken tussen 1401 en 1444. Twee vleugels dragen de voorgevel: links een travee, dan nog een, dan twaalf; rechts een travee en dan zes, samen zeven. Boven dat alles verheft zich een toren die niet in het midden staat, bekroond met het beeld van Sint-Michiel. Honderden beelden versieren de gevels, zeg ik u, in gesloten gelederen.

Waar dit huis nu staat, stonden ooit andere: de Scupstoel, de Rodenborch, De Meerte, Den Wilden Ever, 's Papenkeldere, De Moor. In 1301 kocht men De Meerte als eerste schepenhuis, in 1327 Den Wilden Ever; in 1353 kwam de Lakenhalle erbij. In maart 1444 legde Karel van Charolais — de latere Karel de Stoute — de eerste steen van de rechtervleugel; vijf jaar later begon de bouw van de toren, ontworpen door Jan van Ruysbroeck, en in 1455 hesen ze het beeld van Sint-Michiel omhoog. Het bombardement van augustus 1695 heeft dit huis gespaard, al werd de Lakenhal ernaast met de grond gelijkgemaakt.

Hier gebeurt, zo lees ik het, de multiplicatie: het projectiepoeder dat we wonnen bij de fixatie wordt vermenigvuldigd — in kwaliteit, met gezuiverde lichamen, en in kwantiteit, tot in het oneindige, naar goeddunken van de adept. Dit gebouw is het licht dat schijnt in de duisternis. De perfectie is bereikt, het kwaad overwonnen — of ge nu de lange weg gevolgd hebt, van 3500 voor tot 1400, of de korte, van 1400 tot 1810.

Het eindpunt van alle stappen raakt de startplaats (ouroboros). Echte gothiek, gewijd door de bisschop van Kamerijk.— getypte studie, blad SPIEK-19
Welke Weg men ook moge kiezen, de lange of de korte, de reiteratie van het Grote Werk met gezuiverde lichamen, in staat om de Steen der Wijzen tot in het oneindige te vermenigvuldigen, is en blijft de te verwachten uitkomst van het Meesterwerk (Magistère).— getypte studie, blad GROEPEN-11
De datering van de toren wisselt in René's eigen bladen: het ene geeft '1401 toren gebouwd', het andere '1449 opbouw van de toren (belfort), 96 m'. Extern is 1449-1455 bevestigd, met Jan van Ruysbroeck als architect; ook de ophijsing van het Sint-Michielsbeeld staat wisselend als 1455 en 1456 genoteerd.

→ de fiche in het studiewerk

I2Voorgevel linkerdeel (kant Karel Buls-straat)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Kijk naar de linkervleugel: elf spitsbogen, en dan nog een — twaalf, in mijn telling — met beeldnissen erboven, en ervoor de monumentale Leeuwentrap. De bovenverdieping ligt horizontaal, met vensters en penanten in beeldnissen en baldakijnen: soevereinen van Brussel en Brabant, ridders en schildknapen-burgemeesters uit de Zeven Geslachten.

Maar het is de reeks kapitelen en consoles onderaan die het meest te zeggen heeft: een vleermuis, een aap, drank; de legende van Herkenbald; de dood van Everard t'Serclaes, hem worden voeten en hoofd afgehakt; Ariadne met blote knie; Theseus tegenover de Minotaurus; de wildeman met het Medusaschild; de fee Melusine, stammoeder van het huis Lusignan; een koning met een proefbuisje, gezeten op goudzakken; een bedelaar; een pelgrim. De hoektoren links is achthoekig; de gevel daarachter telt acht, zeventien en vijf traveeën, in de stijl van Lodewijk XIV.

Twaalf bogen: dat zijn voor mij de twaalf stappen van de lange, natte weg. De leeuw van de trap verwijst naar het zout van de alchemie. De Zeven Geslachten zijn poortwachters — alweer het voltooide getal zeven. En de beeldenreeks is een en al waarschuwing: het labyrint van Knossos is de alchemie zelf, koning Minos de opperste rechter; wie het Medusaschild aanziet, wordt versteend — en versteend worden is hier tegelijk transmutatie tot steen der wijzen. De koning op zijn goudzakken en de pelgrim naar Compostella verbeelden het goudmaken, de Spagyrie; de bedelaar is de zoekende, de adept zelf. En de achthoekige toren staat, zo lees ik het, op de weg van het vierkant naar de cirkel.

12 stappen van de "lange weg" (nat)— getypte studie, blad I-02
8-hoek: is op de weg van vierkant naar cirkel— getypte studie, blad I-02
Boogtelling: René telt zelf 'elf (+ 1 = 12) traveeën'. Gangbare bronnen tellen elf bogen links, de blinde boog onder het hoektorentje inbegrepen. De alchemistische duiding — twaalf stappen van de lange weg — steunt dus op René's eigen telconventie; dat wordt hier eerlijk vermeld, niet stilzwijgend gladgestreken.

→ de fiche in het studiewerk

I3Voorgevel rechterdeel (kant Gulden Hoofdstraat), ex-Lakenhalle

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

De rechtervleugel telt zes bogen, en dan nog een — zeven, in mijn telling — met sluitstenen en spitsbogen. Aan de balksleutels van deze galerij hangen: Ariadne die haar draad volgt; de adept met een tak bij de oven; het wielvuur; de adept die zijn eigen meubels in het vuur gooit — de 'schupstoel'; voeten in het water van een teil, de coagulatie; het derdegraadsvuur, de zwarte man; en gulden hoofden, de multiplicatie zelf.

Zeven bogen: dat zijn de zeven stappen van de korte, droge weg, en zij verwijzen naar de zeven geslachten van Brussel. En let op het woordspel dat er meteen op volgt: arc-ange, boog-engel — de brug tussen het Grote Licht en de Aarde.

7 stappen van de korte weg (droog)— getypte studie, blad I-02
arc-ange = boog-engel (brug tussen Grote Licht en de Aarde)— getypte studie, blad I-03
Boogtelling: René telt hier 'zes (+1 = 7)'; gangbare bronnen tellen zes bogen rechts — dezelfde telconventie-kwestie als bij de linkergalerij (I2).
De beschrijving van de bovenverdieping breekt in René's eigen blad af, midden in een zin ('Re-bovenverdieping links, meer open-'); wat hij daarna zei, is niet bewaard. Liever leeg dan fout: hier wordt niets bijgeverzonnen.

→ de fiche in het studiewerk

I4[Kop ontbreekt in transcriptie] — de toren met Sint-Michiel (reconstructie als I4)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Tussen de rechtervleugel en wat volgt, wil ik u de toren tonen, en het beeld van Sint-Michiel. Een houten gebinte, bekleed met tin, bedekt met negenduizend blaadjes goud; onder de hiel een bol van koper, daarin een schrijn van ijzer, daarin een doosje van lood, met een medaille in zilver. Sint-Michiel staat er met geheven zwaard, in gevecht met de satan — een kop die, naar men zegt, bij een opgraving in de bouwput teruggevonden werd. Beklimt de toren, zeg ik u: het uitzicht is het waard.

Het eerste schepenhuis stond hier al in 1250, op de Sint-Michielsberg; in 1357 stortte het eerste belfort in, de toren van de Sint-Niklaaskerk. In 1380 begon de bouw van dít belfort, mogelijk als toegangspoort tot de Lakenhalle; in 1449 kwam de toren zelf, 96 meter hoog. In 1456 hesen ze het beeld van Sint-Michiel omhoog. Het bombardement van 1695 spaarde de toren. In 1840 werd het beeld neergelaten en verguld — negenduizend gouden blaadjes — en bestudeerde een antiquair de zilveren medaille die erin zat: een medaille van paus Martinus V, met aan de keerzijde het Lam Gods, nadien in het stadsarchief bewaard en rond 1860 gestolen. In 1897 werd het beeld hermaakt. Ik heb er zelf een tekening van gemaakt: Sint-Michiel en de draak op de koperen bol, met een doorsnede van bol, schrijn, doosje en medaille.

Dit beeld is, in mijn lezing, gewijd aan het kwikzilver: het metaal kwikzilver overwint de zes overige metalen, en daarom zitten tin, goud, koper, ijzer, lood en zilver allemaal in dit ene beeld verwerkt. De adept overwint hier het drievoudig kwaad — onwetendheid, leugen, heerszucht — de zwavel die verdwijnen moet. De ontbonden oerstof coaguleert en brengt het gulden hoofd voort. Daarmee is de zevende stap gelukt — en moet het vuur meteen weer aangestoken worden, voor de bereiding van het elixir.

Gewijd aan kwikzilver, houten gebinte bekleed met tin, bedekt met 9000 blaadjes van goud, met onder de hiel een bol van koper, waarin een eem [sic] schrijn van ijzer, waarin doosje van lood, met medaille in zilver.— getypte studie, blad I-03
De 7e stap is gelukt; meteen moet het vuur terug aangestoken worden voor de elixir-bereiding (cfr. J)— getypte studie, blad I-03
Deze halte heeft in René's eigen blad geen kop: de nummering springt er van I3 naar I5, en het stuk over de toren en Sint-Michiel staat er zonder titel tussenin. De kop hierboven is dus een reconstructie — niet René's eigen woord.
René noemt Sint-Michiel in zijn getypte tabel 'de reus... 5 m. hoog'; het huidige beeld meet, extern geverifieerd, 2,7 m. Zijn hoogtemaat wordt hier gebracht als zíjn vertelling, niet als vaststaand feit.

→ de fiche in het studiewerk

I5Achtergevel (Vruntstraat)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Aan de achterzijde, in de Vruntstraat, opent zich een rondboogpoort met een driehoekig fronton, en aan weerszijden ervan de twee leeuwenfonteinen die we straks van naderbij bekijken. Een banderol draagt het jaartal 1706 — het jaar waarin Cornelis van Nerven deze gevel optrok.

Voor deze gevel heb ik zelf geen duiding neergeschreven — mijn eigen bladen laten het hier leeg, en ik laat het hier evengoed leeg, liever dat dan iets verzinnen. Wat ik wél deed, was vooruitwijzen: naar de leeuwenfonteinen zelf, die zo dadelijk deel worden van de vloeibare weg.

Driehoekig fronton, leeuwenfonteinen aan weerszijden (cfr. J5-J6), banderol met ANNO/1706— getypte studie, blad I-03

→ de fiche in het studiewerk

I6Middenhof of middenplaats

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Treed de binnenkoer van het Stadhuis binnen. Een stervormig patroon ligt er in het midden, met twee marmeren fonteinen — de Schelde en de Maas, die we dadelijk apart bezoeken — en paden waarlangs jaartallen liggen die de opbouw van de omringende gebouwdelen markeren.

Dit is, zo lees ik het, het geografisch middelpunt van Brussel — het hart van de stad. Ik noem het de middenkamer.

geografisch middelpunt (hart) van Brussel— getypte studie, blad I-03
de zgn. middenkamer— getypte studie, blad I-03

→ de fiche in het studiewerk

I7Interieur (enkel geleide bezoeken door stadsgids)

Voor deze halte is nog geen plaatsbepaling geverifieerd — liever leeg dan fout.

Binnen — enkel bij geleid bezoek — vindt ge op de eerste verdieping links de Gotische Zaal, in het midden de Trouwzaal, met een plafond dat de wapens van de Zeven Geslachten draagt. Overal opgestapelde rijkdom van eeuwen Brabantse kunst: tapijten, goudsmeedwerk, schilderijen. En steeds keert de iris terug, in kandelaars en in tapijten. Verderop consoles met eigenaardige onderwerpen, het kabinet van de burgemeester, kabinetten van de schepenen, en de wenteltrap in de toren, 96 meter hoog. In de Gotische Zaal zelf richtte Eugène Defacqz in 1848 de Belgische liberale partij op.

De iris is de moeraslelie, het symbool van Brussel, gekozen — zo schreef ik het op — door Karel van Valois, koning van Frankrijk, in 978. En samen met de wapens van de Zeven Geslachten brengt zij opnieuw het getal zeven in beeld.

Iris = Moeraslelie, Brussel (gekozen door Karel van Valois, koning van Frankrijk (978); getal 7— getypte studie, blad I-04
I. Stadhuis / Stichting Liberale Party door Eugène DEFACQS / 1848— handschrift op blad I-36
Naam en jaartal sporen hier niet helemaal: het jaartal 978/979 hoort in de Brusselse overlevering bij Karel van Frankrijk, hertog van Neder-Lotharingen, niet bij Karel van Valois uit de veertiende eeuw. Weergegeven als René's eigen tekst.
De naam van de stichter van de liberale partij staat in de getypte tekst als 'Eugène de Faeqz', in René's eigen handschrift als 'Eugène DEFACQS'; gangbaar is Eugène Defacqz.

→ de fiche in het studiewerk

Beweging J · 10 van 10De fonteinen — de vloeibare weg

De fonteinen van de Boterstraat, Grote Markt, Vruntstraat, Kolenmarkt en Stoofstraat: symbolen van de zoektocht naar het elixir van het lang leven (de vloeibare weg)

René vertelt — gereconstrueerd uit zijn eigen teksten.

Zodra de Steen der Wijzen af is, moet het vuur meteen weer aangestoken worden. Nu begint de vloeibare weg: de bereiding van het Elixir van het Lang Leven, in zeven distillaties na elkaar. Die weg loopt niet meer over de Markt zelf, maar langs haar fonteinen: van de verdwenen Dry Maegdekens in de Boterstraat, via de Marktfontein, de Schelde- en de Maasfontein op de binnenkoer van het Stadhuis, de twee leeuwenfonteinen aan de Vruntstraat, naar De Spuwer op de Kolenmarkt — om te eindigen bij de oudste burger van Brussel, in de Stoofstraat. Dit is geen uitstapje, zeg ik u: het hoort bij de queeste, tot en met het einde.

J1Boterstraat: de Dry Maegdekens-fontein (verwijderd)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

In de Boterstraat stond ooit een fontein met drie naakte meisjes, water spruitend uit hun tepels — de Dry Maegdekens. De vrouwen van plezier, zo wordt verteld, wierpen er na hun werk een geldstuk in: een echo van de legende van Sint-Niklaas, die drie geldbeurzen wierp naar drie hoeren te Patras, waarna zij hun maagdelijkheid terugvonden. In 1780, na een bezoek van keizer Jozef II, verhuisde de fontein naar het stedelijk museum; in 1900 kwam er een fontein met een melkdraagstertje voor in de plaats. Vandaag staat zij in het museum, in het Koningshuis.

Hier begint, zo lees ik het, de voorbereiding van de vloeibare weg. De oerstof is hier maagdenmelk — petit lait de la vierge — codewoord voor het mercuriaal sap, te mengen met de oerstof voor de bereiding van het elixir. De eerste stap raakt hier al de laatste: de ouroboros. Deze fontein is de vrouwelijke pendant van Manneken Pis, helemaal aan het einde van deze weg — want in de alchemie is niets onmogelijk.

De voorbereiding. De materia prima (oerstof) is hier maegdenmelk, petit lait de la vierge, codewoord voor mercuriaal sap (F7), te mengen met de oerstof voor elixirbereiding (le petit lait de la vierge); eerste stap komt dichtbij de laatste stap (oroboros)— getypte studie, blad J-01
Fontein 'de 3 meydekens' (thans in museum Koningshuis)— handschrift op blad J-04
Vrouwelijke pendant van Manneken Pis — René's eigen kruisverwijzing binnen dit hoofdstuk.

→ de fiche in het studiewerk

J2Grote Markt: de Marktfontein (verdwenen)

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Op de Grote Markt zelf stond, voor de bordestrap van het Broodhuis, de Marktfontein: vijf kolomnissen met verdiepte panelen, gebeeldhouwde vrouwenfiguren, olifanten- en leeuwenkoppen. In mijn vertelling kreeg zij rond 1700 de beelden van de graven Egmont en Hoorn erbij — Hoorn: 224ste ridder van het Gulden Vlies, alchimist, onthoofd in 1568 — tot ze in 1767 verwijderd werden en de beelden naar de Kleine Zavel verhuisden.

Deze eerste stap van de vloeibare weg heb ik zelf nooit kunnen duiden — de bewerking is mij onbekend gebleven. Misschien, zo gis ik, gaat het om het wassen van planten en kruiden die verderop nog gebruikt zullen worden.

1ª stap, maar de bewerking is onbekend misschien gaat het om het wassen van planten en kruiden, die zullen gebruikt worden— getypte studie, blad J-01
1700 — met beelden van de graven Egmont en Hoorn (224ª ridder van het Gulden Vlies, alchimist, vriend van René de Serclaires, onthoofd in 1568))— getypte studie, blad J-01
De beeldengroep van Egmont en Hoorn is in werkelijkheid het werk van Charles-Auguste Fraikin, uit 1864 — ze stond voor het Broodhuis en verhuisde pas in 1879 naar de Kleine Zavel. René's jaartallen, 'rond 1700' en '1767', worden hier gebracht als zíjn vertelling, niet als vaststaand feit; de Marktfontein zelf, van 1565, is bovendien een ander en ouder object dan die latere beeldengroep.
Opmerkelijk: waar René elders graaf Hoorn koppelt aan het kasteel van Ooidonk, klopt die koppeling wél — Ooidonk was inderdaad bezit van de familie Montmorency en werd herbouwd door de familie della Faille. Alleen de naam van de huidige eigenaarsfamilie zit fout in zijn tekst: die moet t'Kint de Roodenbeke zijn. In de kern van zijn verhaal heeft René hier dus gelijk.

→ de fiche in het studiewerk

J3Grote Markt, Stadhuis, middenhof: de Scheldefontein

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Op de binnenkoer van het Stadhuis staat de Scheldefontein: een oude man, leunend op een urne tegen het riet, twee dolfijnen, water in vier stralen. Beeldhouwer Plumier richtte haar op in 1715, naar de plannen van J. Anneessens, zoon van de deken van de 'IV gekroonden'.

Dit is, zo lees ik het, de tweede stap van de vloeibare weg: de 'Rode vaas', zoals bij Salomo Trismosin de ridderfiguur op zijn linkerbeen draagt. De vloeistof wordt hier afzonderlijk gedistilleerd — geperfectioneerd, geëxalteerd — tot rode elixir. Een verplichte distillatie.

2ª stap: "Rode vaas" (cfr. Salomo Trismosiaus: Ridderfiguur, linkerbeen) De vloeistof wordt afzonderlijk gedistilleerd (geperfectionneerd, geexalteerd) tot "rode elixir". Verplichte distillatie— getypte studie, blad J-01/J-02
De symboliektekst van deze fontein en van haar pendant, de Maasfontein (J4), is op het stapnummer na vrijwel identiek — vermoedelijk een kopieerfout in het origineel; beide lezingen worden hier eerlijk bewaard.

→ de fiche in het studiewerk

J4Grote Markt, Stadhuis, middenhof: de Maasfontein

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Haar pendant, de Maasfontein, staat aan de overkant van dezelfde binnenkoer: opnieuw een oude man op een urne, twee dolfijnen, water in vier stralen. Beeldhouwer De Kinder richtte haar op in 1714, naar dezelfde plannen van J. Anneessens.

Ook dit is, in mijn lezing, weer de 'Rode vaas' — de derde stap nu — zoals bij Salomo Trismosin de ridderfiguur op zijn linkerbeen draagt. Opnieuw wordt de vloeistof afzonderlijk gedistilleerd tot rode elixir. Een verplichte distillatie.

3ª stap: "Rode vaas" (cfr. Salomo Trismosiaus: Ridderfiguur, linkerbeen) De vloeistof wordt afzonderlijk gedistilleerd (geperfectionneerd, geexalteerd) tot "rode elixir". Verplichte distillatie— getypte studie, blad J-02
Dezelfde tekst als bij de Scheldefontein (J3), op het stapnummer na — zie de noot daar. Ook de datering wringt: de getypte tekst geeft 1714, het fotobijschrift dat René zelf bewaarde geeft 1715.

→ de fiche in het studiewerk

J5Vruntstraat: de rechter leeuwfontein

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Achter de Maasfontein, in de Vruntstraat, spuwt de rechter leeuwfontein water van het Park naar de straat, de poot van de leeuw op een schild. Dat water loopt verder naar De Spuwer. Rond 1500, zo schreef ik erbij, beeldde Salomo Trismosin een ridder af — denk aan Sint-Michiel — met zijn twee benen op twee fonteinen, aan elk been een 'Manneken Pis', en het devies EX DUABIS AQUIS UNAM FACITE: uit twee wateren vorm er één. Rechts van hem een eik.

Hier is het mercuriaal sap aan het werk, opzijgezet bij de coagulatie — grijs van kleur, en toch vloeibaar goud. De athanoor, de oven van de alchemist, heet hier gewoon: het urinaal.

Mercuriaal sap (cfr. F5), opzijgezet bij coagulatie, grijs van kleur, vloeibaar goud— getypte studie, blad J-02
1500 — Salomo Trismosius afbeelding van een ridder (cfr. St. Michael) met 2 benen op 2 fonteinen, aan elk been een "Manneken Pis" en devies EX DUABIS AQUIS UNAM FACITE (uit twee wateren vorm er één). Rechts een eik— getypte studie, blad J-02
Deze fontein draagt geen eigen stapnummer in René's bladen; in de reeks is zij de vierde stap van de vloeibare weg. En van 'Salomo Trismosin' zelf bestaat geen onafhankelijk bewijs — het is wellicht een schuilnaam; René dateert hem 'rond 1500', maar noteert elders zelf ook '(1583-1538) [?]' — ook voor hem was het jaartal onzeker.

→ de fiche in het studiewerk

J6Vruntstraat: de linker leeuwfontein

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Achter de Scheldefontein staat haar tegenhanger, de linker leeuwfontein: één heraldische leeuw spuwt water van de Reuzenberg naar de Vruntstraat, zijn poot op een schild, het water eveneens op weg naar De Spuwer. Ook hier wijs ik naar de ridder van Salomo Trismosin met zijn devies EX DUABIS AQUIS UNAM FACITE; links van hem staat een stadstoren.

Rood is de kleur hier — de vijfde stap van de distillatie, en de bewerking zelf is mij onbekend gebleven. De steen der wijzen, rood van kleur, wordt hier vloeibaar goud. Ook deze oven noem ik het urinaal.

Rood; 5ª stap van de distillatie, bewerking onbekend— getypte studie, blad J-02
De steen der wijzen (cfr. H7), rood van kleur wordt vloeibaar goud— getypte studie, blad J-02
Deze geschiedenisregel herhaalt het beeld van de rechter leeuwfontein (J5), met kleine afwijkingen in de bron: 'vort er één' [sic] in plaats van 'vorm er één', en 'een stadsteren' [sic], vermoedelijk bedoeld als 'stadstoren'.

→ de fiche in het studiewerk

J7Kolenmarkt: De Spuwer of de Blauwe Fontein

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Op de hoek van de Steenstraat en de Kolenmarktstraat mengen zich de wateren van de twee leeuwenfonteinen, in De Spuwer — ook de Blauwe Fontein genoemd. De zeegod Trito spuwt er water in het riet, en een mascaron draagt een maangezicht. Er stond hier al een fontein in 1400, in wat toen nog moerassig gebied was; in 1786 werd zij heropgebouwd in neoklassieke stijl, door architect Claude Fisco — een logebroeder, zoals ik erbij aanteken — met de toevoeging van de zeegod Trito en van het 'Manneken Maan'. In 1902 volgde een restauratie.

Dit is de zesde stap: de twee vloeistoffen, 'rode wijn' en 'witte wijn', zijn hier gemengd en worden samen gedistilleerd tot een hemelsblauwe vloeistof, die overgaat naar het violet. Het maanspeeksel — crachat de lune — is het eindpunt van deze zesde distillatie.

6ª stap: de 2 vloeistoffen ("rode wijn" en "witte wijn") zijn gemengd en worden samen gedistilleerd tot een hemelsblauwe vloeistof, overgaand naar het violet— getypte studie, blad J-03
Het maanspeeksel (crachat de lune) is het eindpunt van de 6ª distillatie— getypte studie, blad J-03
'Trito' staat zo in René's bladen — bedoeld is de zeegod Triton [sic]. En verschillende fotopagina's van Manneken Pis in René's eigen materiaal zijn door mijzelf met 'J7' gemerkt, hoewel ze inhoudelijk bij de volgende halte horen — vermoedelijk een verschuiving in René's eigen nummering.

→ de fiche in het studiewerk

J8Stoofstraat: Manneken Pis

● je staat hier, de sector wijst waarheen je kijkt — noorden boven · kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers

Op de hoek van de Eikstraat en de Stoofstraat, in een alkoof, staat de oudste burger van Brussel: een mollig jongetje, dat ongeremd plast in een bekken tussen twee urnen, vóór een Sint-Jacobsschelp met zeven stralen. Boven hem het opschrift IN PETRA EXALTAVIT ME ET NUNC EXALTAVI CAPUT MEUM SUPER INIMICOS MEOS — uit steen heeft men mij verheven, en nu verhef ik mijn hoofd over mijn vijanden.

Zo vertel ik het: in 1140 werd hertog Godfried II te Brussel geboren; in 1142, bij de veldslag van Troisfontaines — of Ransbeek — hing men de kind-hertog in zijn wiegje in een eikenboom, en hij plaste in de richting van de vijand. De overwinning van de Brabanders schreef men toe aan zijn heldhaftigheid, en aan Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede. Diezelfde eik bracht men naar Brussel over en herplantte men — vandaar de Eikstraat. In 1450 kwam het eerste beeldje er; in 1619 bestelde de stad het beeldje dat we nu zien, bij Jeroom Duquenoy, lid van de 'IV gekroonden', geholpen door zijn oudste zoon Frans. Tussen de broers ontstond rivaliteit; Frans week uit naar Italië, waar hij Nicolas Poussin leerde kennen. In 1647 keerde hij terug, en werd door zijn eigen broer aangeklaagd wegens sodomie; in 1650 werd hij te Gent veroordeeld en gewurgd — het beeldje brengt ongeluk, zeg ik dan. Het bombardement van 1695 heeft het gespaard. Sinds ongeveer 1800 bestaat de gewoonte om het kostuums te schenken; een verzameling die vandaag in het Broodhuis te zien is.

Deze fontein is de mannelijke pendant van de Dry Maegdekens, helemaal aan het begin van deze weg. Dit is de zevende en laatste stap: de laatste distillatie van het elixir — levenswater, alheilmiddel, levensbalsem, vloeibaar goud, panacée universel. De oudste burger van Brussel bezit de eeuwige jeugd: hier eindigt de bereiding van het elixir. Denk aan de ridder van Salomo Trismosin, met aan beide benen een manneken pis: vertrekkend van de steen der wijzen wordt het eeuwig leven geëxalteerd — gesublimeerd, geperfectioneerd — vóór het zijn hoofd opricht tegen zijn vijanden. Legende en alchemie zeggen hier hetzelfde.

En daarmee, zo laat ik het u hier na, is de cirkel rond: de eerste stap van deze vloeibare weg raakte al de laatste, de Dry Maegdekens en dit mannetje zijn elkaars spiegelbeeld, en het Stadhuis waar we vertrokken was evengoed eindpunt als startplaats. In werkelijkheid is het maar een urinerend ventje, wiens onbeschaamde afbeelding — zoals ook te Bourges, te Plessis-Bourré, of op zekere schilderijen van Breughel — het merkteken draagt van het universeel medicament dat aan de adept de eeuwige jeugd verzekert. Ik laat u hier, bij dit water dat nooit ophoudt te stromen.

7ª stap: laatste distillatie van het elixir (levenswater, alheilmiddel, levensbalsem, vloeibaar goud, panacée universel)— getypte studie, blad J-03
In werkelijkheid is het urinerend ventje, wiens onbeschaamde afbeelding meer dan een leerboek van Alchimie versiert, zoals ook te Bourges (Hôtel Lallemant), Plessis-Bourré (Kasteel) of op zekere schilderijen van Breughel het merkteken van het universeel medicament (panacée) dat aan de Adept (lees: de Alchimist) de eeuwige jeugd verzekert (SHB-VAL).— getypte studie, blad GROEPEN-11
Extern bevestigd: Manneken Pis is van Jérôme Duquesnoy de Oudere, 1619; het beeld heette eerder 'Petit Julien' en staat, buiten de Grote Markt, in de Stoofstraat. René schrijft zelf 'Jeroom Duquenoy' [sic].
Het verhaal over de broers Duquesnoy — de aanklacht, de veroordeling en de wurging van Frans te Gent in 1650 — is René's eigen vertelling; buiten de algemene bevestiging van het beeld zelf is dit verder niet extern getoetst.

→ de fiche in het studiewerk


Het studiewerk

De wetenschappelijke uitgave: René's inleiding, de fiches per gebouw en de bronnen.

De sleutel — René's begrippenkader

Herkomst van de sleutel: Paul de Saint-Hilaire

De these dat de na het bombardement van 1695 heropgebouwde Grote Markt een gecodeerd alchemistisch 'boek' is dat de zeven bewerkingen van het Grote Werk uitbeeldt, is ontleend aan Paul de Saint-Hilaire (pseudoniem van Paul Meurice, 1926-2000), Belgisch kunsthistoricus en esoterisch auteur. René verwees in zijn tekst tientallen keren naar diens werken (code SHB ca. 50 maal; verder SGP, SSB, SAM, SRB, SMBM) en nam het Grote-Markt-hoofdstuk uit 'Atlas du Mystère' (1985, pp. 201-210) integraal vertaald op in zijn eigen werk. Saint-Hilaire projecteert de lezing op zijn beurt via Salomo Trismosins 'Toison d'Or' / 'Splendor Solis'. René's eigen chronologie erkent die herkomst: '1970 BRUSSEL Paul de Saint Hilaire beschrijft de alchemistische symboliek van de Grote Markt'. Als literaire voorloper noemt René Gerard de Nerval, die in mei 1852 in 'De Gouden Boom' zijn 'Lorely' schreef: 'Zijn verdienste is als eerste het alchemistische karakter van de Grote Markt ontdekt te hebben.'

1970 BRUSSEL Paul de Saint Hilaire beschrijft de alchemistische symboliek van de Grote Markt— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-22 (typoscript, chronologie)
MEI 1852: BRUSSEL "GOUDEN BOOM" (OF BROUWERSHUIS) De parijzenaar Gerard de Nerval schrijft hier zijn "Lorely" [...] Zijn verdienste is als eerste het alchemistische karakter van de Grote Markt ontdekt te hebben.— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-20 (typoscript, chronologie)

Wat is alchemie? — René's definitie

René definieert de alchemie als een teleologische leer: in de natuur bestaat een onomkeerbaar streven van onvolmaakte naar meer geperfectioneerde materie (teleologie, finaliteitsleer), en de alchemist wil die natuurlijke omzetting — die miljoenen jaren duurt — in zijn werkplaats drastisch versnellen, meestal tot een jaar. Centraal staat de oven ('athenor'); het vat is de 'bruidskamer', 'baarmoeder' of het 'philosophisch ei'. Daaraan koppelt René de menselijke opdracht van de alchemie: werk aan jezelf. Hij benadrukt tegelijk de ambivalentie: de transmutatie is wetenschappelijk een 'fundamentele vergissing', maar leverde onmiskenbaar waardevolle praktische resultaten op — en juist die twijfel noemt hij het begin van de wijsheid. Hij noemt de alchemie ook 'een voorloper van de evolutieleer'.

Alchimie is de studie van de versnelling van de vermeende transmutatie van onvolmaakte substanties in volmaakte, van mineralen in metalen, van onedele metalen in edele metalen, met menselijke aspecten in een teleologisch perspectief.— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-07 (typoscript, omkaderde bepaling)
daal af in jezelf, leer jezelf kennen (γνωθι σεαυτον), en doe er iets aan om als een beter mens herboren te worden— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-06 (typoscript)

De drie principes: kwikzilver, zwavel, zout — en de vijf elementen

René's stoffelijke basis (zijn lezing van de klassieke leer): (1) KWIKZILVER, het 'vluchtig' principe — 'de beweeglijke slavin', de 'vluchtige geest', voorgesteld als adelaar, haan, haas, vluchtend hert (cerf volant) of de gevleugelde bovendraak van de ouroboros; vrouwelijk, 'de koningin' of 'de maan'. Uit zijn vloeibare vorm komt het WATER (1e element), uit zijn gasvorm de LUCHT (2e element). (2) ZWAVEL (Sulphur), het 'vast' principe — warm, droog, stinkend; geassocieerd met de pad, de vos (vulpis, anagram van pulvis) en de vleugelloze onderdraak; mannelijk, 'de koning' of 'de zon'. Uit zijn vaste vorm komt de AARDE (3e element), uit zijn occulte vorm het VUUR (4e element). (3) ZOUT, het etherisch principe, ontstaan uit de verbinding van metaal met niet-metaal en van base met zuur; daaruit ontstaat de QUINTESSENS (5e element), symbool van evenwicht en wijsheid. Zout wordt afgebeeld met het teken Θ en later met de letter G; omdat het bij verhitting onveranderd blijft staat het voor waakzaamheid (de haan). De drie principes vormen de drie-eenheid van het Grote Werk: 'Ziel, lichaam en geest'.

De verbinding van metaal met niet-metaal en van base met zuur (hevige reactie) geeft een ZOUT, het etherisch principe, waaruit dan de 5e element ontstaat, de QUINTESSENS. Het symboliseert evenwicht en wijsheid (de blanke maan).— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-06 (typoscript)
De 3 principes (vluchtig, etherisch en vast) vormen de drie-eenheid van het "Grote Werk": zij worden geassocieerd met "Ziel, lichaam en geest" of met "God de Heilige Geest, God de Zoon en God de Vader".— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-07 (typoscript)

De materia prima (oerstof)

Het vertrekpunt van het Werk is de materia prima (oerstof, 'sperma der aarde', 'de groene leeuw'): zij moet uit de grond komen, is 'vast ofwel geleiachtig, kruimelig dof gekleurd, afstotelijk en stinkt geweldig' — en is tegelijk 'gemeen' én 'zeldzaam'. René illustreert dit met Pieter Bruegels gravure 'De Alchemist' (1558) en de bijhorende cryptische Latijnse verzen (toegeschreven aan Filips Galle). De oerstof is ambivalent: iets zeer afstotelijks (rottend vlees) en tegelijk iets zeer edels (een koning) — 'onze koning' die ritueel gedood, begraven en herboren moet worden. Haar kleur is meestal grijs of zwart, de kleur van de dood; zij wordt opgevangen in het 'Philosophisch ei'.

De unieke weliswaar gemene stof die overal gevonden wordt— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-09 (typoscript, vertaling van de Galle-verzen bij Bruegels 'De Alchemist')
De oerstof is ambivalent: enerzijds iets zeer afstotelijks (rottend vlees) en terzelfdertijd iets zeer edels (een koning)!— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-09 (typoscript)

VITRIOL — de dubbele leessleutel

Het letterwoord VITRIOL (omstreeks 1530 toegeschreven aan Basil Valentin) vat het Werk samen: VISITA INTERIOREM TERRAE / RECTIFICANDO INVENIES / OPERIS LAPIDEM. René geeft er de dubbele lezing bij die zijn hele rondgang draagt: voor de spagyrische (operatieve) alchemist is het de synthese van de bewerkingen — oplossen en stremmen (solve et coagula) tot men het projectiepoeder vindt; voor de filosofische alchemist is het de zoektocht van de mens naar de kern van zijn persoonlijkheid: 'daal af in het diepste van jezelf'. René noteert er eigenhandig bij dat dit '= dieptepsychologie' is en merkt op dat dit introspectieve programma 'in feite het programma van de vrijmetselarij' vormt — maar zeker 2500 jaar ouder is dan Basil Valentin.

Bezoek het binnenste van de aarde, / door te verbeteren zult gij vinden / de steen van het werk— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-09 (typoscript, vertaling VITRIOL)
C'est le savoir qui permet de trouver la pierre cachée, et non la pierre cachée qui procure le savoir…— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-10 (typoscript)

Het Grote Werk en de fasenstelsels (2 — 3 — 4 — 7 — 12/14)

Om wegwijs te raken in de elkaar vaak tegensprekende fasen-indelingen onderscheidt René vier (vijf) stelsels naar het aantal fasen: (1) de twee basisfasen 'Los op en Strem' (Solve et Coagula); (2) de drie kleurfasen zwart-wit/geel-rood: Nigredo (sublimatiefase: calcinatie, sublimatie, conjunctie), Albedo (descentie: coagulatie, rectificatie) en Rubedo (absorptie: fixatie, multiplicatie) — samen 3+2+2 = 7 fasen; (3) de vier fasen naar de elementen van Empedokles (aarde/zwart, water/wit, vuur/rood, lucht/citrien); (4a) de zeven fasen van de 'korte weg' of 'droge weg' (versnelde alchemie, ontdekt omstreeks 1400, duur 7 dagen), voorafgegaan door de putrefactie (0): calcinatie, sublimatie, conjunctie, coagulatie, rectificatie, fixatie, multiplicatie — gesymboliseerd door een trap met 7 treden en gekoppeld aan de 7 'planeten'/weekdagen; (4b) de zeven distillaties van de 'vloeibare' alchemie, die het elixir van het lang leven vormen; (5) de twaalf of veertien fasen van de 'lange' of 'vochtige weg' (duur 12 maanden), naar de dierenriemtekens. Kern van het Werk is het 'alchemistisch huwelijk': de vereniging van het mannelijke (materia prima + zwavel, 'de koning') met het vrouwelijke (kwikzilver, 'de koningin'), steeds voorgesteld als iets incestueus; de vrucht is de 'rebis' of occulte steen. De ouroboros (slang die haar staart opeet) verbeeldt de terugkeer naar het beginpunt.

In het totaal dus: 3 + 2 + 2 = 7 fasen!— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-11 (typoscript)
Deze zeven fasen hebben duidelijk de architecten van de Grote Markt in 1695 geïnspireerd.— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-11 (typoscript; dit is René's — aan de Saint-Hilaire ontleende — interpretatieve kernstelling)

Twee eindpunten: de Steen der Wijzen en het elixir

Er zijn twee eindpunten, een 'droog' en een 'vochtig'. Enerzijds de Steen der Wijzen (Lapis Operae), die bij projectie onedel metaal in zilver of goud omzet — traditioneel voorgesteld als het vierkant (de gepolijste steen, de vergeestelijkte materie) tegenover de driehoek (de materia prima): 3+4=7. Chemisch duidt René de 'rode tinctuur' als kwiksulfide of cinnaber (HgS). Anderzijds het elixir (levenswater, panacee, eau de jouvence), dat bij opdrinken het langdurig of 'eeuwig' leven verzekert — in de rondgang de 'vloeibare weg' langs de fonteinen. Elke alchemistische tekst en elk beeld is dubbel (rebis): een exoterische inhoud die iedereen kent maar slechts schijn is, en een esoterische, 'verborgen' inhoud 'die niet minder bedrieglijk is'. René noteert daarbij: 'Dit is belangrijk voor rondleidingen.'

Een tekst of een beeld is steeds dubbel (rebis) [...] enerzijds naar de gewone of exoterische inhoud, die iedereen kent, maar die slechts schijn is, en anderzijds naar de bijzondere, "verborgen" of esoterische, inhoud, die niet minder bedrieglijk is! Dit is belangrijk voor rondleidingen.— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-12 (typoscript)

Twee hoofdrichtingen: filosofische alchemie en spagyrie

Omstreeks -400 splitst de alchemie zich volgens René in twee hoofdrichtingen. (1) De Philosophische Alchemie (Hermetisme, 'speculatieve alchemie'): de menselijke geest is de materia prima ('de ruwe steen') en het doel is de onvolmaakte adept via initiaties (wedergeboorten, transmutaties) te laten komen tot een beter mens, een geïntegreerde persoonlijkheid. (2) De Spagyrie (van solvere + coagulare; 'operatieve alchemie'): het praktisch-technische zoeken naar de Steen der Wijzen, dat zich er evenwel steeds van bewust is dat het in feite om een zoektocht naar zichzelf gaat; het verloopt stapsgewijze — leerling, gezel en meester (3 graden van kennis). René: 'De technische verwachtingen zijn echter gedoemd om te falen!' Uit de spagyrie komen twee 'dochters' voort: de pre-/proto-chemie (goudsmeedkunst, aardewerk, glaswerk; distillatie, farmacie, leerlooierij, inkt, vitriool) en de verf- en schilderkunst (met de olieverf van de gebroeders Van Eyck).

Het gaat stapsgewijze: leerling, gezel en meester (3 graden van kennis). Men heeft de spagyrie ook de "operatieve alchemie" genoemd, de praktische, technische kant van de alchemie. De technische verwachtingen zijn echter gedoemd om te falen!— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-13 (typoscript)

Symbolen en geheimtaal: de toverboeken

De alchemistische teksten ('toverboeken', grimoires) zijn cryptisch, opgesteld in een raadseltaal vol symbolen: boom van het leven, bloemen, haan, feniks, pelikaan, raaf, adelaar, draak, schildpad, vis, leeuw. Later bestaan de toverboeken hoofdzakelijk uit illustraties: emblemen met een 'hieroglyph-achtig' uiterlijk. Elk symbool heeft een intrinsieke suggestieve waarde (de 'originele onvrijheid van het symbool'), waarna de persoonlijke interpretatie volgt — de paradox van het adagium 'ieder interpreteert zelf vrij zijn symbolen'. De alchemisten zeggen over hun boeken dat ze zijn als vruchten: eerst pellen, dan van het vlees genieten, en ten slotte in de kern de amandel zoeken. De alchemie wordt zelden schriftelijk doorgegeven, maar mondeling en door symbolen, ook in steen gehouwen (tempels, kloosters, kerken en kathedralen) — zo worden operatieve metselaars deelachtig aan de geheimen. Opvallend: de alchemisten werden eigenlijk nooit door de kerkelijke overheid vervolgd, omdat vele bedienaars van de eredienst zelf alchemisten waren.

De alchemie zelf wordt echter zelden schriftelijk doorgegeven, maar meestal mondeling en door symbolen. Deze worden ook in harde steen gehouwen (tempels, later: kloosters, kerken en kathedralen). Aldus worden operatieve metselaars deelachtig aan de geheimen van de alchemie.— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-08 (typoscript)

Bruxella Septenaria: de zevenvoudigheid van Brussel

René's lezing van de 7-symboliek, met als klassieke bron Erycius Puteanus (Van de Putte), 'Bruxella Septenaria' (1646): Brussel, een stad met een naam van 7 letters, gebouwd op 7 heuvels tussen de 7 armen van de Zenne, met 7 parochies, 7 poorten, 7 geslachten (COUDENBERGH, RODENBEECKE, SERHUYGHS, SERROELOFS, SLEEUWS, STEENWEGHE en SWEERTS — gesymboliseerd door een alchemistische roos met 7 bloembladen) en 7 straten die uitmonden op de Grote Markt en het plein verdelen in 7 huizenblokken: twee grote gebouwen (Stadhuis en Broodhuis) en vijf blokken van telkens 7 huizen. De twee stadhuisvleugels leest René als de twee Wegen: links 12 rondbogen (de lange weg, de 12 tekens van de dierenriem), rechts 7 rondbogen (de korte weg). Noot: de gangbare telling is 11 en 6 bogen; zie verantwoording.

In elk geval symboliseert het stadhuis voor de alchemisten het welslagen van het alchemistisch werk, zowel langs de droge of de natte Weg en komen alle huizenreeksen bij het zuidelijk gebouwde Stadhuis samen (van de duisternis naar het licht).— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-15 (typoscript)

De zeven stappen op de Grote Markt: het plan van de rondgang

Op het plan van de Grote Markt tekende René de 7 stappen van de 'korte weg' in, elk gekoppeld aan een gekleurd mapje: A. De Startplaats (geel); B. De Sint-Niklaaskerk: op zoek naar DE OERSTOF (groen); C. Boterstraat 46 en de Noordgroep, Grote Markt 34-39: CALCINATIO / oververhitting (1e donkerblauw); D. De Noordoostgroep, Grote Markt 20-28: SUBLIMATIO / vergassing (2e donkerblauw); E. Het Coninckxhuys (Broodhuis): CONJUNCTIO / versmelting (3e donkerblauw); F. De Westgroep, Grote Markt 1-7 en Gulden Hoofdstraat 1: COAGULATIO / stolling (1e wit); G. Heuvelstraat 22-24 en de Oostgroep, Grote Markt 15-19: RECTIFICATIO / zuivering (2e wit); H. De Zuidgroep, Grote Markt 8-14: FIXATIO / poedervorming (1e rood); I. De Aankomstplaats en het Stadhuis: MULTIPLICATIO / vermenigvuldiging (2e rood); J. De Fonteinen van Boterstraat, Grote Markt, Vruntstraat, Kolenmarkt en Stoofstraat: HET ELIXIR VAN HET LANG LEVEN, de vloeibare weg (lichtblauw). De ommegang begint en eindigt op dezelfde plaats, zoals de ouroboros. In 1699 sprak stadsarchitect Willem De Bruyn vanop de steigers van 'De Gouden Boom' de operatieve metselaars van 'De Vier Gekroonden' toe; zijn drie 'bronnen' liet hij volgens René's lezing als de drie enige dakstandbeelden plaatsen: Nicolas Flamel (als St. Niklaas, op 'De Vos'), Basil Valentin (als St. Bonifaas, op 'De Gulden Boot') en Salomo Trismosin (als de landvoogd, later Karel van Lotharingen, op 'De Gouden Boom') — drie figuren die naar elkaar wijzen.

Mits een initiatieke ommegang (een reis, een queeste) beginnend en eindigend op dezelfde plaats (zoals de ouroboros) kan men de voornaamste stappen van het alchemistisch werk verklaren, zonder het uiteindelijk geheim bloot te leggen.— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-18 (typoscript)
bewust hebt gij gewerkt voor de eeuwigheid…— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-18 (typoscript; door René aan Willem De Bruyn toegeschreven woorden, 1699)

Chronologie: van de metalen tot Jung (René's tijdslijn)

De inleiding is opgebouwd als een chronologie, van de ontdekking van kwikzilver en zwavel in het Midden-Oosten (ca. -1500/-1100) en het ontstaan van de alchemie (ca. -1000), via koning Salomo ('eerste alchemist', met Spreuken 3 als bijbels motto), de Egyptische grimoires (-600), Hermes Trismegistos en de Tafel van Smaragd, Empedokles' vier elementen (-500), Aristoteles (-350), naar de middeleeuwen: verspreiding via Arabische geschriften (al-khemia), de mystiek (Hadewych, Hildegard van Bingen, Ruusbroec), de ontdekking van de 'korte weg' in Spanje (1370, Santiago de Compostela) en Nicolas Flamel (goud op 17 januari 1382 te Parijs). Parallel loopt de Brusselse lijn: de Mercuriusberg met een heiligdom voor Mercurius op de latere Grote Markt, de bouw van het stadhuis (1402, 1440, 1450: Sint-Michiel op de toren met de medaille van paus Maarten V), de sage van de bouwmeester die zijn ziel aan de duivel verkocht en de bronzen kop in de bouwput. Dan: Basil Valentin (ca. 1500, Erfurt), Bruegels 'De Alchemist' (1558), Salomo Trismosin (1520-1530; historiciteit betwist — zie noot), het bombardement van 1695 en de heropbouw onder Willem De Bruyn (1696-1699), het verval van de alchemie na 1700, het ontstaan van de vrijmetselarij (Londen, 1717), de rehabilitatie door Berthelot (1886), de restauratie onder Karel Buls (1896-1910), en ten slotte Jung (1925-1940), het surrealisme (1925), de hyperchemie (1937) en Paul de Saint-Hilaire (1970). Voor René is elke stap in die geschiedenis tegelijk een leessleutel voor een gevel op de Grote Markt.

‑950 ISRAEL JERUZALEM Koning Salomo tempelbouw; "eerste alchemist"— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-07 (typoscript, chronologie)
1717 LONDEN: Ontstaan van de vrijmetselarij. De werkplaats is van bij het ontstaan een ruimte, waarin de alchemistische symboliek geïntegreerd is.— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-18 (typoscript, chronologie)

Jung: alchemie en individuatie

René sluit zijn inleiding af met een dieptepsychologische duiding, met paragrafen 'uit een onuitgegeven tekst over Alchemie en individuatie' (Marc Antrop, Gent 1990 — code A in zijn bronnenlijst). Jung (met Marie-Louise von Franz) bestudeerde 1925-1940 systematisch de dieptepsychologische aspecten van de alchemie: de psyche als 'oceaan van het onbewuste' met het bewuste Ego als 'eilandje'; archetypen (Persona, Schaduw, anima en animus); het Zelf als organisatorisch centrum — bij de alchemisten 'de occulte steen' of 'rebis'. Individuatie (zelfverwerkelijking) wordt vergeleken met het opus magnum: de zoektocht naar het alchemistisch huwelijk en de rebis als transformatie van de persoonlijkheid. René blijft daarbij kritisch: hij noteert dat Jung enkel de elementen gebruikt die zijn theorie ondersteunen, geen rekening houdt met de prewetenschappelijke scheikundige kant van de alchemie, en dat diens formuleringen 'typisch mannelijk' uitvallen.

De "rebis" of "occulte steen" wordt door Jung gelijkgesteld met het zelf van het individu, maar ook met Christus.— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-13 (typoscript)
Typisch Jungiaans is daarbij, dat hij enkel die elementen gebruikt, die zijn theorie ondersteunen, en dat "empirisch materiaal" vormt dan het "historisch bewijs" voor zijn visie!— INLEIDING.md, pagina INLEIDING-22 (typoscript)

De fiches per gebouw

A — De kennismaking: het overzicht ("het ensemble") en de startplaats

A1 — Het overzicht ("het ensemble") vóór "Den Sack"
Beschrijving & geschiedenis

Overzicht van het ensemble vanaf de plek vóór "Den Sack" (nr. 4). Brussel ontstond als ophoging in moerassen (broeken); de Grote Markt heette vroeger Nedermerckt. Het geheel bestaat uit één gotisch stadhuis (I), één neogotisch Broodhuis (E) en 5x7=35 barokke gildehuizen (blokken C, D, F, G en H) in een coöperante afwisseling; vorm: langwerpig vierkant van 109 m bij 54,5 m (lengte = 2x de breedte). Zeven straten lopen erop uit: Boterstraat, Vlees- en Broodstraat, Haringstraat, Heuvelstraat, Hoedenmakerstraat, Karel Bulsstraat (vroeger Gulden Saerstraat) en Gulden Hoofdstraat. Zeven blokken of huizengroepen worden in een bepaalde volgorde bezocht; de St. Niklaaskerk (B) vormt bouwkundig één geheel met de noordblok. Bouwstijlen: zuivere gotiek (stadhuis), namaakgotiek (Broodhuis), Franse klassiek (nr. 9, H4) en Italiaanse barok; steeds drie bouworden (gelijkvloers Dorisch, eerste verdieping Ionisch, tweede verdieping Corinthisch). Geschiedenis in hoofdlijnen: 1174 eerste vermelding "Nedermerckt" (bul van paus Alexander III); 1401 begin bouw gotische linkervleugel stadhuis; augustus 1695 totale vernieling door het bombardement van maarschalk de Villeroi (behalve het stadhuis en de wolvin, F4); 24 april 1697 begin heropbouw onder leiding van Willem De Bruyn, in 1702 afgewerkt; vanaf 1882 stelselmatige heropbouw en herstel onder burgemeester Karel Buls. De allereerste opdracht voor de bezoeker is de drie enige rechtopstaande gevelbeelden boven de daken te begrijpen, die elkaar aanwijzen.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

In René's lezing is de Grote Markt een alchemistisch toverboek: de plek heette Mercuriusberg, later St. Michielsberg, en het plein beeldt Het Grote Werk (De Koninklijke Kunst) uit in zeven stappen — een initiatieke ommegang waarbij het einde (de steen der wijzen) zeer dicht bij het begin (de oerstof) staat (ouroboros). Het cijfer 7 (de heptade, naar Putaneus' Bruxella Septenaria: 7 letters, 7 geslachten, 7 heuvels, 7 poorten, 7 straten, 7 Zenne-armen) beheerst stad en plein. De drie gevelbeelden die elkaar aanwijzen — een bekend symbool uit de geheimtaal van de alchemisten — leest hij als de drie voornaamste naslagwerken bij de wederopbouw: St. Niklaas tussen twee vlampotten op "In den Vos" staat voor Nicolas Flamel (Le livre des figures hiéroglyphiques); de figuur met het wiel op "De Kleermaker" (thans "De Gulden Boot") voor Baziel Valentin (Le Char triomphal de l'Antimoine; De 12 Sleutels; VITRIOL); de ruiter met het Gulden Vlies op "De Gulden Boom" (oorspronkelijk landvoogd Maximiliaan Emmanuel van Beieren, later vervangen door Karel van Lotharingen) voor Salomo Trismosin (Aureum Vellus / Splendor Solis). De bogen links aan het stadhuis duidt hij als de lange weg (12 stappen, dierenriem), de bogen rechts als de korte weg (7 stappen).

Een alchemistisch toverboek— A.md p.24/77
Le plus riche théâtre du monde— A.md p.24/77 (aldaar toegeschreven aan Jean Cocteau)
De allereerste opdracht is de betekenis van de drie enige rechtopstaande beelden boven de daken te begrijpen. Deze drie figuren verwijzen naar de drie voornaamste geraadpleegde naslagwerken bij de wederopbouw van de Grote Markt, een echte Bibliographie.— A.md p.25/77
Oplossing: wat men ziet heeft een verborgen betekenis.— A.md p.27/77
Ze wijzen alle drie naar mekaar.— 20191218
Galerijbogen stadhuis: René geeft hier "links 12 bogen" en "rechts 6 bogen" (A.md p.24-25/77); zijn leidraad (20191218) en spiekbriefje (SPIEK-19) spreken van 12 links en 7 rechts. Gangbare bronnen tellen 11 bogen links (inclusief de blinde boog onder het hoektorentje) en 6 rechts. De alchemistische duiding 12 (lange weg) / 7 (korte weg) steunt dus op een telling die afwijkt van de standaard; dit is niet verzoend en wordt hier als eerlijke noot vermeld (VERIFICATIE).
Salomo Trismosin: de aan hem toegeschreven werken (Splendor Solis, Aureum Vellus) bestaan echt en zijn invloedrijk, maar de moderne wetenschap betwist of de figuur "Trismosin" ooit bestond; de naam is wellicht een pseudoniem (VERIFICATIE).
René schrijft dat Splendor Solis "te Londen (GB) in 1532" verscheen; de vroegste versie (1532-35) berust in Berlijn (Kupferstichkabinett), de beroemde 1582-versie in de British Library te Londen (VERIFICATIE).
Het wiel bij de figuur op "De Gulden Boot" duidt René in de studie als het wapenschild van Erfurt (A.md p.26/77), in de leidraad als dat van Mainz (20191218); niet verzoend.
Sterfdatum Nicolas Flamel: A.md geeft 22 maart 1417, de leidraad (20191218) 22 maart 1418.
De duiding van de drie beelden als Flamel/Valentin/Trismosin is een esoterische lezing in de lijn van Paul de Saint-Hilaire; de reguliere kunstgeschiedenis verklaart de beelden profaan/heraldisch/religieus (VERIFICATIE).
Over het aantal bogen aan het stadhuis lopen René's bronnen uiteen: zijn studie telt links twaalf en rechts zes bogen, zijn leidraad twaalf en zeven; gangbare tellingen komen op elf links en zes rechts. Niet verzoend — de alchemistische duiding (twaalf/zeven) steunt op een eigen telling.
Kleine verschillen tussen studie en leidraad: het wiel bij De Gulden Boot duidt de studie als het wapen van Erfurt, de leidraad als dat van Mainz; de sterfdatum van Nicolas Flamel wordt gegeven als 22 maart 1417 (studie) en 22 maart 1418 (leidraad). Niet verzoend.
Leemte: Verschillende handgeschreven annotaties op A.md p.24-27 zijn slechts gedeeltelijk leesbaar (gemarkeerd met [?]/[onleesbaar]) en zijn niet in het register verwerkt.
Leemte: Geen spiekbriefje-koppeling voor deze halte in geo_spiek.json.

→ deze halte in het leesboek

A2 — De startplaats vóór het Stadhuis
Beschrijving & geschiedenis

De startplaats vóór het Stadhuis. Van hieruit toont René het huis dat opvallend niet in het geheel kadert: Den Ezel — de ezel die muziek speelt, uit het verhaal van Apuleius, waarin de ezel (Aliboron/Lucius) rozen moet kauwen om weer mens te worden. Het (verdwenen) uithangbord toonde een fluitspelende ezel die met zijn gezicht naar de Boterstraat en met zijn achterste naar de Grote Markt keek. Verder beschrijft hij de toeleidende straten: de Boterstraat (kort, licht gebogen, in moerasgebied; drukke handelsstraat, nu autovrije winkel-wandelstraat met bewaarde voor- en achtergevels), de Gulden Hoofdstraat (links onteigend voor de bouw van de Lakenhal, later de westgevel van het Stadhuis; rechts bewaarde oorspronkelijke bebouwing) en de Heuvelstraat (behoud van de oude pandindeling; links homogene 18de-eeuwse topgevels, rechts heterogeen ensemble met gebroken rooilijn). Het stadhuis zelf, gebouwd vanaf 1402 met de toren vanaf 1444 (96 m hoog), wordt bekroond door het vergulde beeld van de aartsengel Michaël die een draak velt.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

Tweede rebus in René's lezing: wat steekt er schril af? De ezel is de profaan, l'homme malfait, die een beter mens moet worden (omzetting ezel > mens; de apprenti sorcier). De ezel en de rozen (huis H4) liggen recht tegenover elkaar: begin en einde van het Werk raken elkaar (ouroboros). Hij verwijst ook naar de ezel van St. Niklaas, beladen met goud, en naar de ezelsoren van koning Midas, die alles in goud omzet — een waarschuwing. De ezel wijst bovendien de richting: verlaat de Grote Markt en ga eerst naar de Sint-Niklaaskerk.

Bekijk de ezel en ga naar de St. Niklaaskerk— A.md p.29/77
Hij speelt met zijn fluit in de richting van de Sint-Niklaaskerk. Zijn achterkant toont hij naar de Grote Markt. Hij zegt dus, je moet de grote markt verlaten en eerst naar de Sint-Niklaaskerk.— 20191218
Het Sint-Michielsbeeld op de stadhuistoren wordt in de leidraad "bijna vijf meter hoog" genoemd (toegeschreven aan Maarten van Rode); gangbare bronnen geven 2,7 m voor het huidige beeld — de hoogte is betwist/wisselend opgegeven (VERIFICATIE).
A.md noteert bij de symboliek "Ezel (C1)", terwijl René's moederkaart (GROEPEN_FORM) en de leidraad de ezel als tweede huis van groep C geven (na OLV van de Vrede, Boterstraat 46); niet verzoend.
Over de hoogte van het Sint-Michielsbeeld spreken de bronnen elkaar tegen: de leidraad noemt het 'bijna vijf meter hoog', gangbare bronnen geven 2,7 m voor het huidige beeld. Niet verzoend.
De getypte studie noteert bij de symboliek 'Ezel (C1)', maar René's eigen moederkaart en leidraad plaatsen de ezel als tweede huis van de volgende groep, ná Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede. Niet verzoend.
Leemte: Geen GPS-koppeling: geo_spiek.json bevat geen code A#2 (zie ook de twijfel over de toewijzing A#0/A#1, gemeld aan de redactie).
Leemte: Geen spiekbriefje-koppeling voor deze halte in geo_spiek.json.

→ deze halte in het leesboek

B — De Sint-Niklaaskerk: op zoek naar de oerstof

B1 — Het kerkgebouw buitenzijde
Beschrijving & geschiedenis

Kleine kerk midden in de stadskern (vroeger met een enorme toren) die het Beursplein overheerst; oriëntatie oost (lichtjes noordoost); vormt bouwkundig één geheel met de Grote Markt en wordt via de Boterstraat bereikt. Langs drie zijden ingesloten door bebouwing (noord: Taborastraat; oost: Grasmarkt; zuid: Kleine Boterstraat; west: Boterstraat); de as van het koor wijkt af van de as van het schip; moerassig terrein, veel restauraties. Westelijke puntgevel: portaal neo-Lodewijk XIV met halfverheven sedes sapientiae (1956, J. Lacroix), spitsboogvensters tussen steunberen, uurwerk in de top, links een polygonaal traptorentje. Zijgevels slechts gedeeltelijk zichtbaar; noordelijk zijportaal ("dodenpoort") naar de Taborastraat, met daar recht tegenover de "dodengang" naar het vroegere kerkhof; het zuidelijke zijportaal (Korte Boterstraat) is gesupprimeerd. Geschiedenis: 1174 in functie als kerk afhankelijk van St. Michiel, Romaanse narthex, kerkhof errond; 1180 enorme toren met beiaard, waarschijnlijk het eerste belfort van Brussel; 1357 toren valt in; 1376 herstelling schip in Brabantse gotiek (Balegemse zandsteen); 1600 afschaffing kerkhof, nieuw kerkhof over de Taborastraat via de dodengang; augustus 1695 bombardement en ernstige beschadiging; 1695 herstel toren in drie bouworden (architect W. De Bruyn); 1715 toren ingestort; 1716 vierkante klokkenruiter met vier klokken (1714); 1955 nieuwe neogotische westgevel (architect J. Rombaux); 1960 ontpleistering van het interieur.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

In René's lezing verwijst de afwijkende kooras naar de zonsopgang op 5 juni, feest van H. Bonifaas, patroon van de goudsmeden — en daarmee vooruit naar huis D5. De kerk, terzelfdertijd met de Markt herbouwd en er één architecturaal geheel mee vormend, is het vertrekpunt van de zoektocht naar de oerstof (materia prima), die de adept moet vinden vóór het Grote Werk kan beginnen.

Een kleine kerk met een enorme toren.— 20191218
1180 enorme toren met beiaard: waarschijnlijk is dit het eerste Belfort van Brussel— B.md p.30/77
De kerk vormt een architecturale eenheid met de grote markt zelf.— 20191218
Afwijking van de kooras: de getypte studie geeft 30° noord van de as van het schip (B.md p.30/77 en p.33/77); de leidraad zegt op één plaats "17° à 18°" en op een andere "37°" (20191218). De bronnen spreken elkaar tegen; niet verzoend.
Over de grootte van de afwijking spreken René's bronnen elkaar tegen (30° in de getypte studie; 17–18° en 37° in de leidraad). Niet verzoend — zie de fiche.

→ deze halte in het leesboek

B2 — Het beeld van de gegeselde Christus
Beschrijving & geschiedenis

Beeld van de bijna dode, gegeselde Christus (op het grondplan nr. 38, "Ecce Homo") in veelkleurig geverfd hout, met een ongewone koperen linkervoet waarin een splinter van het H. Kruis zit. De voet wordt met de rechterhand gestreeld; volgens René was dit ritueel in 1670 verplicht voor de prostituees, die het vóór het werk uitvoerden.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

Voor René is dit beeld waarschuwing én programma: afsterven (dood en verrotting) is de voorwaarde voor wederopstanding tot iets perfecters. Het hout is het vat met de oerstof, het koper het metaal in verbinding met het hout; dat dit in een kerk gebeurt, toont dat de alchemie het belang van de kerk erkent. Het strelen van de koperen voet spiegelt het strelen van de koperen arm van het liggende beeld ('t Serclaes) bij het huis De Sterre (H7): de cirkel begint hier (ouroboros).

Het eerste wat je ziet is een beeld van Christus in hout met een koperen voet.— 20191218
afsterven (dood en verrotting) is voorwaarde voor wederopstanding tot iets perfecters— B.md p.31/77
Leemte: De rubriek "Geschiedenis" bij B2 is in René's studie leeg gebleven.

→ deze halte in het leesboek

B3 — De rechter zijbeuk (zuid)
Beschrijving & geschiedenis

In de rechter zijbeuk (zuidzijde; in de leidraad de "kant van de mannen") tonen de lambriseringsmedaillons de heiligen: St. Pieter (apostel Simon) met twee gekruiste sleutels (elders afgebeeld met haan, met tranen of met kerkje op de arm); St. Barbara, patrones van mijnwerkers, kanonniers en pompiers, met toren met twee vensters waarin zij een derde venster aanbrengt na een geheim onderhoud met Origenes, met kelk en (verdwenen) palmtak, elders met de bliksem waarmee zij de satraap Diosuros verkalkt; boven de doopvont St. Johannes de Doper, die riet omzet in goud en kelen in parels; de koorlambrisering (modern) is gewijd aan St. Niklaas, patroon van metaaldelvers en meersseniers (mercatores), elders afgebeeld met drie sinaasappelen, met ezel, met Nicodemus of Zwarte Piet, met geschenken die hij door de schouw gooit, of met de schat die wordt teruggegeven aan een bestolen joodse vader van drie uit te huwen dochters.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René leest hier de heiligen van de alchemie. Petrus is de patroon van de alchemisten (Petrus = steen [der wijzen]; hemelpoortbewaker); zijn gekruiste, gebonden sleutels betekenen esoterisch openen en sluiten: solve et coagula. Barbara, patrones van de alchemisten, beschermt tegen ontploffingen; haar toren is de athanoor (alchemistenoven) voor de oerstof in drie geledingen, haar kelk de smeltkroes, het derde venster wijst erop dat het werk in het geheim gebeurt, de bliksem op de calcinatie. Johannes de Doper is de voorloper. St. Niklaas is de mirakelman die goud brengt (nikkel), bijgenaamd de "dekker" — de adept op het dak die bij onraad zouten door de schouw strooit —, bewaker van Visita Interiora Terrae, Rectificando Invenies Occultum Lapidem (VITRIOL); de terugkerende drietallen staan voor goud en het cijfer 3, de ezel voor de profaan, Nicodemus/Zwarte Piet voor de adept.

De eerste heilige die we zien is Sint-Pieter, Petrus, de eerste patroonheilige van de alchemisten.— 20191218
Maar de sleutels zijn gekruisd. Als ze gebonden zijn wijst het steeds op iets esotherisch [sic], hier verwijst het naar de alchemie.— 20191218
De leidraad zegt bij Johannes de Doper dat hij "riet om[zet] in keien"; de getypte studie zegt "zet riet om in goud en kelen in parels" (B.md p.32/77). Vermoedelijk een verschrijving in de leidraad; beide lezingen vermeld.

→ deze halte in het leesboek

B4 — Het rechter zijkapelletje (zuid)
Beschrijving & geschiedenis

Het rechter zijkapelletje (zuid), vroeger zijportaal naar het kerkhof, is gewijd aan St. Niklaas. Beeld van St. Niklaas (1967, Jourdain) met de drie door de beenhouwer vermoorde kinderen in het zoutvat; altaar (1750) in beschilderd hout; engel met doodshoofd en engel met doodskop op de knie; in de lambrisering onderaan links twee doodskoppen tussen vleugels. Geschiedenis: 1500 zuidtransept, kapel St. Niklaas (halve travee).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

In René's lezing is de oerstof het zout van de alchimist: het zoutvat is het eiken vat waarin de oerstof moet rotten, en de drie kinderen brengen opnieuw het cijfer 3 in beeld. De engel met het doodshoofd is het filosofisch ei met de rottende oerstof (bij Jeroen Bosch een kristallen ballonnetje): dood en verrotting zijn de voorwaarde om herboren te worden als metaal.

Aan de rechter zijtoegang zie je een beeld van Sint-Niklaas uit 1967. Beeld van de 3 vermoorde kinderen in een zoutvat.— 20191218

→ deze halte in het leesboek

B5 — Een bijzondere zuil (rechtover rechter zijbeuk)
Beschrijving & geschiedenis

Op de zuil recht tegenover de rechter zijbeuk staat een eenzaam Christuskind met een wereldbol in de hand (op het grondplan nr. 43, "Het kind Jezus").

Symboliek — volgens DE CLERCQ

De wereldbol is voor René het filosofisch ei — een verwijzing naar de oerstof; hij verwijst daarbij naar het ei-motief in de schilderijen van Jeroen Bosch en Bruegel: het ei als het begin, de materia prima.

Hij heeft geen doodskop maar een wereldbol in de hand. De wereldbol is hier een verwijzing naar de oerstof.— 20191218
Leemte: De rubriek "Geschiedenis" bij B5 is in René's studie leeg gebleven.
Leemte: De handgeschreven toevoeging bij B5 ("met ei [?] plus[?]") is onzeker leesbaar en niet verwerkt.

→ deze halte in het leesboek

B6 — Het koor
Beschrijving & geschiedenis

Het koor (afgewerkt in 1381: twee rechte traveeën en een vijfzijdige sluiting met spitsboogvensters) is volgens René georiënteerd 30° noord van de equinox-lijn. De koorlambrisering toont tien taferelen uit het leven van St. Niklaas (1725): de geboorte in bad; de drie goudbeurzen voor de drie hoeren van Patras, die hun maagdelijkheid terugkrijgen; de bedevaart naar Jeruzalem; de poorten van de tempel van Salomo die zich openen; de aanstelling tot bisschop van Myra; het omverwerpen van de idolen van Diana; de uitgelegde droom; de bevrijding van drie onschuldige gevangenen uit een doormidden gekapte toren; het Nieuwe Testament uit handen van keizer Constantijn; de ontsnapping aan een schipbreuk; en de triomfantelijke tenhemelopstijging.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

De oriëntatie duidt René als de zonsopgang van 5 juni (St. Bonifaas), die vooruitwijst naar D5. In de taferelen leest hij alchemistische symboliek: het terugkerende cijfer 3 (drie beurzen, drie hoeren, drie gevangenen), de bedevaart als initiatieke ommegang en de doormidden gekapte toren als athanoor; het mirakel van de teruggeschonken maagdelijkheid toont dat in de alchemie niets onmogelijk is.

Zonsopgang 5 juni (St. Bonifaas) verwijst naar D5— B.md p.33/77
in alchimie is niets onmogelijk; cijfer 3— B.md p.33/77
Tweede tafereel: hij werkt [sic] 3 goudbeurzen naar 3 hoeren en zo vinden ze hun maagdelijkheid terug— 20191218
Datering van de taferelen: B.md geeft "(1725)", de leidraad "taferelen van 1720" [in de brontekst als "tafereln van 1720"]; niet verzoend.
Datering van de taferelen: 1725 in de getypte studie, 1720 in de leidraad. Niet verzoend.

→ deze halte in het leesboek

B7 — De linker zijkapel OLV van de Vrede (noord)
Beschrijving & geschiedenis

De linker zijkapel (noord) is gewijd aan OLV van de Vrede (cultus: 1060). Altaar (1727) in beschilderd hout met één groene tak; beeld van OLV (1550) met bloemenkrans, zittend op een wereldbol, met bladerkroon en — zeer uitzonderlijk — zonder Jezuskind; het valt samen met de ontdekking van een houten, met goud beslagen koffer waarbij veel mirakels gebeurd zouden zijn. Hier ook de dodenpoort: uitgang naar het vroegere kerkhof aan de overzijde van de Taborastraat, via de "dodengang" (René voorzag hier blijkens zijn aantekeningen een kleine excursie). Reliekschrijn (cenotaaf) van de martelaren van Gorcum (1868, Höllner), met bomen bloeiend met margrieten en een bloemenkrans met één groene tak. Geschiedenis: 1486 noordtransept, kapel OLV van de Vrede, twee traveeën met onregelmatige sluiting en traptorentje in de noordhoek (architect Van Roedinghen); 1487 sacristie voor de kapel.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

Voor René is de OLV zonder kind de oermoedergodin van de Kelten, Demeter; de wereldbol is opnieuw het filosofisch ei, de bladerkroon en de groene tak staan voor succes. Dood en verrotting (kerkhof, dodengang, cenotaaf) gaan vooraf aan het ontstaan en het zich vermenigvuldigen van de waardevolle parel (margarites, de margriet): de adept gaat zijn schat terugvinden. De kapel verwijst naar C1 (OLV van de Vrede, Boterstraat 46), het eerste huis van de volgende groep — het laatste punt van elke halte wijst naar het eerste punt van de volgende.

Beeld van Onze-Liever-vrouw [sic] van 1500, met een bloemenkrans en 1 groene tak, zittend op een wereldbol (verwijzing naar de alchemie, en opmerkelijk: zonder Jezuskind.— 20191218
Het laatste punt van de kerk verwijst je naar het eerste punt van het volgende.— 20191218
geen kindeke Jezus !— B.md p. B-20 (handschrift René)
Datering van het OLV-beeld: B.md geeft "(1550)", de leidraad "van 1500"; niet verzoend.
Datering van het OLV-beeld: 1550 (getypte studie) tegenover 1500 (leidraad). Niet verzoend.

→ deze halte in het leesboek

B8 — Een tweede bijzondere zuil (voorste travee)
Beschrijving & geschiedenis

In de zuil van de voorste travee zit een authentieke kanonbal; bij de zuil hoort het gotische kruisbeeld van de vier uitersten (dood, oordeel, hemel, hel) — op het grondplan nr. 37, met René's handgeschreven aantekening "+ Kanonbal 1695 — B8".

Symboliek — volgens DE CLERCQ

De kanonbal herinnert in René's lezing aan het bombardement van 1695, dat ook de Grote Markt verwoestte — het geweld waaruit het toverboek in steen herrees.

Gothisch kruisbeeld van de uiterten [sic] (dood, oor-deel, hemel, hel)— B.md p.33/77
Leemte: Geen GPS-koppeling: geo_spiek.json bevat geen code B#8 (B#0-B#7 delen overigens allemaal dezelfde coördinaten van de kerk).
Leemte: Geen historiek-gegevens over deze zuil in de bronnen; de rubriek "Geschiedenis" ontbreekt.

→ deze halte in het leesboek

C — Boterstraat N°46 en de Noordgroep: Grote Markt N°34 tot 39

C1 — BOTERSTRAAT, N° 46 : ONZE LIEVE VROUW VAN DE VREDE

Grote Markt 46 · Onze Lieve Vrouw van de Vrede

Beschrijving & geschiedenis

Huis Boterstraat nr. 46, op de hoek met de Grote Markt (het hoort bij de Boterstraat, niet bij de Markt zelf). Drie bouwlagen, halsgevel; in 1750 heropbouw van de lijstgevel met twee traveeën. Gevelreliëf van Onze Lieve Vrouw van de Vrede (cultus sinds 1060) met bebladerde tak, de buik versierd met een stralende zon omringd door vlammen, en twee hoornen van overvloed vol fruit.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

In René DE CLERCQs lezing is dit het beginpunt van de eerste stap (calcinatio, het zwarte werk of nigredo) door warmte, vuur en rotting: de Maagd zit als smeltkroes (matras) met de oerstof in rotting — zij ontvangt de materia prima die in de Sint-Niklaaskerk (B) gevonden werd. De stralende zon staat voor vruchtbaarheid ('zal het goud baren') en accentueert de functie van smeltkroes en vlammen; de hoornen van overvloed kondigen aan dat op het einde van de ommegang de multiplicatie (ouroboros) wacht.

begin van de eerste stap van de initiatieke ommegang (calcinatio, zwarte werk of nigredo) door warmte, vuur, rotting— René DE CLERCQ, typoscript 'Alchemie en de Grote Markt van Brussel', hoofdstuk C, blad C-01 (Symboliek)
vruchtbaarheid, zal het goud baren; accentueert functie van smeltkroes en vlammen— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-01 (Symboliek)
op het einde wacht de multiplicatie (ouroboros)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-01 (Symboliek)
Zij ontvangt de materia prima. Die had je al gevonden in de Sint-Niklaaskerk.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk C, nr. 46 Boterstraat
La Vierge dans le matras ou la matière première.— Onderschrift bij reproductie in René's bronmateriaal, typoscript, blad C-13
Het huisnummer 46 betreft de Boterstraat, niet de Grote Markt.
Bronverwijzingen van René bij deze unit: SHB 53-54; SAM 204-205; SGP 16; SSB 242; geschiedenis: BDE.
Leemte: Franse huisnaam ontbreekt in René's typoscript; de decemberleidraad geeft 'Notre-Dame de la rose', vermoedelijk een verhaspeling uit het gesproken woord — niet overgenomen.
Leemte: Handgeschreven marge-aantekening op blad C-01 grotendeels onleesbaar ('op de boer v.d. Vlaamse poort / navraag don familie / Sleeuw').

→ deze halte in het leesboek

C2 — GROTE MARKT, N° 39 : DEN EZEL

Grote Markt 39 · Den Ezel · L'Ane

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 39, het laatste huisnummer van de Markt. Late Italiaanse barok: drie bouwlagen met de drie hoofdbouworden (Dorisch/Ionisch/Corinthisch), twee traveeën, halsgevel in zandsteen met pilasters, balusters, vazen en dorpels; geveltop met tweelicht, festoenen, vleugelzuiltjes en bolornamenten. Het uithangbord met de (naar links kijkende) ezel is verdwenen; het was in 1737 nog te zien op een gravure van De Rons. Geschiedenis: verwoest bij het bombardement van augustus 1695; voorgevel gerestaureerd in 1699 en een tweede maal in 1916 (Gobertange-, Euville- en blauwe hardsteen).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

Volgens René DE CLERCQ is de muziekspelende ezel Alliboron (naar Apuleius' Metamorphoses en Nazari's Della trasmutatione metallica, 1569) een gewilde anomalie (vgl. Chartres, Aulnay): de profaan, de oningewijde leerling-tovenaar die 'malfait' is — zoals wij allemaal — en de opdracht heeft beter te worden. Het is een dubbele waarschuwing en rebus: wie zich zonder inwijding met deze wetenschap inlaat, wachten catastrofen (vgl. koning Midas met de ezelsoren). De ezel keert de rug naar de hoorn des overvloeds (C1) en kijkt naar de Grote Markt: om een 'gouden ezel' te worden moet hij eerst de hele reeks beproevingen doorstaan — de initiatieke ommegang van de Grote Markt — en op rozen kauwen (ouroboros). Nr. 39 als laatste huisnummer betekent: hier moet men beginnen. Het huis verwijst bovendien letterlijk naar de Sint-Niklaaskerk (B).

laatste huisnummer van de Grote Markt, en hier moet men beginnen!— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-01 (Symboliek)
hij is "malfait" (zoals wij allemaal) en heeft de opdracht om beter te worden— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-01 (Symboliek)
Verwijst ook naar St. Niklaas (B, F6): letterlijk op te nemen: ga naar de St. Niklaaskerk— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-02 (Symboliek)
Ezel keek met zijn gezicht naar de Boterstraat en met zijn achterste naar de Grote Markt.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk C, nr. 39
SPIEK-15 geeft René's eigen rekensom waarom 39 het laatste nummer is: 5 blokken x 7 huizen = 35 (waarvan 4 in de zijstraten), 1 blok van 5 en 1 blok van 1 = 41, min 3 (dubbele huizen) plus 1 (huis zonder nummer) = 39.
Bronverwijzingen van René: SSB 81 & 242; SRB 10; SHB 54; SAM 205.
Leemte: In het citaat over de rozen staat een onzeker gelezen passage: 'moet hij [krauwen op rozen [?]]' — lezing onzeker in het handschrift/typoscript.

→ deze halte in het leesboek

C3 — GROTE MARKT, N°38: SINTE BARBARA, voorheen DE GECROONDE RONCHE

Grote Markt 38 · Sinte Barbara (voorheen De Gecroonde Ronche) · Sainte Barbe

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 38. Eenvoudige Italiaanse barokstijl: drie bouwlagen, twee traveeën, klokgevel in natuursteen met mooie nok. Centrale borstwering met uitbeelding en opschrift van de huisnaam: Sinte Barbara met zwaard in de ene en kelk in de andere hand, naast een toren met drie verdiepingen en drie vensters; geveltop met centraal rondboogvenster onder driehoekig fronton met jaartal 1696. Geschiedenis: bombardement en vernieling in augustus 1695, wederopbouw 1696, restauratie 1918 (arch. F. Malfait); het huidige beeld van Sinte Barbara is een moderne interpretatie uit 1945.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

In René DE CLERCQs lezing is Barbara de patrones van de alchemisten (zij beschermt tegen explosies): een uitnodiging aan de adept (C2) om de athanoor — bij uitbreiding de drieledige oerstof — aan te steken onder de smeltkroes. De toren aan haar voet staat voor de oven van de alchemisten.

patrones van de alchimisten (beschermt tegen explosies); uitnodiging voor Adept (C2) om athenoor (bij uitbreiding de 3-ledige oerstof) aan te steken onder de smeltkroes— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-02 (Symboliek)
Toren aan haar linker voet = "a tenor", symbool voor de oven van de alchemisten.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk C, nr. 38
Op deze fase moet je je oven aansteken.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk C, nr. 38
Bronverwijzingen van René: SHB 54; SGP 16; SAM 205; SSB 243; geschiedenis: BDE.
De decemberleidraad voegt toe dat de oven hard hout (eik) nodig heeft — een vooruitwijzing naar het volgende huis (Den Eyck).

→ deze halte in het leesboek

C4 — GROTE MARKT, N°37: DEN EYCK

Grote Markt 37 · Den Eyck · Le Chene

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 37: linkerkant van een dubbelhuis (samen met Het Vosken, nr. 36). Italiaanse barokstijl, drie bouwlagen, linkerhelft van 2 x 2 traveeën en van een gemeenschappelijke lijstgevel; borstweringen met getorste balustrades, cartouche met AN/NO/16/96, bloemmotieven, gebogen fronton. Gevelreliëf: een eik op een heuvel, de stam naar boven gespleten. Geschiedenis: eerste vermelding 1590; vernield bij het bombardement (1695), herbouwd 1697; restauratie voorgevel 1883 (arch. P.V. Jamaer); deur en uitstalraam 1947.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

Voor René DE CLERCQ is de gespleten eik 'de holle boom': het tonnetje waarin de oerstof geplaatst wordt om te rotten — tegelijk de oerstof zelf (het 'zout') en de athanoor of oven (Al Tannur, de ton). Het dubbelhuis is de smeltkroes: de oerstof moet gemengd worden met het volgende huis (C5, de zwavel).

de smeltkroes: de oerstof moet gemengd worden met het volgende (C5)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-02 (Symboliek)
"de holle boom" = soort tonnetje waarin de oerstof geplaatst wordt om ze te laten rotten = de oerstof zelf (het "zout") = de athenoor (de oven) (Al Tannur, de ton)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-02 (Symboliek)
In dit brandend eikenhout moet je je a-tenor, smeltkroes opwarmen.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk C, nr. 36 en 37
In de geschiedenistabel staat 'AUG1595 bombardement en vernieling' — kennelijke tikfout van René voor augustus 1695.
Handgeschreven noteerde René hier '(Konny Café Aroma)': het pand was rond 2000 het koffiehuis Aroma (Grand Place 37); een reclamefolder ervan is als bron ingevoegd (blad C-07).
Bronverwijzingen van René: SRB 10; SHB 54; SAM 205; SGP 16; SSB 248 [sic — reeks elders 243].

→ deze halte in het leesboek

C5 — GROTE MARKT, N°36: HET VOSKEN, vroeger DE SAMARITAEN

Grote Markt 36 · Het Vosken (vroeger De Samaritaen) · Le Petit Renard

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 36: rechterkant van het dubbelhuis met Den Eyck (nr. 37). Italiaanse barokstijl, drie bouwlagen, rechterhelft van 2 x 2 traveeën en van de gemeenschappelijke lijstgevel; borstweringen met getorste balustrades, cartouche met AN/NO/16/96, bloemmotieven, gebogen fronton. Het gevelbeeld toont een vosje dat in de richting van Den Pauw (C6) loopt. Geschiedenis: eerste vermelding 1590; vernield bij het bombardement (1695), herbouwd 1698; restauratie voorgevel 1884 (arch. P.V. Jamaer); deur en uitstalraam 1947.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQ leest de vos als woordspeling: Vulpis = PULVIS — de zwavel met zwavelgeur, ook de duivel (geheimzinnige werking) of de bok. Het dubbelhuis is de smeltkroes: de zwavel (metalloïd) moet gemengd worden met de oerstof van het vorige huis (C4). Het lopende vosje wijst de weg naar de volgende halte (C6).

Vulpis = PULVIS (zwavel met zwavelgeur) ook: de duivel (geheimzinnige werking) of de bok (zwavelgeur)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-03 (Symboliek)
de smeltkroes: de zwavel (metalloïd) moet gemengd worden met het vorige (C4)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-03 (Symboliek)
Dier met speciale geur, stinkt naar zwavel. VULPES, omgedraaid SEPLUV = woordspeling op het woord SULFER.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk C, nr. 36 en 37 (Het Voske)
In de geschiedenistabel staat 'AUG1595 bombardement en vernieling' — kennelijke tikfout van René voor augustus 1695.
Bronverwijzingen van René: SHB 54; SAM 205; SGP 17; SSB 243.
Leemte: Handgeschreven aantekening boven de titel ('sulun [?]') onzeker gelezen.

→ deze halte in het leesboek

C6 — GROTE MARKT, N°35: DEN PAUW

Grote Markt 35 · Den Pauw · Le Paon

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 35. Typisch Vlaams-Brussels huis uit de 17de eeuw in Italiaanse barokstijl: drie bouwlagen, drie traveeën, verdiepte borstweringen met balustrades en bloemranken; uitbeelding van de huisnaam — een pauw (volgens sommigen een haan) die zijn staart met ogen opentrekt; driehoekige frontonbekroning met centraal rondboogvenster in bandomlijsting en mooie gevelpunt (pignon). Geschiedenis: eerste vermelding 1650; vernield bij het bombardement van augustus 1695, wederopbouw 1699; restauratie van de gevel 1882 (arch. P.V. Jamaer), wijziging begane grond 1890, herbepleistering klokgevel 1984.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

Voor René DE CLERCQ (met verwijzing naar Salomo Trismosyns Aureum Vellus) tonen de 'ogen' in de pauwenstaart de veelkleurige ogen die in de smeltkroes verschijnen wanneer de oerstof (B), gemengd met zwavel (C5) en opgewarmd (C3), vordert: het teken VITRIOL — Visita Interiora Terrae, Rectificando Invenies Operae Lapidem. De eerste stap is bijna voltooid.

De oerstof (B) gemengd met zwavel (C5) en opgewarmd (C3), laat in de smeltkroes (C4) veelkleurige ogen zien = aanduiding dat het werk vordert = VITRIOL.— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-03 (Symboliek)
Visita Interioram Terrae, Rectificando Invenies Operae Lapidum— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-03 (Symboliek)
Wijst erop dat de eerste stap bijna gedaan is.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk C, nr. 35
René noteerde handgeschreven: '2000 café restaurant DE PAUW / LE PAON Tel. […].'
Volgens het Verificatierapport is de beeldtaal van 'Salomo Trismosyn' (Aureum Vellus / Splendor Solis) authentiek en historisch reëel, maar wordt de figuur Trismosin zelf door de moderne wetenschap als vermoedelijk pseudoniem beschouwd — René's verwijzing is dus naar een betwiste auteursfiguur.
Bronverwijzingen van René: SRB 10; SAM 205; SHB 54; SGP 17; SSB 243-244.

→ deze halte in het leesboek

C7 — GROTE MARKT, N°34: DEN HELM, vroeger VLEESHUYS

Grote Markt 34 · Den Helm (vroeger Vleeshuys) · Le Heaume

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 34, hoekhuis (hoek Vlees- en Broodstraat). Eenvoudige Italiaanse barokstijl met de drie bouworden (Dorisch/Ionisch/Corinthisch), drie bouwlagen plus insteekverdieping, drie traveeën, halsgevel; ruime kelderverdieping met bakstenen tongewelven. Borstweringen met halfverheven beeldhouwwerk: links trekken zes naakte kinderen blazend een harnas uit het vuur, rechts stellen zes naakte kinderen een helm op een trofee; getorste balustrade, tweeledige top met verguld festoen en driehoekig fronton met siervaas. Geschiedenis: 1350 Vleeshalle; vernield bij het bombardement van augustus 1695, wederopbouw 1700 (arch. P. Van Dievoet); wijzigingen zijgevel 1837 en 1879; algemene restauratie 1919 (arch. F. Malfait, beeldhouwer F. Huygelen).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

In René DE CLERCQs lezing besluit dit huis de eerste stap: de smeltkroes moet afkoelen — ludus puerorum, kinderspel, zoals de spelende putti tonen. Het verkregen product is 'het staal der filosofen': een vast coagulaat dat de zaadkiemkrachten van oerstof en zwavel nog bevat, maar tot koude materie moet afkoelen. Met verwijzing naar Salomo Trismosyn: de eerste stap is volbracht — de stap van wapengod Mars. René's marginale notitie voegt toe dat de natuur dit werk zelf dient en de adept weinig hoeft te doen.

De smeltkroes moet afkoelen, ludus puerorum— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-04 (Symboliek)
"Het staal der filosofen": het verkregen produkt (coagulaat, stolsel, sediment) is vast en bevat nog de zaadkiemkrachten eigen aan de gebruikte substanties (oerstof en zwavel), maar moet afgekoeld worden tot een koude materie (cfr. Salomo Trismosyn: de eerste stap is volbracht: de stap van wapengod Mars)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-04 (Symboliek)
links: 6 naakte kinderen trekken blazend een harnas uit het vuur, rechts 6 naakte kinderen stellen een helm op een trofee— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk C, blad C-04 (Beschrijving)
Aan het einde van elke stap wijst een teken aan het laatste huis naar de volgende halte; hier gaat de zoeker over naar de tweede stap (groep D, Sublimatio): 'Je moet nu naar wit = KWIK' (decemberleidraad).
Bronverwijzingen van René: SHB 54; SAM 205; SSB 244; geschiedenis: BDE.
Leemte: Geen geo-coördinaat: geo_spiek.json bevat geen code C#7 (zie groepsnoot over de mogelijke samentrekking van C4/C5 tot één punt).
Leemte: Handgeschreven marge-aantekeningen op blad C-04 grotendeels onleesbaar ('naar de prov[incie?] weg / don familie / Vermeulen').

→ deze halte in het leesboek

D — De Noordoostgroep: Grote Markt N°20 tot 28

D1 — GROTE MARKT, N°20: DEN HEERT

Grote Markt 20 · Den Heert · Le Cerf-Volant

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 20, hoekhuis (Heuvelstraat/Grote Markt). Halsgevel in natuursteen (Euvillesteen), vier bouwlagen en twee traveeën, vereenvoudigde Italiaanse barokstijl; rechthoekige deur met huisnaam, summiere geveldecoratie (siervazen, pseudo-boogfronton), cartouches met HEERT/CERF en ANNO/1710. Zijgevel van drie traveeën met reliëf van een gebeeldhouwd hert in een onmogelijke, bijna vliegende houding, dat het woud in vlucht (holle boom op de voorgrond), achtervolgd door een hond. Geschiedenis: 1390 gebouwd; 1650 verbouwing met stenen topgevel; na het bombardement van augustus 1695 herbouwd (arch. J. Vanden Eynde, gevel 1710); 1896 volledige reconstructie van de voorgevel in Euvillesteen en herbouw van de zijgevel (arch. Adolf Samyn).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

Het vluchtende hert is voor René DE CLERCQ het kwikzilver van de alchemisten (cervus fugitivus, cerf volant en servus fugitivus), attribuut van Mercurius en vrouwelijk principe van het Grote Werk: 'dit is zeker alchemie'. Het kwikzilver staat klaar om gemengd te worden met het filosofisch staal uit de eerste stap (C7), maar zit nog verscholen in Mercurius en kan zo niet paren met Mars — het moet eerst gesublimeerd worden. Het kwikzilver is ook de slavin van de alchemist, die door hem in de smeltkroes gemanipuleerd wordt.

Kwikzilver (cervus fugitivus, cerf volant en servus fugitivus); attribuut van Mercurius— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-01 (Symboliek)
dit is zeker alchemie! Het kwikzilver (vrouwelijk principe) staat klaar om gemengd te worden met het filosofisch staal (cfr. C7). maar het zit nog verscholen in Mercurius, en kan zo niet paren met Mars. Eerst sublimeren— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-01 (Symboliek)
1970 — Paul de Saint Hilaire heeft hier een ware revelatie: heert = alchimistisch kwikzilver (cervus fugitivus)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-01 (Geschiedenis)
René vermeldt in de geschiedenistabel zelf de sleutelrol van Paul de Saint Hilaire (1970) voor de duiding van dit huis.
Bronverwijzingen van René: SRB 10; SHB 54; SGP 20; SAM 205-206; SSB 244; geschiedenis: BDE.
Leemte: Handgeschreven marge-aantekening op blad D-01 over de Heuvelstraat en een 'perron' grotendeels onleesbaar (vergelijkbare notitie op blad D-06).

→ deze halte in het leesboek

D2 — GROTE MARKT, N°21: JOZEF of SINT JOZEF

Grote Markt 21 · Jozef of Sint Jozef · Joseph

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 21: rechterhelft van een dubbelhuis (samen met Anna, nr. 22). Late barokstijl, eenvoudig, weinig Italiaanse invloed, typisch Brussels; voorgevel in natuursteen, drie bouwlagen plus insteekverdieping, rechter twee van vier traveeën; cartouche met huisnaam onder een schelp; rechterdeel van de tweeledige top en rechterhelft van het driehoekig bekroond fronton. Geschiedenis: 1390 gebouwd; 1650 herbouwd met stenen topgevel; 1680 eigendom van een Brussels meester-metselaar; na het bombardement van augustus 1695 in 1700 herbouwd met lijstgevel; 1896 reconstructie met Euvillesteen en hardsteen van Ecaussinnes (arch. Adolf Samyn).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

Sint Jozef staat bij René DE CLERCQ voor de zwavelachtige materie na de calcinatio — het mannelijke principe ('staal', vgl. C7) — gehuwd met Sint Maria en dus schoonzoon van Sint Anna. In de smeltkroes moeten mannelijk en vrouwelijk principe op onnatuurlijke wijze gemengd worden: incest mag niet, tenzij 'in fantaisie' — dat wil zeggen gesublimeerd, zoals Nicolas Flamel aanbeveelt: maak er eerst gas van.

Sint Jozef = Zwavelachtige materie na de Calcinatio = gehuwd met St. Maria = schoonzoon van St. Anna— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-01 (Symboliek)
incest mag niet, tenzij in fantaisie (sublimatie), zoals Nicolas Flamel, die zegt: sublimeer ! (maak er eerst gas van)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-02 (Symboliek)
Ze moeten beide gasvormig worden en dan is de conjunctie geen incest meer.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk D, nr. 21 en 22
De decemberleidraad behandelt nr. 21 en 22 (Jozef en Anna) samen als één halte; René's typoscript behandelt ze als aparte units D2 en D3 onder één dubbelhuisgevel — René's nummering gevolgd.
Bronverwijzingen van René: SHB 34; SGP 20; SAM 206; SSB 244-245; VMS 241, N°97.

→ deze halte in het leesboek

D3 — GROTE MARKT, N°22: ANNA of SINTE ANNA

Grote Markt 22 · Anna of Sinte Anna · Anne

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 22: linkerhelft van het dubbelhuis met Jozef (nr. 21). Late barokstijl, eenvoudig, weinig Italiaanse invloed, typisch Brussels; voorgevel in natuursteen, drie bouwlagen plus insteekverdieping, linker twee van vier traveeën; cartouche met huisnaam onder een schelp; linkerdeel van de tweeledige top en linkerhelft van het driehoekig bekroond fronton. Geschiedenis: 1390 gebouwd; 1651 herbouwd met stenen topgevel; 1680 eigendom van de Brusselse meester-metselaar Vanden Eynde; na het bombardement van augustus 1695 in 1701 herbouwd met lijstgevel; 1897 reconstructie met Euvillesteen en hardsteen van Ecaussinnes (arch. Adolf Samyn).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

Sinte Anna is bij René DE CLERCQ het kwikzilver — het vrouwelijke principe (vgl. D1) — en de schoonmoeder van Sint Jozef. In de smeltkroes moet zij op onnatuurlijke wijze gemengd worden met het mannelijke 'staal' (Jozef, vgl. C7): Mars (met zwavel) is klaar, Venus moet nog gesublimeerd worden met kwikzilver (Mercurius). Ook hier: incest mag niet, tenzij in fantaisie — sublimeer, zoals bij Nicolas Flamel.

Sinte Anna = kwikzilver = schoonmoeder van St. Jozef— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-02 (Symboliek)
Mars (met zwavel) is klaar, Venus moet gesublimeerd worden met kwikzilver (Mercurius)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-02 (Symboliek)
Anna is het kwik en Joseph is het zwart.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk D, nr. 21 en 22
Zie D2: in de decemberleidraad worden Jozef en Anna als één halte behandeld; René's aparte nummering (D2/D3) is gevolgd.

→ deze halte in het leesboek

D4 — GROTE MARKT, N°23: DEN ENGEL, vroeger DEN OLIJFBOOM

Grote Markt 23 · Den Engel (vroeger Den Olijfboom) · L'Ange

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 23. Italiaanse barokstijl: vier bouwlagen plus insteekverdieping, drie bouworden, drie traveeën, voorgevel van natuursteen; begane grond met winkelpui. Afbeelding van een engel met een zwaard in de rechterhand en een naar het centrum doorwegende balans in de linkerhand, tussen twee maskers (mannelijk rechts, vrouwelijk links); de details van de engel zijn verdwenen maar nog te zien op een schilderij in het museum. Jaartal 1697; geveltop met centraal spiegelboogvenster, bekroond driehoekig fronton en siervazen. Geschiedenis: 1390 gebouwd; 1520 eigendom van de kloosterzusters van de abdij van Vorst; 1527 herbouwd; 1591 opgekocht door G. De Roovere; na het bombardement van augustus 1695 in 1697 herbouwd en verhoogd (arch. Willem De Bruyn); 1896 reconstructie met klokgevel (arch. Adolf Samyn); 1957 winkel Neuhaus.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

De engel is voor René DE CLERCQ een etherisch hermafrodiet wezen dat naar de gasachtige, gesublimeerde toestand verwijst: 'staal' (Mars, mannelijk) en kwikzilver (Mercurius, vrouwelijk) moeten eerst verzwakt worden door een hevig vuur of 'wielvuur' (vgl. D5: 16 uren). Volgens de stand van de balans moet het vuur aangestoken worden (zwaard) met 50% meer zwavel dan kwikzilver, of 50% minder kwikzilver dan zwavel. De conjunctie (E) is het doel; het huis verwijst ook naar de tweede verhitting bij het Fortuyn (G7).

etherisch hermaphrodiet wezen, verwijzend naar de gasachtige (gesublimeerde) toestand: "staal" (Mars) (het mannelijk principe) en kwikzilver (Mercurius) (met vrouwelijk principe) moeten eerst verzwakt worden door een hevig vuur of "wielvuur" (in enkele uren)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-03 (Symboliek)
afbeelding van engel, een zwaard in de rechter hand, een balans doorwegende naar het centrum in de linker, tussen 2 maskers, een mannelijk rechts, een vrouwelijk links— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-03 (Beschrijving)
Het sublimeren, het vergassen van iets stelt men voor door een vogel maar ook door een engel.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk D, nr. 23
De decemberleidraad zegt bij dit huis 'Herman Teyrlinck heeft in dit huis gewoond'; volgens René's typoscript hoort Teirlinck bij nr. 26-27 (De Duyve, kunstwinkel van zijn ouders 1880-1910) — het typoscript is als hoofdbron gevolgd.
Bronverwijzingen van René: SGP 20; SHB 54; SAM 206; SSB 245.

→ deze halte in het leesboek

D5 — GROTE MARKT, N°24-25: DEN GULDEN BOOT, vroeger DEN KLEERMAECKER of DEN MOL

Grote Markt 24 · Den Gulden Boot (vroeger Den Kleermaecker of Den Mol; dubbelhuis nr. 24-25) · La Chaloupe d'Or

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 24-25 (dubbelhuis), gildehuis van de kleermakers. Classicerende Italiaanse barok: drie bouwlagen plus insteekverdieping, drie traveeën, imposante lijstgevel in zandsteen met centrale rechthoekige deur. Boven het portaal een ronde nis met 16 stralen en borstbeeld van Ste Barbara, patrones van de kleermakers, met een koord rondom de borsten en een diadeem met engeltje, tussen twee vazen; bel-etage met balkon, balustrade, siervazen en uitgewerkte consoles. Bekroond driehoekig fronton met chronogram (1697) en standbeeld van St. Bonifaas. Interieur met bewaarde eikenhouten balkenlaag en beschilderd barokplafond. Geschiedenis: rond 1350 twee woningen ('De Gulden Boot' en 'De Mol'); 1500 eigendom van het kleermakersgilde; na het bombardement van augustus 1695 heropbouw in 1698 (arch. Willem De Bruyn, beeldhouwer P. Van Dievoet); beeld St. Bonifaas 1699 (A. Van Dievoet); beeld Ste Barbara 1872 (G. Vande Kerckhove); restauratie 1882 (arch. P.V. Jamaer); vernieuwingen 1898 (arch. Adolf Samyn).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

De nis met 16 stralen is voor René DE CLERCQ de rota: het wiel of wielvuur dat het mannelijke en vrouwelijke principe in 16 uren tot gasvorm brengt — de athanoor moet opnieuw branden onder de (begraven) smeltkroes, met gloeikolen onder, opzij en boven, terwijl de twee principes bijeen zijn als de knoop rondom de twee vrouwenborsten van Barbara. Het topbeeld leest hij niet als St. Bonifaas maar als Basiel Valentin — met muts, wiel (wapen van Erfurt) en ontblote knie (geïnitieerd), verwijzend naar diens 'Le Char triomphal de l'Antimoine' — die wordt aangewezen door Karel Van Lotharingen (= Salomo Trismosyn) en zelf St. Niklaas (= Nicolas Flamel) aanwijst: de eerste rebus van de ommegang. In het chronogram duidt René de sartor (kleermaker) als de adept, de zaaier die het door vijandsvuur vernielde huis herstelt.

Rota = wiel, wielvuur, nodig om het mannelijke en het vrouwelijke principe tot gasvorm te brengen in 16 uren.— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-03 (Symboliek)
qUAs FUROR HOSTILIS SUBVERTERAT IGNIBUS AEDESq SARTOR RESTAURAT / PRAESIDIBUSqUE DICAT (1697)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-04 (Beschrijving, chronogram)
zoals de woeste kracht van de vijand door het vuur het huis vernielt, zo herstelt het de adept en draagt het maar aan de schepenen— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-04 (vertaling van het chronogram)
Hij wordt aangewezen door Karel Van Lotharingen (= Solomo Trismosyn) en wijst zelf St. Niklaas (= Nicolas Flamel) aan.— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-04 (Symboliek, over Basiel Valentin)
Adept = zaaier = sartor— René DE CLERCQ, handgeschreven aantekening, typoscript, blad D-04
Dubbelhuis nr. 24-25; in het veld 'huis.nr' is 24 opgenomen, de volledige nummering staat in de naam en de titel.
De decemberleidraad geeft het chronogram sterk verhaspeld weer ('QWAS FURUR BELIS OSTILIUS FELIRAT RESTORAT'); de versie uit het typoscript is aangehouden.
Volgens het Verificatierapport is 'Salomo Trismosyn' als historische figuur betwist (vermoedelijk pseudoniem); de identificatie Karel Van Lotharingen = Trismosyn en topbeeld = Basiel Valentin is René's esoterische lezing (naar de Saint-Hilaire), geen kunsthistorische consensus — de gangbare identificatie van het topbeeld is St. Bonifatius.
Bronverwijzingen van René: SSB 79-80 & 245; SGP 20-21; SRB 10; SHB 34; SAM 206; GMB 75.
Leemte: Het jaartal van Basiel Valentins boek is in het typoscript onvolledig ('Erfurt 15..').

→ deze halte in het leesboek

D6 — GROTE MARKT, N°26-27: DE DUYVE, vroeger HET SCHILDERSHUYS

Grote Markt 26 · De Duyve (vroeger Het Schildershuys; dubbelhuis nr. 26-27) · Le Pigeon

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 26-27 (opgesplitst dubbelhuis), voorheen gildehuis van de schilders. Italiaanse barokstijl met renaissancekenmerken, sober en harmonisch: drie bouwlagen plus insteekverdieping, drie klassieke bouworden, drie traveeën, centrale rondboogdeur; mascarons en voluutconsoles met acanthusbladversiering. Gevel met witte opvliegende duif uit een bloemenkrans, gehouden door twee engeltjes (verdwenen, nog te zien op een schilderij in het museum); wapenschilden van de schilders en goudsmeden; cartouches COULON en DE DUYVE tussen engeltjes; opschrift over Victor Hugo. Geschiedenis: 1390 gebouwd; 1451 gildehuis van de schilders; 1553 stenen renaissance-topgevel; na het bombardement van augustus 1695 verkocht aan arch.-steenkapper Pieter Simon (1696) en in 1697 herbouwd; 1851-1852 verblijfplaats van Victor Hugo tijdens zijn ballingschap; 1880-1910 kunstwinkel van de ouders van Herman Teirlinck; 1906 gevelrestauratie (arch. J. Segers).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

De opvliegende duif betekent in René DE CLERCQs lezing dat de materies uit de vaste toestand komen en zich nu in gasachtige toestand bevinden: de sublimatio is gelukt, het vluchtige mengsel vliegt op.

de materies komen uit de vaste toestand en bevinden zich nu in gasachtige toestand— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-05 (Symboliek)
witte opvliegende duif uit het midden van een bloemenkrans, gehouden door 2 engeltjes [verdwenen, nog te zien op schilderij in museum]— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-05 (Beschrijving)
verblijfplaats Victor Hugo tijdens ballingschap; schrijft hier Contemplations Le petit Caporal, Châtiments en enkele hoofdst. Uit Les Misérables— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-05 (Geschiedenis, 1851)
Dubbelhuis nr. 26-27; in het veld 'huis.nr' is 26 opgenomen, de volledige nummering staat in de naam en de titel.
Het typoscript bevat uitvoerige biografische excursies over Victor Hugo en Herman Teirlinck (met August Vermeylen medestichter van het Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1946); de decemberleidraad situeert Teirlinck verkeerdelijk bij nr. 23 — het typoscript is gevolgd.
Bronverwijzingen van René: SGP 21; SHB 54; SAM 206; SSB 245-246; GMB 75.
Leemte: Handgeschreven marge-aantekening op blad D-05 slechts gedeeltelijk leesbaar ('... in het vat het wel als duiven').

→ deze halte in het leesboek

D7 — GROTE MARKT, N°28: HET AMMANS-KAMERKEN, vroeger DEN GULDEN KOOPMAN en DE WAPENS VAN BRABANT

Grote Markt 28 · Het Ammans-Kamerken (vroeger Den Gulden Koopman en De Wapens van Brabant) · La Chambrette de l'Amman

Beschrijving & geschiedenis

Grote Markt nr. 28, hoekhuis (Haringstraat). Italiaanse barokstijl met de drie bouworden (Dorisch/Ionisch/Corinthisch) — volgens René het mooiste voorbeeld —, vier bouwlagen, drie traveeën; schouderboogvormige deur met de wapenschilden van Brabant en Brussel (aartsengel Michael die de duivel overwint); tweeledige geveltop met rondboogvenster, voluten, gebogen druiplijst en siervazen; zijgevel in bak- en natuursteen. Geschiedenis: 1390 gebouwd; 1500 houten voorpuntgevel; na het bombardement van augustus 1695 in 1708 herbouwd in opdracht van plateel- of faïencefabrikant Cornelis Mombaerts (arch. Jacob Walckiers); 1896 restauratie, ook van de zijgevel (arch. Adolf Samyn). Vanuit dit kamertje gaf de amman (gerechtsofficier) het teken bij executies op de Markt (zie H7).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQ leest de huisnaam als woordspeling: het Ammans-kamerken = het kamerke van 'l'amant', de minnaar — het gaskamertje waar de sublimatio of volatilisatio plaatsvindt en het amalgaam zich vormt: het paren van het mannelijke met het vrouwelijke element. Bij het gevecht tussen kwikzilver en zwavel wint het kwikzilver; de gezwavelde Mars kan nu paren met de gemercurieerde Venus. De drie bouworden duidt hij als leerling/gezel/meester. Het teken van de amman (richting Marktfontein) wijst de alchemist de weg naar de volgende stap (E, de conjunctie).

Wapenschild van de Amman (gerechtsofficier, die van hieruit het teken gaf bij executies) (zie H7) = L'amant (het paren van het mannelijk met het vrouwelijk element) in het gaskamertje, waar de sublimatio of volatilisatio— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-05 (Symboliek; zin loopt door op blad D-06)
Bij het gevecht tussen kwikzilver en zwavel wint het kwikzilver! De gezwavelde Mars kan nu paren met de gemercurieerde Venus— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-06 (Symboliek)
leerling/gezel/meester (mooiste voorbeeld)— René DE CLERCQ, typoscript, hoofdstuk D, blad D-05 (Symboliek)
De Amman heeft het sein gegeven en dit is het teken voor de alchemist waar hij naartoe moet.— Decemberleidraad ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218, hoofdstuk D, nr. 28
Herbouwjaar: het typoscript geeft 1708 (arch. Jacob Walckiers), de decemberleidraad zegt 1709 — het typoscript is gevolgd.
De decemberleidraad noemt dit huis binnen de groep '7de stap en laatste stap' (eigen doornummering 1-7 van de leidraad) en koppelt er de anekdotiek van de executies van Egmont en Hoorne en het huis De Sterre aan.
Bronverwijzingen van René: SGP 21; SHB 54; SAM 206; SSB 246; GMB 75; VMS 241, N°97.
Herbouwjaar: de getypte studie geeft 1708 (architect Jacob Walckiers), de leidraad zegt 1709. Niet verzoend; de getypte studie is hier gevolgd.
Leemte: Geen geo-coördinaat: geo_spiek.json bevat geen code D#7 (zie groepsnoot over de mogelijke samentrekking van D2/D3 tot één punt).
Leemte: Handgeschreven marge-aantekeningen op blad D-06 grotendeels onleesbaar (o.a. commentaar bij de conjunctie van Mars en Venus).

→ deze halte in het leesboek

E — Het Coninckxhuys (Broodhuis / Maison du Roi)

E1 — Het Hoofdgebouw
Beschrijving & geschiedenis

Neogotisch ('pseudo-gothisch') hoofdgebouw geïnspireerd op het stadhuis van Oudenaarde: baksteen met petit granit de Soignies en Gobertangesteen, drie bouwlagen, zeventien traveeën aan de voorgevel en vijf aan de zijgevels, verhoogde begane grond, centrale vierkante toren van vier geledingen met achtkantige lantaarn. Geschiedenis volgens René DE CLERCQ (naar BDE, Dl. IA 293-297): 1210 houten broodhalle naast de lakenhalle; 1321 eerste vermelding; 1405 wederopbouw en herinrichting als 'Kamer van Marktgelden' met gerechtshof en ontvangerij; 1511 afbraak; 1516 wederopbouw in opdracht van Keizer Karel als 'Coninxhuys' (architecten Rombaut en Antoon Keldermans e.a.); 1550 gerechtshof, administratief centrum en gevangenis (o.a. voor de graven Egmont en Hoorn); 1625 verfraaiing in opdracht van aartshertogin Isabella (chronogram 1625, patronaat van OLV van de Vrede); augustus 1695 zware beschadiging bij het bombardement; 1699 summiere restauratie (Jan Cosijn); 1767 ingrijpende restauratie tot 'Venetiaans Paleis' met fronton, uurwerk en devies; 1795 nationaal goed 'Volkshuys'; 1811 voor 3300 Fr. verkocht aan markies Paul Arconati-Visconti — aan wiens extravagante leven (sarcofaag als woon- en slaapmeubel, 'promenades brillantes' met karos en zes paarden, later een muilezel) René een lange excursus wijdt; 1817 verkocht aan Simon Pick; 1860 verkocht aan de stad; 1873 afbraak 'om een futiele reden'; 1880 'merkwaardige' wederopbouw in neogotische stijl naar Viollet-le-Duc (architect P.V. Jamaer, met beeldhouwers Samain, De Rudder, De Vigne, Dillens, Fraikin, Rousseau en Samuel); 1930 volledig opengesteld als stadsmuseum.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de naam Coninckxhuys is 'puur alchimistisch' — de Koninklijke Kunst — en verwijst vooruit naar F1 (Den Coninck van Spaignien) en naar Philaletus' L'Entrée ouverte au Palais fermé du Roy (Amsterdam 1667). Het devies van 1767, SIT PATRIAE AUREA QUAEVIS, leest hij als een 'duidelijke' verwijzing naar de alchemie: dat alles voor het vaderland goud worde.

Naam: CONINCKXHUYS met Stedelijk Museum — puur alchimistisch (De Koninklijke Kunst) verwijzing naar F1 en Philaletus: L'Entrée ouverte au Palais fermé du Roy — Amsterdam 1667— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/E.md, Page E-01 (getypte tekst, tabel Beschrijving | Symboliek)
1516 wederopbouw in opdracht van Keizer Karel van Habsburg als "Coninxhuys" (ofschoon er nooit een vorst in verbleef, alhoewel de Hertogen van Brabant Koningen van Spanje werden)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/E.md, Page E-01 (getypte tekst)
1767 meer ingrijpende restauratie "Venetiaans Paleis". Fronton met uurwerk en devies: SIT PATRIAE AUREA QUAEVIS (dat voor het vaderland alles goud worde, "duidelijke" verwijzing naar de alchimie)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/E.md, Page E-01 (getypte tekst)
Ze hebben voorgevel moeten openbreken om zijn sarcofaag uit het broodhuis te krijgen en naar Beersel over te brengen.— audit/txt/ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218.txt, sectie E (over Paul Arconati-Visconti)
Verificatie: de gangbare datering van de eerste stenen herbouw is ontwerp Keldermans 1504, bouw 1515-1536, voltooid o.l.v. Hendrik van Pede; de neogotische heropbouw door Jamaer wordt extern gedateerd 1874-1896 (bron E.md geeft 1873 afbraak / 1880 wederopbouw). Zie VERIFICATIE-rapport.
De transcriptie spelt de architect op Page E-03 'P.V. Janaer' en op Page E-04 'P.V. Jamaer'; de correcte naam is Pierre-Victor Jamaer.
In de bron staat '13APR1811 verkocht voor 3300 Fr. aan br.: [sic] markies Paul Arconati-Visconti': 'br.:' (broeder) is René's loge-aanduiding en wordt in het register niet als titel overgenomen.
De handgeschreven poortnotities op Page E-01/E-04 (familie Swerts/Sweerts en Steenweghe als poortwachters) zijn deels onleesbaar.
Over de bouwgeschiedenis lopen de jaartallen in René's bronnen uiteen van wat elders wordt gedocumenteerd: de eerste stenen herbouw wordt hier op 1516 gedateerd, elders op ontwerp 1504 / bouw 1515-1536; de neogotische heropbouw hier op 1873 (afbraak) / 1880 (wederopbouw), elders op 1874-1896. Niet verzoend.
Leemte: Handschrift Page E-01: meerdere regels over de bewaakte poort ('Domien Swerts[?]', 'Domien Steenweghe[?]') grotendeels onleesbaar — niet gereconstrueerd.
Leemte: Het Latijnse devies op Page E-05 ('A PESTE FAME ET BELLO LIBERA NOS MARIA PACIS ...') is in de transcriptie deels onzeker en wordt hier niet als vaststaand citaat opgenomen.

→ deze halte in het leesboek

E2 — De Voorgevel (met de beelden van Keizer Karel en zijn (bet-over)grootmoeder)
Beschrijving & geschiedenis

Totaal opengewerkte, rijk geornamenteerde pseudo-laat-gotische voorgevel: traceringen, 'bijna overdreven veel' beelden, pinakels en balustrades; gedrukte spitsboogvensters en drielobbige vensters tussen gebundelde colonnetten; centrale poorttravee met bordestrap en geajoureerde borstwering; uitgebouwde galerij van twee bouwlagen; opschrift ter herdenking van de slachtoffers van de hertog van Alva. Twee gevelbeelden: Keizer Karel van Habsburg en een vorstin — volgens de ene lezing Maria van Bourgondië (zijn grootmoeder), volgens de andere Isabella van Portugal (zijn betovergrootmoeder); René tekende beide afstammingslijnen uit in een stamboom-schets. Onder het pseudo-wapenschild draagt een tweekoppige adelaar de leeuw van Brabant. Verder beeldjes van koopman, heraldische leeuwen, ridders, magistraten, herauten, boog- en kruisboogschutters, hallebaardiers en 'kiekefretters'; windwijzer met brood onder kroon. 1880: 'merkwaardige' wederopbouw in pseudo-gotische stijl (P.V. Jamaer, naar Viollet-le-Duc).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de gevel toont de Conjunctio als incestueus huwelijk. Het mannelijke principe (de agent of vuuragent, Mars, de zwarte, de duivel), gezwaveld, paart 'op onnatuurlijke, incestueuze of gasvormige wijze' met het vrouwelijke principe (Venus, de patiënt, het subtiele, gesproten uit het kwikzilver, Mercurius — hier de grootmoeder). Incest is alleen toegelaten omdat de lichamen in hun 'eerste natuur' (gasvorm) aanwezig zijn. Leeuw en tweekoppige adelaar leest hij via Baziel Valentin als het mengen van het bloed van de leeuw met de tranen van de adelaar, de 'paring van de arenden' (coit des Aigles). Het onopgeloste dubbelspoor grootmoeder/betovergrootmoeder is voor René zelf onderdeel van de alchemistische pointe: het is in geen geval de echtgenote.

Het mannelijk principe (de agent of vuuragent, Mars, de zwarte, de duivel), gezwaveld, paart op onnatuurlijke, incestueuze of gasvormige wijze met het vrouwelijke principe, Venus, de patient of het subtiele, gesproten uit het kwikzilver, Mercurius, de aartsengel, hier de grootmoeder) (cfr. D2 en D3). Incest is enkel toegelaten (omdat hij deze bevochting de lichamen in hun "eerste natuur" (gasvorm) aanwezig. [sic]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/E.md, Page E-03 (getypte tekst, kolom Symboliek)
Pseudo-wapenschild met leeuw (van Brabant) onder (supportant) tweekoppige adelaar — cfr. Baziel Valentin: Vooraf moet men het bloed van de leeuw mengen met de tranen van de adelaar. Paring van de arenden (coit des Aigles) — SGP 24; SHB 54; SAM 206-207; SSB 247— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/E.md, Page E-04 (getypte tekst, rubriek 'Keizer Karel')
* Isabella v. Portugal? / (betovergrootmoeder v K. Karel) / of Maria v Bourgondië? / (grootmoeder v K Karel)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/E.md, Page E-16 (handschrift René, bij detailfoto vrouwelijk gevelbeeld)
het is niet de vrouw van Keizer Karel, ofwel is het zijn moeder ofwel zijn grootmoeder.Verwijzing naar conjunctie als incest, ref. Anna en Jozef. [sic]— audit/txt/ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218.txt, sectie E
Splitsingskwestie 'E2b': de getypte tekst opent op Page E-04 een eigen rubriek 'Keizer Karel' (pseudo-wapenschild, Baziel Valentin-citaat, dakbeeldjes, geschiedenis 1880) tussen E2 en E3. In sommige andere bewerkingen is die passage als aparte unit 'E2b' afgesplitst. Dit register volgt René's EIGEN nummering E1-E4 en houdt de Keizer Karel-passage binnen E2 (de voorgevel).
De identificatie van het vrouwenbeeld is ook bij René onbeslist: zijn stamboom-schets op Page E-03 markeert twee mogelijke lijnen ('1e mogelijke grootmoeder' / '2e mogelijke betovergrootmoeder'); de december-leidraad zegt 'ofwel zijn moeder ofwel zijn grootmoeder' — onderling niet consistent. Het onderschrift bij de bronfoto (Page E-13) luidt 'Les noces du roi et de la reine.'
Symboliek is René's lezing (naar de Saint-Hilaire/Valentin), geen kunsthistorische consensus.
De identificatie van het vrouwenbeeld — Maria van Bourgondië (grootmoeder van Keizer Karel) of Isabella van Portugal (betovergrootmoeder) — blijft ook in René's eigen aantekeningen onbeslist: zijn stamboomschets houdt beide lijnen open, en de leidraad zegt op zijn beurt weer 'ofwel zijn moeder ofwel zijn grootmoeder', wat onderling niet strookt. Niet verzoend. Zeker staat voor de redactie alleen dat het niet de echtgenote van Keizer Karel is.
Leemte: Het citaat over het incest-huwelijk bevat in de bron een verhaspelde slotzin ('omdat hij deze bevochting...') — letterlijk overgenomen met [sic], niet stilzwijgend verbeterd.
Leemte: Handschrift-krabbel in de rechtermarge van Page E-03 ('mogelijk "(de betovergrootmoeder)"') is onzeker gelezen.

→ deze halte in het leesboek

E3 — De Zijgevels
Beschrijving & geschiedenis

De bron geeft slechts één regel beschrijving: de zijgevels (vijf traveeën) zijn gelijkaardig opgevat als de hoofdgevel.

Gelijkaardig opgevat als de hoofdgevel— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/E.md, Page E-04 (getypte tekst, E3)
De symboliek-kolom bij E3 is in de bron leeg; conform 'liever leeg dan fout' wordt hier geen symboliek toegeschreven.
Leemte: De rubriek 'Geschiedenis' onder E3 is in de bron leeg gebleven.
Leemte: De handgeschreven notities bij E3 ('1000- in 't ordon[?]', poortwachters Swaerts/Steenweghe, 'E3 DSK') zijn deels onleesbaar en niet te duiden.

→ deze halte in het leesboek

E4 — Interieur: Het Stedelijk Museum
Beschrijving & geschiedenis

Rondgang door het museum zoals René DE CLERCQ hem noteerde. Gelijkvloers links, de 'Profetenzaal': fontein 'De Dry Maegdekens', triptiek 'De IV gekroonden' (met de melkspuitende OLV) en de originele profetenbeelden uit de stadhuistoren. Gelijkvloers rechts, de 'Retabelzaal': P. Breughels 'De Bruyloftstoet' (let op de monsterkoppen langs de weg) en het retabel van Saluces. In de vestibule een maquette van de toren van de Sint-Niklaaskerk (1714). Eerste verdieping: twee schilderijen van de Ommegang van 1615 (kopieën; originelen in Londen en Madrid) die de huizen van de Grote Markt vóór 1695 documenteren; kantwerkzaal met Brusselse kunstnijverheid (ceramiek, waaronder 18de-eeuwse groenteschotels, en goudsmeedwerk); aan de muren F.J. De Roos (1737-1749) met schilderijen van huizen van de Grote Markt (o.a. Het Broodhuys en De Wolvinne). Tweede verdieping: de kostuums van Manneken Pis (cfr. J8).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de Profetenzaal (Dry Maegdekens, De IV gekroonden) bevat maçonnieke symbolen; de Retabelzaal met Breughels monsterkoppen staat voor de materia prima. 'De IV gekroonden' verwijst naar de operatieve Brusselse loge van de Vier Gekroonden, waarin ook Willem de Bruyn was aanvaard (cfr. GROEPEN p.06).

Gelijksvloers, links: "Profetenzaal": Fontein "De Dry Maegdekens"; triptiek "De IV gekroonden" (+melkspuitende OLV) originele beelden van profeten (uit de toren van het stadhuis) — maç. symbolen (maçonnieke symbolen)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/E.md, Page E-04 (getypte tekst, tabel E4)
Gelijksvloers, rechts: "Retabelzaal": P. Breughel: De Bruyloftstoet bemerk de monsterkoppen langs de weg; retabel van Saluces (kerk van Ste. Maria) — materia prima— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/E.md, Page E-04 (getypte tekst, tabel E4)
E / Het Museum / Triptiek "De IV gekroonden" / detail de melkspuitende OLV— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/E.md, Page E-18 (handschrift René)
De koppeling Vier Gekroonden-loge / Willem de Bruyn staat in de Saint-Hilaire-vertaling (GROEPEN p.06) en is als context toegevoegd; de museumtabel zelf zegt enkel 'maç. symbolen'.
Symboliek ('materia prima', maçonnieke duiding) is René's lezing.
Leemte: Handgeschreven notities bij E4 ('lamp[?] de [?] de poort', 'enorme toren', 'klein kerkje[?]') zijn deels onleesbaar.
Leemte: Voor de museuminrichting geeft de bron een momentopname (incl. verouderde ticketprijzen op Page E-20); actuele indeling niet uit de bronnen te halen.

→ deze halte in het leesboek

F — De Westgroep: Grote Markt N° 1 tot 7 en Gulden Hoofdstraat N° 1

F1 — Den Coninck van Spaignien of Het Bakkershuys
Beschrijving & geschiedenis

Ruime, imposante woning van zeven traveeën, doorlopend in de Boterstraat; Euvillesteen en blauwe hardsteen, drie bouworden (dorisch/ionisch/corinthisch), centrale deur in rondboogomlijsting. Verguld borstbeeld van de H. Aubertus, bisschop van Kamerijk en patroon van de bakkers (beeldhouwer J. Lagae), met chronogram 1697; medaillons van de Romeinse keizers Marcus Aurelius, Nerva, Decius en Trajanus; tweede chronogram 1697 en borstbeeld van koning Karel II van Spanje met gouden kroon, laurier en twee vastgebonden Turkse slaven. Op het dak zeven beelden: Hercules (Kracht), de vier elementen, Minerva (Wijsheid) en als windwijzer de vergulde Victoria met trompet, verwijzend naar het rechtover staande huis 'De Faam' (Schoonheid); dakkoepel iets achteruit. Geschiedenis: 1250 Serhuyghsstoen; augustus 1695 totaal vernield; 1702 heropgebouwd in Italiaanse hoogbarok ('Italo-Flamand', architect-beeldhouwer Jan Coseyns); 1750 opgedeeld, eenheid van koepel verdwenen; 1900 reconstructie (architect A. Samyn) met nieuwe beelden (V. Rousseau, Isidoor De Rudder); 1952 interieur ingericht als taverne; 1983 verstevigingswerken.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: relais met het Broodhuys/Coninckshuys (E) via de bakkers en de Koning; de drie bouworden als de drie graden van de alchemist; het geheel als speculatieve interpretatie van de Koninklijke Kunst. In het borstbeeld ziet René niet de H. Aubertus maar Albertus De Grote, de alchemist die het Livre des metaux schreef. De koepel is de athanoor waarin het amalgaam (in gasvorm) gerealiseerd is; de twee geketende slaven tonen dat de twee principes, mannelijk en vrouwelijk, in de smeltkroes gedomineerd zijn en als slaven de wil van de alchemist volgen. Dak-programma: met Wijsheid (Minerva) zoeken en met Kracht (Hercules) werken om uit de vier elementen — vergassen door vuur, vervloeien door koude lucht, overgaan van vloeibaar naar vast — als overwinning de Schoonheid te bereiken. Ook een verwijzing naar Santiago de Compostella (de korte weg) en vooruit naar F6.

Chronogram HIC QUANDO VIXIT MIRA IN PAVPERES PIETATE ELUXIT (1697) (let op hier blonk hij tijdens zijn leven uit door zijn mededogen met de armen)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-01 (getypte tekst)
2° chronogram HAEC STATVIT PISTOR VICTRICIA SIGNA TROPHAEI QUO CAROLUS PLENA LAUDE SECUNDUS OVAT (1697) (hier plaatste de opwekker van de overwinning de tekenen van de trofee die Karel II met volle lof toejuicht)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-01 (getypte tekst)
Albertus De Grote: een bekend alchimist schreef Livre des metaux, waarvan Nicolas Flamel schrijft, dat men het moet lezen! — SSB 248— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-01 (getypte tekst, kolom Symboliek)
Niet H. Aubertus maar— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-01 (handschrift René, marge rechts bij 'Albertus De Grote', met pijl)
het amalgaam van mannelijk en vrouwelijk principe is de smeltkroes is gelukt: de 2 principes zijn gedomineerd; als slaven; volgen zij de wil van de alchimist [sic]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-01 (getypte tekst, kolom Symboliek)
St Aubert v. Kameryk / of St. Albertus Magnus— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-19 (handschrift René, bij foto borstbeeld)
Verificatie: de conventionele identificatie van het borstbeeld is wél Sint-Aubertus (patroon der bakkers; beeld van Jules Lagae). René's herlezing als Albertus Magnus is een bewuste esoterische herinterpretatie — zijn standpunt, geen feitencorrectie (VERIFICATIE-rapport).
De december-leidraad bevestigt: borstbeeld Karel II op de tweede verdieping; oorspronkelijk beeldhouwwerk en vermoedelijk ontwerp Jan Cosijn; reconstructie 1900-1902 door Adolphe Samyn; borstbeeld Aubertus van Jules Lagae.
Symboliek (drie graden, athanoor, slaven als gedomineerde principes) is René's lezing, met zijn eigen bronsignaturen SGP 28; SHB 55; SAM 207; SSB 247-248; VMS 241 N°97; GMB 74.
Leemte: Handgeschreven annotatie bovenaan Page F-01 '( HVISN¹⁹/¹ )' is niet ontcijferd.
Leemte: Het getypte dak-programma loopt over de paginagrens ('Hercu-/les') en bevat verhaspelingen; volgorde van de zeven dakbeelden deels onzeker.

→ deze halte in het leesboek

F2 — Den Cruywaghen of Het Vettewariërshuys
Beschrijving & geschiedenis

Italiaanse barokstijl ('Italo-Flamand') met drie bouworden in vier zeer picturale bouwlagen; vier traveeën, centrale deur (nr. 2) en linkerdeur (nr. 3). Twee cartouches met toegewende kruiwagens en ertussen een engeltje dat uit de muil van een monster komt; opschriften ''T VETTEWARIERSHUYS' en 'DEN CRUYWAGHEN'; barokcartouche AN/NO/16/97. Op de nok in een nis: Sint-Gillis, patroon van de vettewariërs, onder een gouden schelp met zeven stralen tussen twee vuurpotten. Geschiedenis: 1365 oprichting gilde van de vettewariërs; 1439 vermeld als houten huis; 1644-1645 stenen gildehuis; augustus 1695 grote stukken voorgevel gespaard, o.a. het beeld van St. Gillis; 1696 heropbouw (architect J. Cosyn); 1820 bepleistering en verwijdering decoratie; 1912 restauratie met nieuw St. Gillis-beeld (J. Van Hamme); 1945 aanpassing benedenvensters en deur (architect P.J. Desmedt).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de 'kruiwagens' hebben niets met kruiwagens of vettewariërs te maken ('dubbele bodem'): het zijn metalen onderstellen om de smeltkroes met de gasachtige lichamen uit de athanoor en het vuur te halen. Tegelijk is dit het beginpunt van de weg naar Santiago de Compostella, waar de 'korte weg' werd gevonden, bekendgemaakt door Nicolas Flamel; René noteert bij St. Gillis ook pelgrimsattributen ('St Gillis (+ St Jacob)').

Metalen onderstelen gebruikt om smeltkroes in uit het vuur te halen (niets te maken met kruiwagens of met vettewariërs: dus dubbele bodem); hier moet de smeltkroes met de gasachtige lichamen uit de athenoor gehaald worden [sic]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-02 (getypte tekst, kolom Symboliek)
Beginpunt van de weg naar Santiago de Compostella, waar de "korte weg" werd gevonden, bekend gemaakt door Nicolas Flamel— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-02 (getypte tekst, kolom Symboliek)
= instrumenten in metaal / om gloeiende smeltkroezen / uit 't vuur te halen— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-21 (handschrift René, bij detailfoto kruiwagen-cartouches)
St Gillis (+ St Jacob)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-02 (handschrift René, marge rechts bij Geschiedenis)
De bron vermeldt onder Geschiedenis zowel '1695 sloping en wederopbouw in steen' als '1694 uitbreiding van bijgebouw achterin' vóór 'AUG1695 bombardement' — de jaartallenreeks is daar intern verward; overgenomen zonder harmonisatie.
Symboliek is René's lezing (bronsignaturen SGP 28; SHB 55; SAM 207; SSB 249-250).
Leemte: Handgeschreven marge links op Page F-02 ('wis 3 [?] ... Sleehus') is grotendeels onleesbaar.

→ deze halte in het leesboek

F3 — Den Sack
Beschrijving & geschiedenis

Italiaanse barokstijl, drie bouworden, vier bouwlagen (de drie onderste sober, de bovenste overladen), vier traveeën. Uithangbord: een persoon houdt een zak open waarin (of waaruit) een ander iets steekt of haalt, tussen twee wijnranken. Overvloedige versiering: vuurpotten, fries met engelenkopjes, schelp, bloemen- en vruchtenranken, postamenten met werktuigen van schrijnwerkers en kuipers, cariatiden; oculus onder gevelsteen met jaartal 1697; topgevel in zandsteen; op de nok een equatoriale zonnewijzer (sphère armillaire) met passer. Geschiedenis: 1365 oprichting gilde van de schrijnwerkers; 1444 eerste vermelding; 1644 verfraaiing; augustus 1695 vernieling met behoud van stukken voorgevel; 1697 heropbouw (architect Antoon Pastorana; beeldhouwers H. Merkaert en P. Van Dievoet); 1720 beschildering; 1855 restauratie geveltop (Ch. Van Oemberg); 1882 herstelling cariatiden (E. Geirnaert); 1912 restauratie (J. Segers); 1938 verbouwing (E. Boudewijns).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: opnieuw een 'dubbele bodem' — de zak heeft niets met de schrijnwerkers te maken maar betekent verzegelen, hermetisch afsluiten: het inkleden in was ('luteren'), het 'in den zak steken' (mettre en vase clos); de smeltkroes is volledig omsloten. De twee wijnranken: de eerste het witte (vergaste oerstof met kwikzilver), de tweede het rode (vergaste oerstof met zwavel). Zonnewijzer en passer leest hij als vrijmetselaarsemblemen. Hier, in het Westen, vindt het gevecht met de engel in de smeltkroes plaats, en heeft de adept een overzichtelijke kijk op de Grote Markt; verwijzing naar groep G: 'begeef u van het Westen naar het Oosten langs de gebruikelijke weg'.

Uithangbord: Een persoon houdt een zak open (niets te maken met de schrijnwerkers verzegelen, hermetisch afsluiten) dus terug een dubbele bodem [sic]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-03 (getypte tekst)
1° rank = het witte (vergaste oerstof met kwikzilver); 2° rank = het rode (vergaste oerstof met zwavel)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-03 (getypte tekst, kolom Symboliek)
[Hier wij in het Westen verenigd, waar het gevecht met de engel (in de smeltkroes plaats vindt en waar men een overzichtelijke kijk heeft op de Grote Markt. [sic]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-03 (getypte tekst)
ideaal uitgangspunt voor overzicht / kijkpunt (= in het westen)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-03 (handschrift René, marge rechts boven)
verwijzing naar de groep G "begeef u van het Westen naar het Oosten langs de gebruikelijke weg"— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-03 (getypte tekst, kolom Symboliek)
René's handschrift op Page F-23 herhaalt: 'uitkijkpunt voor het ensemble'.
De december-leidraad vult de bouwgeschiedenis aan: Pastorana behield de eerste twee verdiepingen van het barokgebouw uit 1646; sculpturen ('versteend houtsnijwerk') door Peter van Dievoet; een wereldbol met kompas bekroonde het geheel.
Symboliek is René's lezing (bronsignaturen SGP 26; SHB 55; SAM 207; SSB 249; VMS 241 N°97).
Leemte: De getypte zin over het gevecht met de engel is in de bron syntactisch onaf (openende haak zonder sluiting) — letterlijk overgenomen.
Leemte: Regel 'waaren (of waaruit) een ander persoon iets insteekt (of uithaalt)' is in de bron zelf al als alternatief geformuleerd.

→ deze halte in het leesboek

F4 — De Wolvinne of Cruysboogschuttershuys
Beschrijving & geschiedenis

Volgens René een van de mooiste gildehuizen van het ensemble; Italiaanse barok, vier bouwlagen, symmetrisch, drie traveeën. Zijdeuren met ijzerbeslag en initialen S.A. (St. Antonius) en S.S. (St. Sebastiaan), patroons van de boogschutters. Boven de centrale rondboogdeur zoogt de wolvin de naakte tweeling Romulus en Remus, tegen een boslandschap met halfleeg vloeiende vaas. Op postamenten Apollo's lier en pijlkoker; vier vrouwenbeelden met dier en devies (De Tweedracht, De Vrede, het wegnemen van het masker, De Waarheid met het open boek); entablement met FIRMAMENTUM IMPERII / INSIDIAE STATVS / SALUS GENERIS HUMANI / EVERSIO REPUBLICAE; medaillons van de keizers Trajanus, Tiberius, Augustus en Caesar (J. Herain); halfverheven Apollo die een pijl schiet op Pytho (J. Pollard). Op de nok rijst de fenix uit zijn as tussen twee vlampotten, met chronogram (1691). Geschiedenis: 1340 eerste vermelding; 1396 huis van de kruisboogschuttersgilde; 1641 stenen voorgevel; 1690 na brand heropgebouwd (architect Pieter Herbosch); augustus 1695 als enige voorgevel volledig gespaard; 1698 heropbouw (Herbosch); 1793 revolutionairen verwijderen fenix en beeldhouwwerk; 1853 nieuwe fenix (E. Marchand); 1890 algemene restauratie (P.V. Jamaer, beeldhouwer J. Herain).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: 'ware encyclopedie van de coagulatio'. De wolvin is de rebis, het mercuriaal sap genaamd lupus: het vrouwelijke principe (mercuur) geanimeerd door het mannelijke (zwavel), beide van eenzelfde stam, nu vloeibaar geworden tot een homogeen gecoaguleerd lichaam. Het wordt in twee delen verdeeld: uit de smeltkroes de Azoth (voor rectificatie, 'om de andere te wassen', zie G5), in de smeltkroes de Laiton (voor de elixirbereiding, zie J1). De vier vrouwenbeelden lezen de bewerking stap voor stap: de vlam wordt van de smeltkroes weggetrokken (tweedracht), de vluchtige stoffen worden stil en stollen (vrede), het beschermmasker tegen de vuurgloed mag af en zwavel wordt toegevoegd, en de waarheid ligt in het boek van Pythagoras. Apollo die Pytho doodt: het serpent, gegroeid uit het bederf van het slijk van de aarde, wordt overwonnen door ons vuur, gelijk aan de zon; de fenix ('est rené') is het symbool van de gelukte coagulatie — ook het huis zelf werd driemaal wederopgebouwd. Tevens relais van H7 (het hondje boven 't Serclaes).

Rechts: trekt een fakkel weg; wolvin DICORDIA LONGE (de tweedracht is lang) / Tweede: draagt een bundel; 2 duiven PAX SIT (het weze vrede) / Derde: neemt een masker weg; vos HINC FVLSVM (hier is de zwavel) / Links: toont open boek met EST=EST/NON=NON; arend HIC VERVM (het is=het is/neen=neen arend dit is de waarheid) [sic]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-04 (getypte tekst)
rebis = mercuriaal sap, genaamd lupus — ware encyclopedie van de coagulatio— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-03 (getypte tekst, kolom Symboliek bij F4)
Nok: De fenix rijst uit zijn as (est rené) in een vuurgloed tussen 2 vlampotten— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-05 (getypte tekst)
COMMBVSTA INSIGNIOR RESVRREXI EXPENSIS SEBASTIANAE GVLDAE (1691) (Ik ben de dorde Fenix die na het dorde vuur in glorie opsta, vervangen door: na mijn verbranding zal ik beroemd opstaan ten koste van de Gilde van St. Sebastiaan) [sic]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-05 (getypte tekst)
1 = rechts = trekt fakkel weg ; symb. wolvin / DISCORDIA LONGE [longa] = de tweedracht is lang— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-32 (handschrift René, analysenota De Wolvinne)
De getypte tekst spelt 'DICORDIA LONGE' en 'HINC FVLSVM'; René's eigen handschrift (Pages F-04 en F-32) corrigeert naar 'DISCORDIA LONGE [longa]' en 'fVlSVM'. De gangbare lezing van het derde devies is HINC FALSUM ('weg van hier, leugen') — René leest er bewust 'hier is de zwavel' in (Falsum/Fulsum-woordspel, cfr. C5 en F6): zijn lezing, geen feit.
De Saint-Hilaire-vertaling (GROEPEN p.06) bevestigt: na het bombardement van 1695 stond aan de westzijde alleen nog de gevel van 'De Wolvin' recht.
Onder Geschiedenis 1878 noteert de bron een biografische passage over Paul Emile Janson; het verband met het huis is in de bron niet geëxpliciteerd.
Symboliek is René's lezing (bronsignaturen SGP 28-29; SHB 55; SAM 207 & 210; SSB 249-250; SRB 10).
Leemte: Beeldhouwer van de vier vrouwenbeelden is in de bron onzeker: 'M. De Vos of J. Herain'.
Leemte: Het eerste, vervangen chronogram (STVPES QVOD TERTIO CINIS GLORIOSIOR EXSVRGO PHOENIX SVM, gemarkeerd '(vergewen)' [sic]) is in de bron verhaspeld overgeleverd.
Leemte: Handschrift 'De gulden vacht'-marge ('die nu [?] gulf [?] / verwerken [?]') onleesbaar.

→ deze halte in het leesboek

F5 — Den Hooren of Het Schippershuys, vroeger: Den Berg
Beschrijving & geschiedenis

Late barok met rococokenmerken; drie bouwlagen plus insteekverdieping, drie traveeën. Centraal reliëf: beslagen en gesnoerde hoorn met de monding naar links (windrichting); ingediepte pilasters met vlampotten en siervazen; ster met acht stralen, zon en maan; geveltop gewelfd als de achtersteven van een fregatschip. Platform met visvangende Triton tussen twee bereden zeepaarden met op schelpen blazende ruiters (Godfried De Vreese); topbekroning met medaillon van Karel II van Habsburg tussen de vier winden (P. Braecke), zeelui en dolfijnen, en daarboven het wapenschild van Spanje tussen gulden vlies en heraldische leeuwen (Gebrs. Geyers). Geschiedenis: 1250 eerste vermelding als 'in den Berg'; 1379 eigendom van de schippersgilde; 1434 vestiging van de gilde; 1568 houten voorgevel; 1641 heropbouw; augustus 1695 enkel benedenbouw gespaard; 1703 wederopbouw (architect Antoon Pastorana); 1865 bewoond door Charles Baudelaire; 1900 wederopbouw van de top en restauratie (architect Adolf Samyn, beeldhouwer Godfried De Vreese) met vergulding.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de hoorn is de blaasbalg (soufflet) — de alchemist als 'souffleur' blaast een stroom koude lucht op de smeltkroes om de gasvormige en vloeibare materie te fixeren; de vier winden op de achtersteven beelden dat ventileren uit. De ster ('Lucifer of ster van de zee') is het visje remora dat een fregatschip in volle vaart kan tegenhouden: het vaste residu dat zich aan het oppervlak van de vloeibare materie vormt en de delen door fixatie stopt (het precipitaat dat komt bovendrijven); zon en maan staan voor goud en zilver. Met verwijzingen naar Nicolaas Flamel en Salomo Trismosyn ('Aureum Velleus').

de blaasbalg (soufflet); alchimist = "souffleur", die een stroom koude lucht blaast op de smeltkroes; de gefixeerde gasvormige en vloeibare materie— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-05 (getypte tekst, kolom Symboliek)
Lucifer (of ster van de zee = visje remora, dat een fregatschip in volle vaart kan tegenhouden = vast résidu zich vormend van de oppervlakte van de vloeibare materie en de gasvormige en vloeibare delen stoppend door fixatie) zon en maan (goud en zilver, delicile metalen) vaste stof, die vanuit de vloeibare toen naar boven komt drijven (precipitaat) [sic]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-06 (getypte tekst, kolom Symboliek)
1865 bewoond door Charles Baudelaire, ernstig verslaafd aan absinth en opium— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-06 (getypte tekst, Geschiedenis)
Verificatie-context: 'Salomo Trismosin' is als historische auteur betwist (wellicht pseudoniem; Splendor Solis/Aureum Vellus grotendeels compilatie van oudere bronnen). De beeldtaal die René gebruikt is authentiek; de figuur zelf onzeker (VERIFICATIE-rapport).
De getypte regel 'Ster met 8 stralen, zon en maandag' bevat kennelijk 'maandag' voor 'maan' — in de kern stilzwijgend als 'maan' samengevat, citaat niet opgenomen.
De december-leidraad schrijft de scheepsachtersteven-vormgeving toe aan meester-timmerman Antoon Pastorana en dateert Samyns renovatie 1899-1902.
Symboliek is René's lezing (bronsignaturen SHB 55; SGP 28-29; SAM 207).
Leemte: Handschrift-marges op Page F-06 ('1° in 2° verzelt [?]') en de FR-spiekbriefjes (SPIEK-24) zijn grotendeels onleesbaar.
Leemte: Geschiedenisregel '1899 geveltop: centraal ornament opvallend sober' staat in de bron zonder verdere duiding.

→ deze halte in het leesboek

F6 — In den Vos
Beschrijving & geschiedenis

Typisch Vlaams-barokke stijl met Louis XIV-motieven; drie bouwlagen plus insteekverdieping, vier traveeën, laat-barokke halsgevel van zandsteen. Deurdorpel met opschrift IN DEN VOS en vergulde vos erboven; atlanten (E. Lefevre); taferelen van het kramersambacht: naakte kinderen ('amours' of cupidootjes) die linnen en passementerie wassen; ionische pilasters met vijf beelden — Afrika, Europa, Azië en Amerika (Julien Dillens) rond de Gerechtigheid (P. Comein); fries met stralende zon en banderol PONDERE ET MENSURA (VMS 241, N°97); festoen en kariatiden met druiven, korenaren, bloemen en een Gulden Vlies (E. Geirnaert); centrale gevelsteen 1699; geveltop met gebogen fronton en vuurpotten (A. Verhulst); rondboogvenster onder cartouche DIVO NICOLAO — de H. Niklaas van Myra, patroon van de marktkramers, met boek in de hand (J.A. Laumans; deels verdwenen), tussen twee vlamzuilen. Geschiedenis: 1300 eerste vermelding; 1425 eigendom van de kramersgilde; 1645 verbouwing; augustus 1695 enkel de onderste verdieping gespaard; 1704 voltooiing wederopbouw (bouwmeester Jan Van Nerven, beeldhouwers Marc De Vos en Jan Van Delen); 1769 gevelrestauratie; 1883 restauratie (P.V. Jamaer).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de vos is de zwavel (cfr. C5 'In het Vosken'): hier moet rode verpulverde zwavel (le soufre phylosophiale [sic]) toegevoegd worden om het precipitaat te bevorderen — zijn handschrift maakt er het drievoudige woordspel VULPIS = PULVIS (poeder) = SULPUR (zwavel) van. De wassende kinderen zijn het ludus puerorum: wat grijs was (de Laiton) moet nu wit gewassen worden door de Azoth, de 'was van de filosoof' (maagdenmelk) — de natuur doet dit werk zelf, de adept moet weinig tussenkomen (naar Salomo Trismosyn, Traité cinquième). De Sint-Niklaas op de gevel is voor René een rebus voor Nicolaas Flamel (Livre des figures hieroglyphiques, Parijs 1612), die wijst naar Karel van Lotharingen (= Salomo Trismosyn, H5), terwijl de H. Bonifaas (= Basile Valentin, D5) naar hem wijst: de eerste van de drie elkaar aanwijzende alchemisten. PONDERE ET MENSURA ('weeg en meet') en de verwijzing naar groep G kondigen de volgende, gevaarlijke fase aan.

zwavel (cfr. C5 "In het Vosken"); hier moet rode verpulverde zwavel (le soufre phylosophiale) bijgevoegd worden om het precipitaat te bevorderen. [sic]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-06 (getypte tekst, kolom Symboliek)
Ludus puerorum: de natuur doet dit werk zelf, de adept moet niet veel tussenkomen— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-07 (getypte tekst, kolom Symboliek)
met S Niklaas naar Nicolaas Flamel, met mijter en boek Livre des figures hieroglyphiques, Parijs 1612 wijzend naar Karel van Lotharingen (= Salomo Trismosyn) (H5) en waarnaar gewezen wordt door de H. Bonifaas (= Basile Valentin (D5): 1° rebus)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-07 (getypte tekst, kolom Symboliek)
Vos = VULPIS / = PULVIS = poeder / = SULPVI = solfer [zwavel]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-43 (handschrift René, bij detailfoto vergulde vos)
hier: kinderen wassen linnen én passementerie = Witte werk !— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-44 (handschrift René)
PONDERE ET MENSURA (weeg en meet)— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-07 (getypte tekst)
Verificatie-context bij de drie wijzende figuren: de identificaties Flamel / Basile Valentin / Trismosin zijn esoterische lezingen; de reguliere kunstgeschiedenis identificeert de beelden anders (St. Niklaas, St. Bonifatius, de landvoogd Karel van Lotharingen). 'Trismosin' is als historische figuur betwist (VERIFICATIE-rapport).
De december-leidraad noemt voor de wederopbouw 1699 de bijdragen van Jan van Delen, Cornelis van Nerven en Marc de Vos 'zonder verdere duidelijkheid over hun respectieve bijdragen'; de transcriptie geeft 'Jan Van Nerven' en dateert de voltooiing 1704.
geo_spiek.json bevat voor F6 (F#6) geen spiekbriefje-verwijzing.
Leemte: Geschiedenisregel '1646 AUG1695 bombardement...' bevat in de bron een jaartal-verhaspeling (1646 vs. 1695) — niet geharmoniseerd.
Leemte: De voornaam-discrepantie Jan Van Nerven (transcriptie) vs. Cornelis van Nerven (december-leidraad) is niet beslecht.

→ deze halte in het leesboek

F7 — Het Gulden Hooft (Gulden Hoofdstraat, N° 1)
Beschrijving & geschiedenis

Drie bouwlagen, drie traveeën; lijstgevel in zandsteen met platte bandversiering en gebogen fronton. Verguld, stralend mensenhoofd met — als de Gerechtigheid — in de ene hand een geheven zwaard en in de andere een balans (zie ook de voorgevel van F6), met listel PONDERE ET MENSURA (weeg en meet). Geschiedenis: 1500 eigendom van de bakkersgilde; 1650 heropbouw; augustus 1695 vernieling; 1695 verkoop aan de stad; 1751 Academie voor Schilder-, Bouw- en Tekenkunst; 1938 restauratie met toegevoegde decoratie. René opent de unit programmatisch: hier is de alchemie tot in een straatnaam doorgedrongen.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: het sluitstuk van de Coagulatio. Na verder blazen en afkoelen wordt het mengsel steeds vaster en droger; de eindfase is de precipitatie op de bodem van de smeltkroes van een kristallijne stof — het 'gouden hoofd', de 'roste kop' — zo vast dat zij aan het gewelddadigste vuur weerstaat. Tegelijk klinkt de waarschuwing: vanaf hier wordt het Werk gevaarlijk (verwijzing naar G1 en G2); men moet nauwkeurig wegen en meten, en zich 'van het Westen naar het Oosten langs de gebruikelijke weg' begeven.

Hier is in een straatnaam de alchemie doorgedrongen.— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-07 (getypte tekst, inleiding F7)
na verder blazen en afkoelen wordt het mengsel steeds maar vaster en droger. De eindfase is de precipitatie op de bodem van de smeltkroes van een kristallijne stof (gouden hoofd, de roste kop), zo vast, dat zij weerstaat aan het gewelddigste vuur [sic]— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-07 (getypte tekst, kolom Symboliek)
WAARSCHUWING: vanaf hier wordt het gevaarlijk! Verwijzing naar G1 en G2— audit/src/Transcripties (ontcijferd)/F.md, Page F-08 (getypte tekst, kolom Symboliek)
geo_spiek.json bevat geen F#7-record: F7 heeft daardoor geen GPS-koppeling. Bovendien loopt de F-coördinatenreeks (F#1 t/m F#6) van zuid naar noord, terwijl de huisnummers 1→7 op het terrein van noord (hoek Boterstraat) naar zuid (hoek Gulden Hoofdstraat) lopen; mogelijke spiegeling van de reeks — ter plaatse te verifiëren vóór publicatie.
De Saint-Hilaire-vertaling besluit gelijkluidend: 'Hier, zoals wordt aangegeven door het beeld dat een zwaard en een weegschaal draagt, wordt het Werk of de Weg gevaarlijk!...' (GROEPEN p.09).
Leemte: Page F-08 is in de scan sterk vervaagd; de architectennaam van de restauratie van 1938 is slechts als 'F. M[…]' overgeleverd.
Leemte: Geen GPS-coördinaten beschikbaar voor F7 (ontbreekt in geo_spiek.json).
Leemte: Geen leesbare handgeschreven margenotities op Page F-08.

→ deze halte in het leesboek

G — Heuvelstraat nr. 22-24 en de Oostgroep: Grote Markt nr. 15-19

G1 — De Halff Maene
Beschrijving & geschiedenis

Ligging pal oost: de richting van het Oosten (de Arabische wereld). Halsgevel in zandsteen in late Italiaanse barokstijl, met ordinerende, deels geblokte pilasters en een rijk geornamenteerd fries met bladmotieven. Centraal reliëf met medaillon: een naar links kijkende gefigureerde maansikkel in een ovale cartouche, gevormd door een gordel met gesp (ceste de Vénus), gedragen door twee engeltjes — het rechter toont de sterren tegen een open, gedoofde lantaarn; het linker gooit een handkandelaar omver, met op de achtergrond een gekruisigde vleermuis. Geveltop met druiplijst en siervaas. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ, BDE DI.IB 47): 1500 gildehuis van de gordelmakers; augustus 1695 bombardement en vernieling; 1696 wederopbouw; 1920 incorporatie in de bouw van bioscoop 'Agora Palace' (arch. P. Hamesse), met verwijdering van de oorspronkelijke kapitelen; 1963 bouw Agoragalerij (arch. J. Vande Putte).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: het witte werk (de rectificatie) kan beginnen — Diana is de perfect wit geworden materie. Het gaat om een nieuwe zuivering, een exaltatie: cirkeltjes van verschillende kleuren vormen zich rondom de witte stof telkens zij van kleur verandert (de 'alchemistische sterren'). De blik van de maan toont de te volgen richting; de adept is van het Westen naar het Oosten gegaan langs de gebruikelijke weg (tempelkolom B). De omgegooide handkandelaar betekent dat het werk begint zonder vuur buiten de athenoor; de gekruisigde vleermuis is een waarschuwing voor de geïnitieerde: de vijfde stap is gevaarlijk voor de oningewijde (cfr. F7).

La demi-lune indique que l'« Œuvre au blanc » a commencé.— Frans onderschrift bij door René DE CLERCQ verzameld fotomateriaal, G.md p. G-08
Het witte werk begint hier— Handgeschreven notitie van René DE CLERCQ, G.md p. G-08
Diana is de perfect wit geworden materie— Getypte symboliek-kolom, G.md p. G-01
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SGP 32; SHB 55; SAM 208; SSB 252-253.
Spiekbriefje-koppeling: geo_spiek.json wijst 'note_09' aan G1 toe; pagina SPIEK-09 in SPIEK.md bevat echter de getypte tabel van de ZESDE stap (groep H), niet van G1. De inhoudelijke koppeling is dus onzeker (mogelijke misassignatie in geo_spiek.json).
Leemte: De GPS-coördinaat uit geo_spiek.json (50.84636, 4.35305) is identiek aan die van G2 en ligt geografisch eerder aan de zuidrand van de markt dan in de Heuvelstraat; plaatsbepaling te verifiëren ter plaatse.

→ deze halte in het leesboek

G2 — De Waege
Beschrijving & geschiedenis

Verhoogde, evenwichtige halsgevel in laat-Italiaanse barokstijl met rijke uitwerking: drie bouwlagen met de drie hoofdorden (dorisch/ionisch/corintisch), drie traveeën. Op de begane grond pilasters die eindigen op gehurkte figuren van het zwarte ras (bronterm: 'negerfiguren' [sic]) die de balkonplaat ondersteunen. Booglijst met putti en een weegschaal, waarvan de rechterschaal zwaarder doorweegt dan de linker. Op de bovenste verdieping een barokcartouche met het jaartal MDCCIV (1704); tweeledige, sierlijk afgewerkte geveltop. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ, BDE DI.IB 47-48): 1500 typisch Vlaams-Brabants burgershuis; augustus 1695 bombardement en vernieling; 1705 heropgetrokken — wint de wedstrijd voor de wederopbouw; 1890 restauratie in Euville- en Gobertangesteen (arch. P.V. Jamaer); 1986 gevelreiniging en verstevigingswerken.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: de gehurkte dragende figuren tonen dat het zwarte werk perfect geslaagd is als basis voor de verdere bewerkingen (het witte werk). De weegschaal leert dat de rectificatie een nauwkeurige weging vereist van (1) het heuveltje precipitaat uit de voorgaande bewerkingen (coagulatio), het 'gulden hoofd' (F7 en G4), en (2) het te transmuteren metaal (lood? zilver?) dat moet worden 'ingezet' (opgeofferd) (G3).

De hele kunst zit hem in het gewicht en de verhoudingen van de stoffen, die moeten vergast worden— Getypte symboliek-kolom, G.md p. G-02
balkonplaat ondersteund door een persoon van het zwarte ras— Handgeschreven notitie van René DE CLERCQ, G.md p. G-11
Het zwarte werk is perfect geslaagd als basis voor verdere bewerkingen— Handgeschreven notitie van René DE CLERCQ, G.md p. G-11
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SHB 55; SAM 208; SGP 32; SSB 253.
In de geschiedenislijst staat de regel '1501 AUG1695 bombardement en vernieling'; het jaartal 1501 is vermoedelijk een typografisch artefact in de bron.
Verzameld fotomateriaal (G.md p. G-09): 'Heuvelstraat nr. 24. Z.g. «De Wage» (1704). Opname door E. Fierlants ca. 1862. (S.A.B., I.F., F 1344)'.
Spiekbriefje-koppeling: geo_spiek.json wijst 'note_11' aan G2 toe; pagina SPIEK-11 behandelt echter Tinnen Pot, Wintmeulen en Fortuyne (G5-G7). Inhoudelijke koppeling onzeker (mogelijke misassignatie).
Leemte: Handgeschreven marge-annotaties op G.md p. G-02 ('1000 staat centrale [?] / naar de poort [?] van Brussel [?] / van Romulus / van Coudenbergh [?]' en het cijfer '19' naast een uitroepteken) zijn gedeeltelijk onleesbaar; betekenis onbekend.

→ deze halte in het leesboek

G3 — De Borsse
Beschrijving & geschiedenis

Eerste gevel van het huizencomplex De Hertogen van Brabant: zeven gildehuizen samengevoegd tot één monumentaal, pleinwandvormend geheel in classiciserende barokordonnantie (italo-vlaamse stijl), ingeplant in het zuidoosten, aan de kant van de 'Haut de la Ville'. Het complex telt drie bouwlagen, 19 traveeën (de zes middenste onder fronton), drie dubbele (gejumeleerde) bordestrappen met gekoppelde rechthoekige deuren, 19 ingediepte pilasters met kapitelen die als consoles fungeren voor borstbeelden van de hertogen van Brabant, en een zolderverdieping in de stijl van Palladio. De Borsse zelf (Italiaanse barokstijl) deelt een dubbele bordestrap met nr. 18 en toont een ronde cartouche — één verdieping hoger geplaatst dan die van nr. 18 — met een volle beurs met onbekende inhoud, afgesloten door een dubbele koord en omringd door twee lauriertakken (takken van Apollo); daarnaast een cartouche met ANNO / 1698 en een fronton met fruit- en bloemenkorven. Geschiedenis complex (naar René DE CLERCQ, BDE DI.IA 408-410): 1150 Meynaertsteen; 1250 verkaveling en bebouwing; 1440 onteigening voor de verruiming van de Grote Markt; 1594 aaneenschakeling van getrapte geveltoppen door de gilde 'De Vier Gekroonden'; augustus 1695 bombardement — alles weg; 1696 verkoop/verhuur door de stad op voorwaarde van één gesloten geheel volgens plan (arch. Willem De Bruyn), met hulp van Henegouwse steenhouwers (Lisade, Winecq); 1706 afwerking; 1720 borstbeelden (beeldh. J. Huens); 1770 fronton (arch. L.B. Dewez, beeldh. P.J.A. Ollivier); 1793 borstbeelden verwijderd door de Republikeinen; 1824 bordestrappen met gietijzeren leuningen; 1851 hermaken borstbeelden; 1881 globale restauratie (arch. P.V. Jamaer); 1892 verguldings- en polychromeerwerken; 1987 grondige restauratie. De Borsse: 1696 verkoop door de stad aan A. De Vleesschauwer.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: na de weging (cfr. G2) zijn de twee materies te mengen; de cartouche is een schaal van de weegschaal. De cartouche staat één verdieping hoger dan die van nr. 18: er is drie keer minder te transmuteren metaal (zilver?) te nemen dan precipitaat uit de voorgaande bewerkingen (zie F7 en G4). Wat er in de volle beurs zit — zilverstukken? zilver? metaal? brons? tin? de te transmuteren materie (waarschijnlijk het mannelijk principe)? — is de meest onbekende bewerking: het blijft geheim. Het reliëf in het boogveld van het driehoekig fronton van het complex leest hij als 'Overvloed gebracht door de Vrede' of 'Herstel van handel en industrie'.

Meest onbekende bewerking: blijft geheim— Getypte symboliek-kolom (nadruk in origineel), G.md p. G-03
ANNO / 1698— Opschrift cartouche, G.md p. G-03
LA BOURSE • LA COLLINE • LE POT D'ETAIN / LE MOULIN A VENT • LA FORTUNE • L'ERMITAGE— Gedrukt opschrift op verzameld fotomateriaal van de gevelwand 'La Maison des Ducs de Brabant', G.md p. G-12
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SHB 55; SAM 208; SGP 32; SSB 253.
Op het fotomateriaal (G.md p. G-12/G-13/G-15/G-19) noteerde René DE CLERCQ eigenhandig de mapping: 'G3 De Borsse • G4 Het Heuvelken • G5 Den Tinnen Pot • G6 Den Wintmeulen • G7 De Fortuyne' plus 'De Cluyse H1 / De Roem H2' — het complex overspant dus de groepsgrens G/H.
De decemberleidraad bevestigt: zeven huizen (nrs. 13-19) vormen één geheel naar ontwerp van stadsarchitect Willem de Bruyn; wijzigingen ca. 1770 naar ontwerp van Laurent-Benoît Dewez; de huidige borstbeelden zijn reconstructies uit de negentiende eeuw.
Leemte: De inhoud van de beurs blijft ook in Renés eigen tekst uitdrukkelijk een open vraag ('blijft geheim'); geen invulling toevoegen.

→ deze halte in het leesboek

G4 — De Heuvelkens (Het Heuvelken)
Beschrijving & geschiedenis

Italiaanse barokstijl; deelt de dubbele bordestrap met nr. 19. Deur met rechts bovenaan het steenhouwersmerkteken W P van Pieter Winecq, meester-steenhouwer van Feluy en Soignies. Ovale cartouche — één verdieping lager dan die van nr. 19 — met drie witte heuveltjes met vegetatie aan de voet; erboven een Sint-Jacobsschelp en een bord met winkelhaak, hamer, truweel en waterpas; fronton met fruit- en bloemenkorven. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ): 600 opstekende zandbank in moerasgebied; 1441 gehuurd door de metsersgilde 'De IV Gekroonden' (steenkappers, operatieve metselaars, schaliedekkers); 1690 Willem De Bruyn — geïnitieerd in Italië, operatief metselaar, alchimist, architect aan het hof, raadslid van de stad Brussel — lid van de 'Vier Gekroonden'; augustus 1695 bombardement en vernietiging; 1696 opnieuw gehuurd door de gilde; 1697 Willem De Bruyn wordt 'Oppertoeziener' (contrôleur général) van de heropbouwwerkzaamheden van de Grote Markt, met Antoon Pastorana als voornaamste adjunct; 1720 in gebruik door de linnenwevers, de St. Niklaasnatie en de St. Jansnatie; jaar 3 (1795) openbaar verkocht door de Fransen.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: de drie witte heuveltjes zijn vruchtbare, wit gewassen aarde — het opgevangen precipitaat na de coagulatie (F7). De cartouche staat één verdieping lager dan die van nr. 19: men neme drie keer méér precipitaat (zie F7) dan te transmuteren metaal (zilver?) (zie G3). Het steenhouwersmerk toont dat de Henegouwse steenkappers hulp leveren aan de Brusselse. De Sint-Jacobsschelp verwijst naar Nicolas Flamel (Santiago de Compostela). Het bord met winkelhaak, hamer, truweel en waterpas leest hij als teken dat hier de operatieve loge van de Grote Markt zetelt (VMS 241, N°97).

Hier is de operatieve loge van de Grote Markt— Getypte symboliek-kolom, G.md p. G-04 (met verwijzing VMS 241, N°97)
Vruchtbare aarde, wit gewassen = het opgevangen precipitaat na de coagulatie— Getypte symboliek-kolom, G.md p. G-03
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SHB 55; SAM 208; SGP 32-33; SSB 253-254.
De zetel van de gilde 'De Vier Gekroonden' was volgens de complexgeschiedenis (G.md p. G-02) in nr. 18 gevestigd.
geo_spiek.json wijst aan G5 (code G#4) 'note_10' toe, terwijl pagina SPIEK-10 juist G1 t/m G4 behandelt (met als laatste item '4. DE HEULTER KRUIS (n° 18) — 3 witte heurettfes' = De Heuvelkens); de spieknote-nummering voor groep G is dus niet eenduidig aan de units te koppelen.

→ deze halte in het leesboek

G5 — Den Tinnen Pot
Beschrijving & geschiedenis

Deur met steenhouwersmerk LISSE; deelt de dubbele bordestrap met nr. 16. Cartouche met ANNO 1697. In een bladerkrans een smalle tinnen pot met een afgesloten deksel; eenvoudig rondboogvormig fronton. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ): 1440 gehuurd door de metsersgilde 'De IV Gekroonden' (beeldhouwers, schrijnwerkers); jaar 3 (1795) openbaar verkocht door de Fransen.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: na de weging moet aan het precipitaat van de twee materies een vloeistof worden toegevoegd. De tinnen pot is de smeltkroes die de materie bevat; het tin staat voor het oplossend kwikzilver. De inhoud zou de maagdenmelk kunnen zijn — een van de twee delen van het mercuriaal sap, opzijgezet voor de coagulatie (cfr. F4) — ofwel zuiver water. Men weet het niet: het grote geheim wordt niet medegedeeld (en het heeft niets te maken met de schrijnwerkers).

Het grote geheim wordt niet medegedeeld— Getypte symboliek-kolom (cursief in origineel), G.md p. G-04
Ce « pot d'étain » rappelle la composition d'un alliage.— Frans onderschrift bij door René DE CLERCQ verzameld fotomateriaal, G.md p. G-23
wat zit er in = het grote geheim— Handgeschreven spiekbriefje van René DE CLERCQ, SPIEK.md p. SPIEK-11 ('5. TINNEN POT (n° 17)')
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SHN 55 [vermoedelijk SHB 55]; SGP 33; SAM 208; SSB 254.
Handgeschreven marge-annotatie naast de G5-symboliek (G.md p. G-04): 'Cuitre [?] / andere deel [?] / B70TM [?]' — moeilijk leesbaar, deels onleesbaar.
Spiekbriefje-koppeling: geo_spiek.json wijst 'note_10' aan G5 toe, maar pagina SPIEK-10 behandelt G1-G4; de inhoudelijk passende pagina voor G5 is SPIEK-11. Mogelijke misassignatie in geo_spiek.json.
Leemte: De inhoud van de tinnen pot blijft in de bron uitdrukkelijk onbeslist (maagdenmelk / mercuriaal sap / zuiver water); niet invullen.

→ deze halte in het leesboek

G6 — Den Wintmeulen (later Het Vlaamsch Huys)
Beschrijving & geschiedenis

Italiaanse barokstijl; deelt de dubbele bordestrap met nr. 17. Op een rechthoekige steen: links een watermolen met schepraderen, in het midden een holle boom, rechts een windmolen met platform en een trap met zeven treden, achteraan een woud met een kluis. Eenvoudig rondboogvormig fronton. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ): 1696 verkoop door de stad aan Sire Jacobs van de molenaarsgilde; 1720 in gebruik genomen door de St.-Jorisgilde, later de St.-Christoffelnatie en ten slotte de handschoenmakers; jaar 3 (1795) openbaar verkocht door de Fransen; 1851 logeerde Victor Hugo hier (voor hij naar 'De Duyve' vertrok); 1909-44 zetel van een 'Vlaamsche Arbeyders Vereeniging' — vele Vlaamse werkmensen brachten 10.000 fr. samen voor de opening van deze herberg; 1917 oprichting van de eerste 'Vlaamsche Raad'; 1918 zetel van het dagblad 'Ons Vaderland' met hoofdredacteur Achilles Mussche.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: na de exacte dosering gebruikt men het toestel om te pletten en te verpulveren (mortier): precipitaat + zilver + maagdenmelk worden een mengsel en vervolgens korrels. De holle boom staat voor het preparaat in de smeltkroes in de athenoor; de windmolen verpulvert de droge, korrelige preparatie verder tot poeder en meel.

Le moulin où la matière est à broyer.— Frans onderschrift bij door René DE CLERCQ verzameld fotomateriaal, G.md p. G-24 (zelfde onderschrift in GROEPEN_FORM.md, GROEPEN p.03 bij 'Groupe Est — La rectification')
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SHB 55-56; SAM 208; SGP 33; SSB 254.
Renés biografische uitweiding over Achilles Mussche (geb. Gent 1896; dichter, onderwijzer, humanistisch rechtvaardigheidsideaal; afgezet als onderwijzer in 1919; verzet tijdens WO II; 1945 medeoprichter van het August Vermeylenfonds) is een terzijde in de bron en geen gevelsymboliek.
Het verblijf van Victor Hugo dateert René hier op 1851; elders in het corpus wordt Hugo's verblijf aan 'De Duyve' (Grote Markt 26-27) vermeld. Datum niet extern geverifieerd binnen de projectbronnen.

→ deze halte in het leesboek

G7 — De Fortuyne
Beschrijving & geschiedenis

Italiaanse barokstijl; deelt de dubbele bordestrap met nr. 14; kelder overkluisd door een tongewelf. Cartouche met RESTAURATUM 1890. Reliëf: Fortuna op een wiel met acht spaken laat uit haar hoorn (met Amalthea) zilveren muntstukken regenen op een blad met vijf petalen; errond twee bolle bomen, aan de voet een korf vol fruit en bloemen. Fronton met fruit- en bloemenkorven. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ): 1696 verkoop door de stad aan P. De Broyer; 1720 in gebruik genomen door de boogschutters, later de kousemakers, later de fruithandelaars en ten slotte de leerlooiers.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: het fortuin lacht de alchimist toe nadat hij een wielvuur van acht uur heeft laten branden (cfr. D4) — het wiel met acht spaken. Fortuna vermenigvuldigt de inzet (cfr. G3): hij kan zilver maken; het witte werk is gelukt. De adept weet bovendien — gezien de stereotiepe indeling in zeven — dat dit de laatste bewerking van de rectificatio is, ook al staat het volgende huis in hetzelfde complex.

De adept weet nu (gezien stereotiepe indeling in 7) dat dit de laatste bewerking van de rectificatio is, ofschoon het volgende huis in hetzelfde complex staat !!— Getypte symboliek-kolom, G.md p. G-05
L'effigie de la fortune, où figure la fameuse « corne d'abondance ».— Frans onderschrift bij door René DE CLERCQ verzameld fotomateriaal, G.md p. G-28
Afbeelding v.d. Fortuin waarop de bekende "Hoorn des overvloeds" voorkomt in de Rechterhand— Handgeschreven notitie van René DE CLERCQ, G.md p. G-28
RESTAURATUM 1890— Opschrift cartouche, G.md p. G-05
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SHB 56; SAM 208; SGP 33; SSB 254.
Leemte: Handgeschreven paraaf/krul met onleesbaar woord in de rechtermarge naast de Fortuna-passage (G.md p. G-05).
Leemte: geo_spiek.json bevat voor G7 geen spiekbriefje-referentie; het inhoudelijk passende spiekblad is SPIEK-11 ('7. DE FORTUYNE — LA FORTUNE — Fortuya op rad met 8 spaken ... laat zilveren munt[stukken] regenen').

→ deze halte in het leesboek

H — De Zuidgroep: Grote Markt nr. 8 tot 14

H1 — De Cluyse
Beschrijving & geschiedenis

Italiaanse barokstijl; deelt de dubbele bordestrap met nr. 15; kelder overkluisd door een tongewelf. Uithangbord: een kluis met leemdak en klokje in een bosachtig landschap met holle eik; twee monniken rechtover elkaar — de ene (St. Antonius?) met baard en het boek van de regel in de hand, de tweede steunend op een stok, met een emmer vol brood (of saturnaal antimoniaal azijn). Fronton met fruit- en bloemenkorven. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ): 1696 verkoop door de stad aan J. Vander Meulen; 1720 in gebruik door wijn- en groentehandelaars.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: de adept weet — gezien de stereotiepe indeling in zeven — dat dit huis de eerste bewerking van de fixatio is, ofschoon het deel uitmaakt van hetzelfde complex als het vorige. Het is het ogenblik van overpeinzing, afzondering, onderzoek en observatie: de eerste stap van het rode werk, met een athenoor die bewaakt moet worden. De twee monniken (moines) vormen een rebus op de regula antimonii (anti-moine): het saturnaal antimoniaal azijn, een sterk reinigingsproduct (dissolvant voor metalen). Oratorium en laboratorium ('ora et labora') mogen niet verlaten worden. De cibatie is de voeding (of het opgieten) van de steen in de smeltkroes, telkens als de klok luidt — cfr. het huis van Nicolas Flamel in de Rue de Montmorency te Parijs (zelfde symboliek).

Het streven naar goud is zeer gevaarlijk en geheimzinnig— Getypte symboliek-kolom, H.md p. H-01
ora et labora (oratorium en laboratorium) niet te verlaten— Getypte symboliek-kolom, H.md p. H-01
surveiller l'athanor 24/24— Handgeschreven spiekbriefje van René DE CLERCQ, SPIEK.md p. SPIEK-03 ('1. L'HERMITAGE')
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SHB 56; SAM 208; SGP 36; SSB 255.
Spiekbriefje note_03 komt inhoudelijk overeen met SPIEK-03 ('6 FIXATION — 1. L'HERMITAGE...'); zie ook SPIEK-08 ('1. DE CLOQUE — L'HERMITAGE (n°14)... ORA et LABORA / 1e stap v.d. rode weg').
De identificatie van de eerste monnik als St. Antonius draagt in de bron zelf een vraagteken.

→ deze halte in het leesboek

H2 — Den Goeden Naem (De Gevleugelde Faem)
Beschrijving & geschiedenis

Uiterst rechtse travee van het complex, Italiaanse barokstijl. Deur met steenhouwersmerk W P (P. Wincqz, steenhouwer te Feluy en Soignies). Op de dorpel het opschrift CRESCIT / EUNDO of CRESCIT / FUNDO ('zij groeit door te gaan' of 'zij groeit door de basis'). Driehoekig fronton met verguld beeld van een gevleugelde vrouw of engel met trompet, in de linkerhand een bladerkrans (beeldhouwer Louis Samyn; FMS 241, N°97). Geschiedenis (naar René DE CLERCQ): 1690 overbouwde gang leidend naar een binnenplaats of achterhuis; 19 januari 1863 stichting van 'La Libre Pensée' door prof. Henri Bergé, hoogleraar scheikunde — doel: het recht op een burgerlijke begrafenis, vooral voor de liberale bourgeoisie van Brussel; sterk antiklerikaal, later ook vrijzinnige werken en propaganda voor het rationalisme, met afdelingen in Leuven, Mechelen, Antwerpen, Luik en Verviers; 1881 grondige restauratie (arch. P.J. Samyn); 1885 organisatie van de 'progressieve liberalen' met de 'arbeidersligas'; 1898 beeld 'den gooden naem' [sic] (beeldh. Louis Samain).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: het steenhouwersmerk getuigt opnieuw van de hulp van de Henegouwse steenhouwers aan de Brusselse. Zij — de afgekoelde materie — groeit langs de afgekoelde weg (als een gasachtig lichaam), dankzij het wielvuur. De Faam kondigt het principe aan dat het goud enkel kan voortkomen uit het vloeibaar mengsel, en dat het einde van het Grote Werk nadert. In een handgeschreven notitie: 'Symboliek = de schoonheid'.

CRESCIT / EUNDO of CRESCIT / FUNDO— Opschrift op de dorpel, H.md p. H-01 (met Renés vertaling: 'zij groeit door te gaan of Zij groeit door de basis')
Aankondiging van het principe dat het goud enkel kan voorkomen uit het vloeibaar mengsel, en dat het einde van het Grote Werk nadert— Getypte symboliek-kolom, H.md p. H-01
Symboliek = de schoonheid— Handgeschreven notitie van René DE CLERCQ, H.md p. H-01
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SGP 36; SHB 56; SAM 208; SSB 255-256.
De beeldhouwer wordt in de bron tweemaal en verschillend gespeld: 'Louis Samyn' (beschrijving) en 'Louis Samain' (geschiedenis, 1898); de juiste spelling is binnen de projectbronnen niet beslecht.
In de bron wordt de beeldhouwer en Henri Bergé met het vrijmetselaarsvoorvoegsel 'br:.' aangeduid [sic in bron]; conform de registerregels hier weggelaten buiten citaten.
GROEPEN_FORM.md (naar Saint-Hilaire): de Faam 'beeldt ook het einde van het Grote Werk aan' en kondigt het nieuwe afkooksel aan na de reiniging met antimoon (H1).
Leemte: De lange handgeschreven notitie onderaan H.md p. H-01 ('verwijst naar het beeld en rechtover (wint-/brouwop)bauys Khuys De Comin ch v Spanje (vergulde Victoria met trompet)') is grotendeels onzeker ontcijferd; strekking — een verband met een verguld trompetbeeld aan de overzijde — niet als feit opnemen.

→ deze halte in het leesboek

H3 — De Dry Kleuren (Den Thaborberg)
Beschrijving & geschiedenis

Hoekhuis met de Hoedemakersstraat; typisch burgerhuis met drie bouwlagen en drie traveeën; verhoogde halsgevel in sobere, classicerende Italiaanse barokstijl. Begane grond in blauwe hardsteen met het opschrift AUX TROIS COULEURS. Bovenverdiepingen gecementeerd met ionische pilasters; vergulde cartouche met drie vlaggen (één recht, twee in Sint-Andrieskruis) op een ovaal veld. Tweeledige top met voluten, festoenen, sierbollen en siervaas; gepleisterde zijgevel van drie traveeën aan de Hoedemakersstraat. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ, BDE DI.IA 407-408): 600 opstijgende zandbank in moerasgebied; 1695 bekend onder de naam 'den thaborberg'; 1707 heropbouw (eigenaar Jan Baptist Vaade Putte [sic, vermoedelijk Van de Putte], arch. P. De Roy, schrijnwerker Frans Timmermans); 1750 bekend onder de naam 'de dre kleuren' [sic]; 1885 restauratie (arch. P.V. Jamaer) met Gobertange-, Euville- en Savonnièresteen.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: de Thaborberg is de plaats van de transfiguratie van Christus voor drie leerlingen — transmutatie. De bekomen vloeistof krijgt in de smeltkroes achtereenvolgens drie kleuren: wit (blank) > geel (citrien) > rood. Dat is het einde van het witte werk en het begin van het rode werk; het zijn de drie kleuren waardoor de filosofische materie moet gaan tijdens het rode werk.

AUX TROIS COULEURS— Opschrift op de begane grond, H.md p. H-02
De bekomen vloeistof krijgt in de smeltkroes achtereenvolgens 3 kleuren: wit (blank) > geel (citrien) > rood. Dat is het einde van het witte werk en het begin van het rode werk— Getypte symboliek-kolom, H.md p. H-02
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SHB 54; SAM 208; SGP 36; SSB 256.
Datumdiscrepantie: H.md geeft 1707 als heropbouwjaar; de decemberleidraad (ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218.txt) zegt 'in 1699 gebouwd voor een zekere J.B. Van de Putte door meester-schrijnwerker F. Timmermans en meester-metselaar P. de Roy'. Beide gaan op dezelfde namen terug; het jaartal is binnen de projectbronnen niet beslecht.
Spiekbriefje note_08 komt inhoudelijk overeen met SPIEK-08 ('3. DE 3 KLEUREN — (DE THABERG) — Thabor berg (12) — plaats waar Christus v[oo]r 3 leerlinge[n] zichself transfigureert').
Leemte: Handgeschreven marge-annotatie (H.md p. H-02, tweemaal): '1000 / De Kledermaeckersstraet — loopt naar de poort — den Familie Roobeleck' — eigennamen onzeker, betekenis onduidelijk; niet als feit opnemen.

→ deze halte in het leesboek

H4 — De Roose
Beschrijving & geschiedenis

Drie bouwlagen, drie traveeën; Italiaanse barokstijl met de drie bouworden (typisch); elegante en eenvoudige halsgevel met symmetrische barokordonnantie. Spiegelboogdeur met ernaast een tweetalige gevelplaat: IN 1919 WERD HIER DE NATIONALE STRIJDERSBOND GESTICHT. Cartouche met jaartal 1702. Reliëf: een rozelaarsstengel splitst zich op in drie bebladerde takken — links de knop, in het midden de open roos, rechts de opengaande roos — die uit een vaas komen. Geveltop met dubbele voluutaflijning en gebogen fronton. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ, BDE DI.1A 407): 1350 opgekocht door de stad; 1452 eigenares is Catharina Vander Rosen, dochter van Gijsbrecht; augustus 1695 bombardement en vernieling; 1702 herbouwd (arch. Jan Baptist Tsersevens); 1885 restauratie voorgevel (arch. P.V. Jamaer).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

In H.md staat onder H4 geen eigen symboliek-kolomtekst (zie leemtes). Uit Renés overige stukken: volgens de groepstekst naar Saint-Hilaire worden de drie kleuren van het rode werk 'overgaan' door de Roos, gekwekt door het bloed van Venus (GROEPEN_FORM p.10). Op het spiekbriefje (SPIEK-07) duidt René DE CLERCQ de drie rozen als 'de 3 rozen die de Engel Aliborum moet [kauwen] om mens te worden (Lucius)' — de verwijzing naar de ezel van Apuleius' Metamorfosen die door rozen te eten weer mens wordt (transmutatie geslaagd). In de symboliek van H6 heet het bovendien dat de smeltkroes 'de roos verbergt (roseau)'.

IN 1919 WERD HIER DE NATIONALE STRIJDERSBOND GESTICHT— Tweetalige gevelplaat, H.md p. H-02/H-03
De kleuren zullen overgaan worden door (4) DE ROOS, gekwekt door het bloed van Venus. [sic]— GROEPEN_FORM.md, GROEPEN p.10 (Renés vertaling van P. de Saint-Hilaire, Atlas du Mystère)
Opgestapeld wit vluchtig element ontsnapt na breken van de smeltkroes, die de roos verbergt (roseau)— Getypte symboliek-kolom bij H6, H.md p. H-05
Spiekbriefje note_07 komt inhoudelijk overeen met SPIEK-07 ('FIXATIO = POEDERVORMING — 4. DE ROOSE (n°11)...').
De decemberleidraad noemt de architect 'Jean-Baptiste 't Serstevens' en vermeldt dat tijdens WO I de 'Nationale Rantsoendienst' hier gehuisvest was; H.md spelt 'Jan Baptist Tsersevens'.
Leemte: Geen symboliek-kolomtekst onder H4 in H.md (transcriptie noteert expliciet: '[geen Symboliek-tekst onder H4 op deze pagina; loopt door op H-03]', en ook H-03 bevat geen aparte symboliek voor De Roose). De symboliek hierboven is daarom uitsluitend aangevuld uit GROEPEN_FORM.md en SPIEK-07, met bronvermelding.
Leemte: SPIEK-07-regels bij De Roose zijn deels onzeker ontcijferd ('+ Ros (+ stabel) = Pharao + Venus / wie zich [stebel?] > Plaed = Rosa'); niet bruikbaar als feit.

→ deze halte in het leesboek

H5 — Den Gulden Boom (Het Brouwershuys)
Beschrijving & geschiedenis

Evenwichtig opgebouwd huis in Italiaanse barokstijl: drie bouwlagen, drie traveeën, drie bouworden (dorisch/ionisch/corintisch). Kelderverdieping met brouwersmuseum en brouwerijinstallatie van 1650 (met beelden van St. Arnold). Begane grond met gecanneleerde zuilen, rechthoekige deur met steektrap, hoge rondboogvensters en versiering met St.-Janskruid (armoise). Bovenverdieping: zuilen met slingers van hopranken en korenaren; halfverheven beeldhouwwerk met taferelen van zes naakte kinderen die aan brouwersmensen herinneren (rollen van vaten, vaten leegdrinken) tussen twee gevleugelde dolfijnen. Opschrift MAISON DES BRASSEURS; fronton uitlopend in een plastisch uitgewerkte sokkel met leeuwen en huldebetoon aan Karel van Lotharingen; op het dak een ruiterbeeld van Karel van Lotharingen met grote ketting en het Gulden Vlies om de hals. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ, BDE DI.1A 406-407): 600 opstekende zandbank; 1250 vermelding als 'De Hille'; 1452 eigendom van de leerlooiers-huidevetters; 1470 eigendom van de tapijtwevers; 1594 voorpuntgevel in steen; 1638 eigendom van de brouwers, verbouwingen — geen verband met een 'Gulden Boom': dus dubbele bodem; augustus 1695 bombardement en vernieling; 1708 wederopbouw (arch. Willem De Bruyn; beeldhouwers Marc De Vos en P. Van Dievoet) met ruiterstandbeeld van Maximiliaan van Beieren met opvallend Gulden Vlies; 1752 nieuw ruiterbeeld (beeldh. N. Van Mons); 1852 verblijf van Gérard de Nerval, die hier 'Lorely' schrijft; 1854 restauratie van het centrale beeldhouwwerk en plaatsing van het ruiterbeeld van Karel van Lotharingen met opvallend Gulden Vlies (beeldh. J. Jacquet); 1901 algemene restauratie (arch. Adolf Samyn) in Euville- en Gobertangesteen, met nieuw ruiterbeeld van Karel van Lotharingen (beeldh. J. Lagae, gieter P. Van Aerschodt).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: brouwen is een soort alchimie (GMB 75). Hij legt een verband tussen Karel van Lotharingen en de St.-Jansloges; Karel van Lotharingen — landvoogd van de Oostenrijkse Nederlanden, koning van Jeruzalem — noemt hij alchimist en vriend van de graaf van St. Germain. Dit is de plaats van de redenaar: de toespraak van Willem De Bruyn bevat volgens René een belangrijk geheim: 'bewust hebt ghy ghewrocht voor de eeuwigheyt' (SAM 201). De holle eik (cfr. C4) draagt nu eikels en wordt een gouden boom: de voltooiing van het werk — de cirkel is gesloten (ouroboros). Het ludus puerorum (kinderspel): al de vloeistof en het vat (de tuts) boven het rode precipitaat op de bodem van de smeltkroes (de 'gulden boom') moet eruit verwijderd — 'uitgedronken' — worden; de steen der wijzen blijft over. De perfectie is enkel te bereiken door de materies eerst vloeibaar, dan gasvormig te maken, en daarna terug vloeibaar.

bewust hebt ghy ghewrocht voor de eeuwigheyt— Toespraak van Willem De Bruyn, geciteerd in de symboliek-kolom, H.md p. H-03 (SAM 201); in de geschiedenislijst (H.md p. H-04) als 'bewust hebt gy ghewrocht voor de eeuwigheyt'
de natuur doet het werk zelf, de adept moet niet veel tusschenkomen— Handgeschreven notitie van René DE CLERCQ, H.md p. H-03 (enkele woorden onzeker)
brouwen is een soort alchimie— Getypte symboliek-kolom, H.md p. H-03 (GMB 75)
Geen verband met een "Gulden Boom": dus dubbele bodem— Geschiedenislijst (bij 1638), H.md p. H-04
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SGP 30-31 & 37; SHB 56; SAM 209; SSB 79-80 & 257.
Extern bevestigd (verificatierapport): het ruiterstandbeeld op het dak was bij de wederopbouw door Willem De Bruyn eerst Maximiliaan van Beieren en werd later vervangen door Karel van Lotharingen (decemberleidraad: vervanging in 1752 door het beeld van de bij de Brusselaars geliefde gouverneur). Dit onderdeel mag stellig gebracht worden.
Trismosin-noot: René schrijft dat het beeld van Maximiliaan met het Gulden Vlies 'Salomo Trismosyn (Aureum Vellus)' symboliseert, wijzend op H. Bonifaas (= Basiel Valentin) op 'De Gulden Boot' en aangewezen door St. Niklaas (= Nicolas Flamel) op 'Den Vos'. De werken Aureum Vellus/Splendor Solis bestaan echt en zijn invloedrijk, maar de historiciteit van 'Salomo Trismosin' als auteur is door de moderne wetenschap betwist (wellicht een pseudoniem). Deze duiding als esoterische lezing markeren, niet als historisch feit.
H.md spelt eenmalig 'Maximiliaan van Beleren' [sic] — lees: van Beieren.
Datumdiscrepantie toespraak De Bruyn: de symboliek-kolom dateert 1698, de geschiedenislijst 1699; de groepstekst naar Saint-Hilaire situeert de toespraak 'vijf jaar later' (na de opruiming van 1697), op de steigers van de 'Gulden Boom'. Niet beslecht binnen de projectbronnen.
Spiekbriefje note_04 komt inhoudelijk overeen met SPIEK-04 ('Quercus = arbre d'or / feu d'or / sacré'); zie ook SPIEK-01 ('chêne creux > glands > arbre... le précipité rouge doit être brassé et bu... et reste la pierre philosophale') en SPIEK-07 ('5. HET BROUWERSHUIS (DE GULDEN BOOM) (n°10)').
Leemte: Handgeschreven marge-annotatie (H.md p. H-03): '1000? De Kledermaeckersstraet — loopt naar de poort — den Familie Roobeleck' — eigennamen onzeker; niet als feit opnemen.

→ deze halte in het leesboek

H6 — De Swaene
Beschrijving & geschiedenis

Statig huis in Franse klassieke stijl (Lodewijk XIV) — als enige niet in Vlaams-Italiaanse stijl, afstekend tegen de Italiaanse barok van de overige huizen 'sans jurer en rien'. Drie bouwlagen plus insteekverdieping, drie traveeën; keldertrap links; tweebeukige kelder over zes traveeën; lijstgevel in zandsteen. Rechthoekige deur met ernaast een tweetalige gevelplaat: HIER WERD OP 5 EN 6 APRIL 1885 DE BELGISCHE WERKLIEDENPARTIJ GESTICHT; erboven een fraaie uitbeelding van de zwaan, opwiekend uit het riet. Bel étage met vergulde cartouche met de initialen P.F. (Pierre Fariseau) tussen twee putti; bovenste vensters met barokcartouches ANNO / 1698. Driehoekig fronton met oculus en beelden van Slagerij, Overvloed en Landbouw; chronogram HAEC DoMUS LANEA EXALTATUR (1720) — 'In dit huis werd de wol verheven'. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ, BDE DI.1A 405-406): 1300 herberg omgeven door een grote tuin; 1522 herbouwd in opdracht van Appolonia, weduwe van Hendrik De Fruytere, geboren Van Ouderghem; augustus 1695 bombardement en vernieling; 1700 heropbouw in opdracht van P. Fariseau, musicus (arch. Cornelis Van Nerven?); 1720 eigendom van de slagersgilde, verbouwing met inkomsten van wolverkoop; 1735 cartouche en putti (beeldh. J. De Kinder); 1842 uitbeelding van de zwaan (beeldh. E. Aertsen); 1846 [sic] stichting 'Bond der Rechtvaardigen' door K. Marx en Engels — volgens René werd het Manifest der Kommunistische Partij hier geschreven; april 1885 stichting van de Belgische Werkliedenpartij (met o.a. Edward Anseele); 1896 reconstructie rechterzijgevel in Euville- en Gobertangesteen; 1899 frontonbeelden (beeldh. Ch. Samuel); 1900 nieuwe cartouche en putti (beeldh. P. Braecke); 1903 restauratie dak (arch. Adolf Samyn); 1946 stichting van het 'Nieuw Vlaamsch Tijdschrift' door Herman Teirlynck en August Vermeylen.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: het opgestapelde witte, vluchtige element ontsnapt na het breken van de smeltkroes, die de roos verbergt (roseau) — het stijgt op als de zwaan. De zwaan is de gedaante die Jupiter aanneemt om een ganse nacht in de duisternis met Leda te paren, waaruit tweemaal tweelingen uit eieren ontstaan: de bevruchte steen brengt vier keer zoveel goud op als men heeft ingezet (cfr. G3). De grote vruchtbaarheid is de voorbode van de schittering (H7) en de multiplicatie (I). Le cygne = le signe (het teken).

HAEC DoMUS LANEA EXALTATUR— Chronogram (1720) op het fronton, H.md p. H-05 (met Renés vertaling: 'In dit huis werd de wol verheven')
HIER WERD OP 5 EN 6 APRIL 1885 DE BELGISCHE WERKLIEDENPARTIJ GESTICHT— Tweetalige gevelplaat, H.md p. H-04/H-05
Le cygne = le signe (het teken)— Getypte symboliek-kolom, H.md p. H-05
le cygne (= le signe) = (la nulle de gaz de soufre [?] qui s'échappe quand on chauffe le creuset)— Handgeschreven spiekbriefje van René DE CLERCQ, SPIEK.md p. SPIEK-01 ('6 LE CYGNE'; ontcijfering deels onzeker)
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SRB 10; SHB 56; SAM 209; SGP 37; SSB 257; VMS 241, N°97.
Renés Marx-excursus (biografische uitweiding bij 1846, met o.a. 'In 1843 moest hij België verlaten') is een terzijde in de bron; enkele details stroken niet met de gangbare chronologie (Marx woonde 1845-1848 in Brussel) en zijn binnen de projectbronnen niet geverifieerd. Als Renés aantekening presenteren, niet als vaststaand feit.
Handgeschreven marge-annotatie (H.md p. H-05): 'Castor + Pollux / Apollo + Antares [?]' — het tweede paar onzeker (op het spiekbriefje SPIEK-02: 'Castor [/ Pollux] — [Diane / Apollon]').
Spiekbriefje note_01 komt inhoudelijk overeen met SPIEK-01 (slot Gulden Boom + '6 LE CYGNE').

→ deze halte in het leesboek

H7 — De Sterre
Beschrijving & geschiedenis

Hoekhuis in sobere, classicerende Italiaanse barokstijl (reconstructie); drie bouwlagen. Voorgevel met één brede astravee tussen twee zeer smalle zijtraveeën, cartouche op de centrale borstwering, spiegels in de zijtraveeën, geveltop begrensd door voluten en hoge postamenten, driehoekig fronton en een bekronende vergulde zesarmige ster. Zijgevel van 3+4+1 = 8 traveeën; op de begane grond een galerij met rondboogarcade en alternerende schijnbalustrade en cartoucheversiering. Onder de galerij het monument voor Karel Buls (opschrift: 'Aan KAREL BULS / burgemeester / van de / stad BRUSSEL / de erkentelijke / kunstenaars / 1899', ook in het Frans) met Architectuur en Onsterfelijkheid, passer, schrijfplank, aangestoken lamp, acaciatak en de namen van bouwmeesters 1650-1710; en het bronzen monument voor Everard Tserclaes door Julien Dillens (neorenaissance, drie registers: boven Tserclaes die de stad herovert op de Vlaamse troepen van graaf Lodewijk van Male; midden de blijde intrede van Wenceslas van Luxemburg; onder de Brusselaars die uit wraak het kasteel van Gaasbeek verbranden, met hond) met het liggende beeld van de vermoorde Tserclaes. Geschiedenis (naar René DE CLERCQ, BDE DI.1A 403-405): 1260 eerste vermelding — een van de oudste huizen van de stad; 1350 zetel (logette) van de amman (voorzitter rechtbank, rechtspreker; verwijzing naar D7), die van hieruit het voltrekken van de doodstraffen volgde; 1356 Everard Tserclaes verdrijft de Vlamingen uit Brussel ('neemt hun de ster af'); 1358 blijde intrede van Wenceslas van Luxemburg, hertog van Brabant; 1388 Tserclaes gedood in een hinderlaag door Vlamingen — voet afgehouwen en tong uitgerukt, 'l'échevin-martyr'; sterfhuis van Tserclaes, schepen en bevrijder van Brussel; 1690 houten gevel; augustus 1695 bombardement en uitgebrand; 1701 heropbouw in steen; 1854 sloping voor de verbreding van de Sterstraat (thans Karel Bulsstraat) door burgemeester Anspach; 1880 Karel Buls burgemeester — behoeder en hersteller van het bouwkundig patrimonium; 1896 reconstructie op voorstel van Buls, met galerij (idee arch. W. Janssens, uitgevoerd door arch. Adolf Samyn) in Euvillesteen; 1899 monument Buls (architect V. Horta, beeldh. Victor Rousseau); 1901 monument Tserclaes, meesterwerk van Julien Dillens.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René DE CLERCQs lezing: de ster is de Steen der Wijzen (het projectiepoeder), gehaald uit de smeltkroes (het 'ei') — het einde van het rode werk. Een schitterend resultaat: het licht dat schijnt in de duisternis, bij het krieken van de dag, na de nacht met Leda (H6). Hij verbindt Karel Buls met het begrip patrimonium ('Hij had het belang begrepen van het patrimonium, waarvoor hij de verantwoordelijkheid droeg', SGP 37) en leest: kunstenaar (artiste) = alchimist, met vrijmetselarijsymbolen op het Buls-monument (VMS 241, N°98). Het Tserclaes-monument roept de duizendjarige strijd tussen Brusselaars en Vlamingen op (SSB 87 & 89; GMB 75); het strelen van het beeld brengt één jaar geluk, en de voet van Christus [het strelen, cfr. B4] betekent: de ring is gesloten (ouroboros). Verwijzing naar F4: hier begint een nieuw werk — de elixirvorming vanuit de opzijgezette maagdenmelk (het mercuriaal sap) (zie J).

Sur la poincte du jour, on vid par dessus la personne du Roy une ESTOYLLE très resplendissante, et la lumière du jour illumina les ténèbres— Citaat door René DE CLERCQ toegeschreven aan Salomo Trismosinus, Aureum Vellus; H.md p. H-06 (zie noot over Trismosin)
Aan KAREL BULS / burgemeester / van de / stad BRUSSEL / de erkentelijke / kunstenaars / 1899— Opschrift monument Karel Buls, H.md p. H-06
l'échevin-martyr— Geschiedenislijst (bij 1388), H.md p. H-07
geen N°— Handgeschreven notitie van René DE CLERCQ naast de titel H7, H.md p. H-06 (= het huis heeft geen huisnummer; vgl. SPIEK-09: 'GrPl. sans numéro — L'Étoile')
René DE CLERCQ verwijst voor de symboliek naar: SHB 56-57; SAM 209-210; SGP 37 & 44; SSB 87 & 89, 257.
Trismosin-noot: de werken Aureum Vellus/Splendor Solis bestaan echt, maar de historiciteit van 'Salomo Trismosin' is door de moderne wetenschap betwist (wellicht pseudoniem; Splendor Solis grotendeels compilatie van oudere bronnen). De in het verificatierapport geflagde plaats/datum-verwarring 'Splendor Solis, Londen 1532' (correct: vroegste versie 1532-35 te Berlijn; de beroemde 1582-versie in de British Library, Londen) wordt hier niet als feit overgenomen.
De getypte regel 'gebruik: strelen kopen en brengt 1 jaar geluk' is in de bron zelf corrupt ('strelen kopen' [sic]); bedoeld is het gebruik het (liggende) beeld te strelen, wat één jaar geluk brengt.
Discrepantie reconstructie: H.md geeft 1896 (idee W. Janssens, uitvoering Adolf Samyn); de decemberleidraad zegt '1897 ... naar plannen van architect Jamaer'. Niet beslecht binnen de projectbronnen.
De decemberleidraad voegt toe: door de versmalling werd De Sterre enkel toegankelijk via het aanpalende 'De Zwaan'; de Sterrestraat werd omgedoopt tot Karel Bulsstraat.
Renés uitweiding over Julien Dillens (geb. Antwerpen 1849, leerling van Rodin, prijs van Rome 1877) is een biografisch terzijde in de bron.
Spiekbriefje note_02 komt inhoudelijk overeen met SPIEK-02 ('7 L'ÉTOILE — la lumière qui brille dans le noir; on a la poudre de projection; ici siégait le représentant du Duc...').
Leemte: De lange handgeschreven notitie rechtsboven op H.md p. H-06 ('rekto / het onderste venster zal / de valle... v.t kantoor die / ... executie door- / geef aan de gemeen...') is grotendeels onleesbaar; de strekking (het venster vanwaar de vertegenwoordiger van de hertog het teken voor de terechtstelling gaf, vgl. SPIEK-02 en de decemberleidraad bij het Ammanskamerken) alleen met dat voorbehoud vermelden.
Leemte: Handgeschreven marge-annotatie H.md p. H-07 ('1000? op de weg / Eudenle baeg / ... don Familie / Cerruyghs') grotendeels onleesbaar; mogelijk verwijzing naar de patriciërsfamilie Serhuygs/Serruyghs (vgl. OVERZICHT p.01), maar onzeker.
Leemte: geo_spiek.json geeft voor H7 (code H#6) dezelfde coördinaat als voor H6 op de zuidhoek; exacte plaatsbepaling van beide punten te verifiëren ter plaatse.

→ deze halte in het leesboek

I — Het Stadhuis

I1 — Het Stadhuis
Beschrijving & geschiedenis

Gesloten vierzijdig gebouwencomplex in ware gotische bouwstijl (1401-1444), met de voorgevel langs de zuidzijde van de Grote Markt: drie bouwlagen, twee vleugels (links 1+1+12 traveeën, rechts 1+6 = 7 traveeën), een indrukwekkende niet-axiale toren bekroond met het beeld van Sint-Michiel, en honderden beelden die de gevels versieren. René's geschiedenislijn: 1250 bouwblok bezet door 'stenen' (De Scupstoel, Rodenborch, De Meerte, Den Wilden Ever, 's Papenkeldere, De Moor e.a.); 1301 aankoop De Meerte als eerste schepenhuis; 1327 aankoop Den Wilden Ever; 1353 bouw Lakenhalle; 1380 begin bouw Belfort (arch. Jacob van Thienen); maart 1444 opbouw rechtervleugel met eerste steenlegging door Karel van Charolais (de latere Karel de Stoute); 1449 opbouw van de toren (arch. Jan van Ruysbroeck); 1455 ophijsing van het Sint-Michielsbeeld (beeldhouwer M. van Rode); augustus 1695 bombardement — het stadhuis gespaard, de Lakenhal verwoest; 1702 rechteruitbreiding voor de Staten van Brabant (arch. C. van Nerven); 1769 bouw van de monumentale Leeuwentrap; 1840 algehele buitenrestauratie (arch. T.F. Suys, later P.V. Jamaer); vanaf 1844 aanmaak van de gevelbeelden; 1877 en 1902 vervanging van de hoektorens (rechts door architect Adolf Samyn).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: het Stadhuis is het eindpunt van alle stappen en tegelijk de startplaats — de ouroboros. Hier gebeurt de multiplicatie: het projectiepoeder uit de fixatie (cfr. H7) wordt vermenigvuldigd in kwaliteit (met gezuiverde of gewassen lichamen) en kwantiteit (tot in het oneindige, volgens goeddunken van de adept). Het gebouw is 'het licht dat schijnt in de duisternis'; de perfectie is bereikt, het kwaad overwonnen. Het is eindpunt van de lange weg (3500 > 1400) én van de korte weg (1400 > 1810).

Eindpunt van alle stappen; terzelfdertijd startplaats, ouroboros, multiplicatie (vermenigvuldiging) van het projecteren door het "projectiepoeder": de fixatie (cfr. H7) in kwaliteit (met gezuiverde of gewassen lichamen) en kwantiteit (tot in het oneindige, en volgens goeddunken van de adept). Oh when de saints go marching in— I.md, p. I-01, Symboliek-kolom (bronverwijzing René: SHB 53; SGB 40-41)
Het eindpunt van alle stappen raakt de startplaats (ouroboros). Echte gothiek, gewijd door de bisschop van Kamerijk.— SPIEK.md, SPIEK-19 (getypte tabel 'Zevende stap: De vermenigvuldiging', GrMa. 8 Het Stadhuis)
Welke Weg men ook moge kiezen, de lange of de korte, de reiteratie van het Grote Werk met gezuiverde lichamen, in staat om de Steen der Wijzen tot in het oneindige te vermenigvuldigen, is en blijft de te verwachten uitkomst van het Meesterwerk (Magistère).— GROEPEN_FORM.md, GROEPEN p.11 (HET STADHUIS "H" — De Multiplicatie, naar SHB)
Interne datering toren wisselt in de bron: p. I-01 geeft zowel '1401 toren gebouwd' als '1449 opbouw van de toren (belfort)'; p. I-03 geeft '1449 toren gebouwd (arch.: Jan van Ruysbroeck) 96 m.'. Extern geverifieerd: toren 1449-1455 door Jan van Ruysbroeck (VERIFICATIE-rapport).
Ophijsing Sint-Michielsbeeld: 1455 op p. I-01, 1456 op p. I-03 — interne discrepantie in het origineel.
Eerste steenlegging 1444 door 'Karel van Valois, gez. de Stoute, graaf van Charolais' (René): extern bevestigd als Karel van Charolais, de latere Karel de Stoute, 4 maart 1444.
Leemte: Handgeschreven marge-aantekening op p. I-01 grotendeels onleesbaar ('voor in 't orden [?] langs de weg leidend[?] naar de markt ... bewaakt[?] door de familie ser ...').
Leemte: De geschiedenisregel 1844 breekt in de transcriptie af ('cfr. M. Goedee,' — vervolg op p. I-02).

→ deze halte in het leesboek

I2 — Voorgevel linkerdeel (kant Karel Buls-straat)
Beschrijving & geschiedenis

De linkergalerij telt in René's notatie 11 (+1 = 12) traveeën met spitsbogen en beeldnissen; ervoor de Leeuwentrap. De bovenverdieping is horizontaliserend, met vensters en penanten met beeldnissen en baldakijnen; de beelden tonen soevereinen van Brussel en Brabant, ridders en schildknapen-burgemeesters uit de Zeven Geslachten. In de galerij een reeks kapitelen en consoles: vleermuis, aap, drank; de Herkenbaldlegende; de dood van Everard t'Serclaes (afhakken van voeten en hoofd); Ariadne met blote knie; Theseus en de Minotaurus; de wildeman met het Medusaschild; de fee Melusine (stammoeder van de familie Lusignan); een koning met proefbuisje gezeten op goudzakken; een bedelaar; een pelgrim. De linkerhoektoren is octogonaal; de linkergevel telt 8 + 17 + 5 traveeën (Lodewijk XIV-stijl). Geschiedenis bij René: 1402 bouw linkervleugel op L-vormige plattegrond (arch. J. Van Thienen, J. Bornoy en W. Vandenbroecke); 1770 bouw van de monumentale Leeuwentrap; 1852 beschrijft Gérard de Nerval de geschiedenis in zijn 'Lorely'; 1878 vervanging hoektoren links.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de twaalf bogen zijn de 12 stappen van de lange, natte weg; de leeuw van de Leeuwentrap verwijst naar het 'zout' in de alchemie. De Zeven Geslachten zijn poortwachters (het cijfer 7, het voltooide werk). De beeldenreeks bevat waarschuwingen: het labyrint van Knossos staat voor de alchemie zelf (de lange weg), koning Minos is de opperste rechter; wie het Medusaschild bekijkt wordt versteend — tegelijk transmutatie tot steen der wijzen. De koning op goudzakken en de pelgrim naar Santiago de Compostella verbeelden het goudmaken (Spagyrie); de bedelaar is de zoekende, de adept. De achthoekige hoektoren is 'op de weg van vierkant naar cirkel'.

12 stappen van de "lange weg" (nat)— I.md, p. I-02, Symboliek-kolom bij I2
Leeuw verwijst naar het "zout" in de alchimie— I.md, p. I-02, Symboliek-kolom bij I2
8-hoek: is op de weg van vierkant naar cirkel— I.md, p. I-02, Symboliek-kolom bij I2 (bronverwijzing René: SAM 203; SSB 258)
Asymmetrische gewelven: links: 12 (de lange weg -3500 > 1400).— SPIEK.md, SPIEK-19 (getypte tabel zevende stap)
Boogtelling: René telt zelf '11 (+ 1 = 12) traveeën'. Gangbare bronnen tellen 11 bogen links (inclusief blinde boog onder het hoektorentje) en 6 rechts; de alchemistische duiding 12/7 steunt dus op René's telconventie en verdient deze eerlijke voetnoot (VERIFICATIE-rapport).
Leemte: In de geschiedeniskolom staat 'AUG1695 bouw monumentale Leeuwentrap voor Linkervleugel' dubbel met '1770 bouw monumentale Leeuwentrap voor Linkervleugel' — de eerste regel is vermoedelijk een typfout in het origineel; bovendien geeft p. I-01 '1769' voor dezelfde trap.
Leemte: Vervanging hoektoren links: 1878 (p. I-02, I2) tegenover 1877 (p. I-02, vervolg I1) — interne discrepantie.
Leemte: Handgeschreven marges deels onleesbaar ('controle [?] sluitstenen / en middeleeuw[?] ...'; 'Henks - Def de Clercq weg (12 stappen)' [?]).
Leemte: 'ophokpost [?]' in de beschrijvingskolom is onzeker ontcijferd.

→ deze halte in het leesboek

I3 — Voorgevel rechterdeel (kant Gulden Hoofdstraat), ex-Lakenhalle
Beschrijving & geschiedenis

De rechtergalerij telt in René's notatie 6 (+1 = 7) traveeën, met sluitstenen en spitsbogen. De beschrijving van de rechterbovenverdieping breekt in de bron af ('Re-bovenverdieping links, meer open-'). Volgens SPIEK-19 dragen de balksleutels van de rechtergalerij onder meer: Ariadne naar haar draad; de adept met tak bij de oven; het wielvuur; de adept die zijn meubels in het vuur gooit (de 'schupstoel'); de voeten in het water van een teil (de coagulatie); het derdegraadsvuur (de zwarte man); en gulden hoofden (de multiplicatie).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de zeven bogen zijn de 7 stappen van de korte, droge weg en verwijzen naar de zeven geslachten van Brussel. Bovenaan p. I-03 vervolgt de symboliekkolom met de woordspeling 'arc-ange' = boog-engel: de brug tussen het Grote Licht en de Aarde.

7 stappen van de korte weg (droog)— I.md, p. I-02, Symboliek-kolom bij I3
arc-ange = boog-engel (brug tussen Grote Licht en de Aarde)— I.md, p. I-03, vervolg Symboliek-kolom van I3 (bronverwijzing René: SSB 89)
Gewelven rechts 7 (de korte weg 1400 > 1710).— SPIEK.md, SPIEK-19 (getypte tabel zevende stap)
Boogtelling: René telt '6 (+1 = 7)'; gangbare bronnen tellen 6 bogen rechts. Zelfde telconventie-kwestie als bij I2 (VERIFICATIE-rapport).
SPIEK-19 geeft voor de korte weg '1400 > 1710', p. I-01 geeft '1400 > 1810' — interne discrepantie in René's eigen materiaal.
Leemte: De beschrijvingstekst van I3 breekt af midden in een zin ('Re-bovenverdieping links, meer open-').
Leemte: Een eigen geschiedenis-sectie voor I3 ontbreekt in de transcriptie; de geschiedenislijnen op p. I-03 horen bij de toren/het belfort (zie I4).
Leemte: Handgeschreven marge op p. I-02 deels onleesbaar ('voor lang de [?] weg eindigt naar de poort [bewaakt?] door familie serhuyghs [?]').

→ deze halte in het leesboek

I4 — [Kop ontbreekt in transcriptie] — de toren met Sint-Michiel (reconstructie als I4)
Beschrijving & geschiedenis

Op p. I-03 staat tussen het slot van I3 en de kop I5 een tekstblok zonder eigen kop, gewijd aan de toren (het belfort) en het Sint-Michielsbeeld. Het beeld: een houten gebinte bekleed met tin, bedekt met 9000 blaadjes goud, met onder de hiel een bol van koper, daarin een schrijn van ijzer, daarin een doosje van lood, met een medaille in zilver; Sint-Michiel met geheven zwaard in gevecht met de (vrouwelijke?) satan, wiens kop bij een opgraving in de bouwput gevonden zou zijn. De beklimming van de toren wordt aanbevolen (prachtig uitzicht). Geschiedenislijn: 1250 eerste schepenhuis in een van de stenen op de Sint-Michielsberg; 1357 het eerste belfort (toren van de Sint-Niklaaskerk) valt in; 1380 begin bouw Belfort (arch. Jacob van Thienen), mogelijk bedoeld als toegangspoort tot de Lakenhalle; 1449 toren gebouwd (arch. Jan van Ruysbroeck), 96 m; 1456 ophijsing Sint-Michielsbeeld (beeldhouwer Maarten van Rode); augustus 1695 bombardement — gespaard; 1840 nederlating en vergulding van het beeld (9000 gouden plaatjes), waarbij antiquair Lewelen de zilveren medaille bestudeerde (medaille van Paus Maarten V, verso Lam Gods) en deze in het stadsarchief werd gedeponeerd; rond 1860 medaille gestolen; 1897 beeld hermaakt. René maakte hiervan een eigen pentekening (p. I-27: 'St Michiel en de draak op de koperen bol', met doorsnede van bol, schrijn, doosje en medaille).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: het beeld is gewijd aan kwikzilver — het metaal kwikzilver overwint de zes overige metalen (vandaar de reeks tin, goud, koper, ijzer, lood, zilver in één beeld). De adept overwint het drievoudig kwaad (onwetendheid, leugen, heerszucht), ofwel de zwavel die moet verdwijnen (cfr. F6). De ontbonden oerstof coaguleert en brengt het 'gulden hoofd' voort (cfr. F7). Daarmee is de zevende stap gelukt — en moet het vuur meteen weer worden aangestoken voor de elixirbereiding (cfr. J).

Gewijd aan kwikzilver, houten gebinte bekleed met tin, bedekt met 9000 blaadjes van goud, met onder de hiel een bol van koper, waarin een eem [sic] schrijn van ijzer, waarin doosje van lood, met medaille in zilver.— I.md, p. I-03 (blok zonder kop, beschrijvingskolom)
De 7e stap is gelukt; meteen moet het vuur terug aangestoken worden voor de elixir-bereiding (cfr. J)— I.md, p. I-03 (blok zonder kop, Symboliek-kolom)
St. Michiel (symboliseert god Mercurius en het metaal Mercurius): skelet in hout (bekleed met tin) en bedekt met 9000 kleine bladeren (van goud), op een teil (van koper), waarin een koffertje (in ijzer) met een klein doodsje (in lood), waarin een medaille (in zilver) zit.— SPIEK.md, SPIEK-19 (getypte tabel zevende stap)
Hoogte Sint-Michiel: SPIEK-19 spreekt van 'de reus St. Michiel (5 m. hoog)'; externe bronnen geven 2,7 m voor het huidige beeld — de hoogte is betwist/wisselend opgegeven (VERIFICATIE-rapport). René's versie wordt hier als zijn vertelling gepresenteerd.
De regel 'arc-ange' bovenaan p. I-03 is in de transcriptie uitdrukkelijk als vervolg van I3 gemarkeerd en is daarom bij I3 ondergebracht.
Leemte: I4 heeft in de transcriptie geen eigen kop: de nummering springt van I3 (p. I-02) naar I5 (p. I-03). Het toren/Sint-Michielsblok op p. I-03 is hier als vermoedelijk I4 gereconstrueerd — de titel is een reconstructie, niet René's kop.
Leemte: Pagina I-04 is in de enhanced scan onleesbaar wegens overbelichting; de transcriptie steunt op de niet-enhanced scan (aldus de transcribent).

→ deze halte in het leesboek

I5 — Achtergevel (Vruntstraat)
Beschrijving & geschiedenis

Rondboogpoort met driehoekig fronton, aan weerszijden de leeuwenfonteinen (cfr. J5-J6), en een banderol met ANNO/1706. Geschiedenis: 1706 opgebouwd (arch. Cornelis van Nerven).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

Geen symboliek genoteerd in de bron; de verwijzing naar de leeuwenfonteinen (J5-J6) koppelt de achtergevel aan de vloeibare weg van hoofdstuk J.

Driehoekig fronton, leeuwenfonteinen aan weerszijden (cfr. J5-J6), banderol met ANNO/1706— I.md, p. I-03, I5 (beschrijvingskolom)
Leemte: De symboliekkolom van I5 is leeg in de transcriptie.

→ deze halte in het leesboek

I6 — Middenhof of middenplaats
Beschrijving & geschiedenis

De binnenkoer van het Stadhuis, met een centraal stervormig patroon, twee marmeren fonteinen (zie J3 en J4) en paden met jaartallen die de opbouw van de overeenkomstige delen van het gebouw markeren.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: dit is het geografisch middelpunt — het hart — van Brussel, de zogenaamde middenkamer.

geografisch middelpunt (hart) van Brussel— I.md, p. I-03, I6 (Symboliek-kolom)
de zgn. middenkamer— I.md, p. I-03, I6 (Symboliek-kolom)
Leemte: De geschiedenis-sectie van I6 is leeg in de transcriptie (kop 'Geschiedenis' zonder inhoud).

→ deze halte in het leesboek

I7 — Interieur (enkel geleide bezoeken door stadsgids)
Beschrijving & geschiedenis

Eerste verdieping: links de Gotische Zaal, in het midden de Trouwzaal met een plafond met de wapens van de Zeven Geslachten. Verspreid door het gebouw: door de eeuwen heen opgestapelde rijkdommen en schatten van Brabantse kunst — tapijten, goudsmeedkunst, schilderijen. De iris keert terug in kandelaars en tapijten. Verder: consoles met eigenaardige onderwerpen, het kabinet van de burgemeester, kabinetten van schepenen en de helicoïdale traptoren (96 m). Geschiedenis: 1848 werd in de Gotische Zaal de Belgische liberale partij opgericht door Eugène Defacqz (bij René 'Eugène de Faeqz').

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de iris is de moeraslelie, symbool van Brussel, en verwijst samen met de wapens van de Zeven Geslachten naar het getal 7.

Iris = Moeraslelie, Brussel (gekozen door Karel van Valois, koning van Frankrijk (978); getal 7— I.md, p. I-04, I7 (Symboliek-kolom)
I. Stadhuis / Stichting Liberale Party door Eugène DEFACQS / 1848— I.md, p. I-36 (handgeschreven aantekening René bij foto Gotische Zaal)
De naam en het jaartal in René's iris-regel sporen niet met elkaar: het jaartal 978/979 hoort in de Brusselse traditie bij Karel van Frankrijk (hertog van Neder-Lotharingen), niet bij Karel van Valois (13e-14e eeuw). Weergegeven als René's tekst; extern niet in het VERIFICATIE-rapport behandeld.
De naam van de oprichter van de liberale partij is in de getypte tekst 'Eugène de Faeqz' en in René's handschrift 'Eugène DEFACQS'; gangbaar is Eugène Defacqz.
Leemte: Voor I7 bestaat geen geo-koppeling: geo_spiek.json bevat geen code I#7 (de reeks stopt bij I#6; I#0 is als groepsanker gelezen). Alle I-punten delen overigens dezelfde coördinaat.
Leemte: Pagina I-04 is getranscribeerd van de niet-enhanced scan (enhanced versie overbelicht); mogelijk zijn details verloren.

→ deze halte in het leesboek

J — De fonteinen — de vloeibare weg

J1 — Boterstraat: de Dry Maegdekens-fontein (verwijderd)
Beschrijving & geschiedenis

Drie naakte meisjes, water spruitend uit hun tepels. Gebruik volgens René: de hoeren gooiden na het werk een geldstuk in de fontein (cfr. de legende van Sint-Niklaas, die drie geldbeurzen naar drie hoeren te Patras wierp, waarop zij hun maagdelijkheid terugvonden; zie B8). Geschiedenis: 1780, na een bezoek van Jozef II van Lorreinen, overgebracht naar het stedelijk museum (zie E); 1900 vervangen door een fontein met een melkdraagstertje. René noteert bij een foto: thans in het museum in het Koningshuis (Broodhuis).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de voorbereiding van de vloeibare weg. De materia prima is hier maagdenmelk ('petit lait de la vierge'), codewoord voor het mercuriaal sap (F7), te mengen met de oerstof voor de elixirbereiding. De eerste stap raakt de laatste (ouroboros). De fontein is de vrouwelijke pendant van Manneken Pis (J8): in de alchemie is niets onmogelijk.

De voorbereiding. De materia prima (oerstof) is hier maegdenmelk, petit lait de la vierge, codewoord voor mercuriaal sap (F7), te mengen met de oerstof voor elixirbereiding (le petit lait de la vierge); eerste stap komt dichtbij de laatste stap (oroboros)— J.md, p. J-01, J1 (Symboliek; bronverwijzing René: SGP 13 & 44; SHB 55; SSB 82)
Fontein 'de 3 meydekens' (thans in museum Koningshuis)— J.md, p. J-04 (handgeschreven aantekening René onder foto)
Vrouwelijke pendant van Manneken Pis (J8) — René's eigen kruisverwijzing binnen het hoofdstuk.

→ deze halte in het leesboek

J2 — Grote Markt: de Marktfontein (verdwenen)
Beschrijving & geschiedenis

Vijf kolomnissen met verdiepte panelen, gebeeldhouwde vrouwenfiguren, olifanten- en leeuwenkoppen. Geschiedenis in René's vertelling: 1565 opgericht voor de bordestrap van het Broodhuis; rond 1700 met beelden van de graven Egmont en Hoorn (Hoorn: 224e ridder van het Gulden Vlies, alchemist, onthoofd in 1568); 1767 verwijdering, de beelden van Egmont en Hoorn naar de Kleine Zavel.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de eerste stap van de vloeibare weg — maar de bewerking is onbekend; misschien gaat het om het wassen van planten en kruiden die verderop gebruikt zullen worden.

1ª stap, maar de bewerking is onbekend misschien gaat het om het wassen van planten en kruiden, die zullen gebruikt worden— J.md, p. J-01, J2 (Symboliek; bronverwijzing René: SRB 10-16; SHB 33; SGP 44)
1700 — met beelden van de graven Egmont en Hoorn (224ª ridder van het Gulden Vlies, alchimist, vriend van René de Serclaires, onthoofd in 1568))— J.md, p. J-01, J2 (Geschiedenis)
CORRECTIE (extern geverifieerd): de beeldengroep van Egmont en Hoorn is van Charles-Auguste Fraikin en dateert van 1864; zij stond voor het Broodhuis en verhuisde in 1879 naar de Kleine Zavel. René's datering 'rond 1700' en '1767' is onjuist; zijn versie wordt hier als zíjn vertelling gepresenteerd. De Marktfontein zelf (1565, voor de bordestrap van het Broodhuis) is een ander, ouder object dan de beeldengroep.
CORRECTIE OOIDONK (extern geverifieerd): René's koppeling van graaf Hoorn aan het kasteel van Ooidonk is CORRECT — Ooidonk was Montmorency-bezit en werd herbouwd door de familie della Faille (vandaar René's 'Verfaille' in de rondgangtranscripties). Alleen de door hem genoemde huidige eigenaarsfamilie moet zijn: t'Kint de Roodenbeke (niet 'Kervyn de Volkaersbeke'). René dwaalt hier dus niet in de kern van zijn verhaal.
Extern bevestigd: Egmont en Hoorne werden op 5 juni 1568 op de Grote Markt onthoofd (VERIFICATIE-rapport).
Leemte: De alchemistische bewerking van deze eerste stap is door René zelf als onbekend genoteerd.
Leemte: 'vriend van René de Serclaires' — deze naam is elders niet bevestigd en mogelijk een verschrijving/ontcijferingsprobleem in het origineel.

→ deze halte in het leesboek

J3 — Grote Markt, Stadhuis, middenhof: de Scheldefontein
Beschrijving & geschiedenis

Een oude man steunt op een urne tegen riet (roseaux); twee dolfijnen en water in vier stralen. Geschiedenis: 1715 opgericht (beeldhouwer Plumier, naar plannen van J. Anneessens, zoon van de deken van de 'IV gekroonden'). De fontein staat op de binnenkoer van het Stadhuis (zie I6).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de tweede stap van de vloeibare weg — de 'Rode vaas' (cfr. de ridderfiguur bij Salomo Trismosin, linkerbeen). De vloeistof wordt afzonderlijk gedistilleerd (geperfectioneerd, geëxalteerd) tot 'rode elixir'; verplichte distillatie.

2ª stap: "Rode vaas" (cfr. Salomo Trismosiaus: Ridderfiguur, linkerbeen) De vloeistof wordt afzonderlijk gedistilleerd (geperfectionneerd, geexalteerd) tot "rode elixir". Verplichte distillatie— J.md, p. J-01/J-02, J3 (Symboliek; bronverwijzing René: SHB 88-89; SGP 45)
De symboliektekst van J3 en J4 is op het stapnummer na identiek (2e resp. 3e stap) — mogelijk een kopieerfout in het origineel; als twijfel gemarkeerd.
Leemte: Handgeschreven marge-aantekeningen op p. J-01 over de families Sleebus/Everaerts/Steenweghe zijn grotendeels onleesbaar.

→ deze halte in het leesboek

J4 — Grote Markt, Stadhuis, middenhof: de Maasfontein
Beschrijving & geschiedenis

Een oude man steunt op een urne; twee dolfijnen en water in vier stralen. Geschiedenis: 1714 opgericht (beeldhouwer De Kinder, naar plannen van J. Anneessens, zoon van de deken van de 'IV gekroonden'). Pendant van de Scheldefontein op de binnenkoer van het Stadhuis (zie I6). René bewaarde een illustratie met onderschrift '329. Grote Markt. Stadhuis Binnenplaats. Fontein «de Maas» (1715).'

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de derde stap van de vloeibare weg — opnieuw de 'Rode vaas' (cfr. de ridderfiguur bij Salomo Trismosin, linkerbeen); de vloeistof wordt afzonderlijk gedistilleerd tot 'rode elixir'; verplichte distillatie.

3ª stap: "Rode vaas" (cfr. Salomo Trismosiaus: Ridderfiguur, linkerbeen) De vloeistof wordt afzonderlijk gedistilleerd (geperfectionneerd, geexalteerd) tot "rode elixir". Verplichte distillatie— J.md, p. J-02, J4 (Symboliek; bronverwijzing René: SHB 88-89; SGP 45)
Zelfde tekst als J3 op het stapnummer na — mogelijk kopieerfout in het origineel (zie noot bij J3).
Datering: de getypte tekst geeft 1714 (De Kinder); het door René bewaarde fotobijschrift (p. J-05, door hem gemerkt 'J3') geeft 1715 voor 'de Maas' — kleine interne spanning, tevens in de toewijzing J3/J4 van dat knipsel.

→ deze halte in het leesboek

J5 — Vruntstraat: de rechter leeuwfontein
Beschrijving & geschiedenis

Staat achter de Maas(fontein). Eén heraldische leeuw spuwt water van het Park naar de Vruntstraat, zijn poot op een schild; het water wordt geleid naar 'De Spuwer' (J7). Onder Geschiedenis noteert René het sleutelbeeld: rond 1500 beeldt Salomo Trismosin een ridder af (cfr. Sint-Michiel) met twee benen op twee fonteinen, aan elk been een 'Manneken Pis', en het devies EX DUABIS AQUIS UNAM FACITE (uit twee wateren vorm er één); rechts een eik.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: het mercuriaal sap (cfr. F5), opzijgezet bij de coagulatie, grijs van kleur — vloeibaar goud. De athanor wordt hier 'urinaal' genoemd.

Mercuriaal sap (cfr. F5), opzijgezet bij coagulatie, grijs van kleur, vloeibaar goud— J.md, p. J-02, J5 (Symboliek; bronverwijzing René: SHB 88-89; SGP 45)
1500 — Salomo Trismosius afbeelding van een ridder (cfr. St. Michael) met 2 benen op 2 fonteinen, aan elk been een "Manneken Pis" en devies EX DUABIS AQUIS UNAM FACITE (uit twee wateren vorm er één). Rechts een eik— J.md, p. J-02, J5 (Geschiedenis)
Het stapnummer ontbreekt in de symboliektekst van J5; in de reeks is dit de vierde stap van de vloeibare weg (J6 = 5e, J7 = 6e, J8 = 7e).
Trismosin-status: de aangehaalde werken (Splendor Solis, Aurum Vellus/Toyson d'Or) bestaan echt (vroegste Splendor Solis 1532-35, Berlijn; beroemde versie 1582, British Library), maar 'Salomo Trismosin' is wellicht een pseudoniem zonder onafhankelijk bewijs van bestaan (VERIFICATIE-rapport). René dateert hem 'rond 1500'; bij p. J-15 noteert hij zelf '(1583-1538) [?]' — de jaartallen zijn ook intern onzeker.
Het devies staat verbatim als 'EX DUABIS AQUIS' [sic]; klassiek Latijn zou 'ex duabus aquis' zijn.

→ deze halte in het leesboek

J6 — Vruntstraat: de linker leeuwfontein
Beschrijving & geschiedenis

Staat achter de Schelde(fontein). Eén heraldische leeuw spuwt water van de Reuzenberg naar de Vruntstraat, zijn poot op een schild; het water wordt geleid naar 'De Spuwer' (J7). Ook hier verwijst René onder Geschiedenis naar de ridder van Salomo Trismosin met het devies EX DUABIS AQUIS UNAM FACITE; links een stadsteren [sic].

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: rood — de vijfde stap van de distillatie, bewerking onbekend. De steen der wijzen (cfr. H7), rood van kleur, wordt vloeibaar goud. De athanor wordt 'urinaal' genoemd.

Rood; 5ª stap van de distillatie, bewerking onbekend— J.md, p. J-02, J6 (Symboliek; bronverwijzing René: SHB 88-89; SGP 45)
De steen der wijzen (cfr. H7), rood van kleur wordt vloeibaar goud— J.md, p. J-02, J6 (Symboliek)
De Geschiedenis-regel herhaalt het Trismosin-beeld van J5, met varianten in de transcriptie ('vort er één' [sic] i.p.v. 'vorm er één'; 'Links een stadsteren' [sic] — vermoedelijk 'stadstoren').
Leemte: De bewerking van deze vijfde stap is door René zelf als onbekend genoteerd.

→ deze halte in het leesboek

J7 — Kolenmarkt: De Spuwer of de Blauwe Fontein
Beschrijving & geschiedenis

Staat op de hoek van de Steenstraat en de Kolenmarktstraat en mengt de waters van de twee leeuwenfonteinen (J5 en J6). De zeegod Trito [sic: Triton] spuwt water in het riet (roseaux); mascaron met maangezicht. Geschiedenis: 1400 fontein in moerassig gebied; 1786 heropbouw in neoklassieke stijl (arch. Claude Fisco, door René als logebroeder aangeduid), met toevoeging van de zeegod Trito (halfmens, halfvis) en het 'Manneken Maan'; 1902 restauratie.

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de zesde stap — de twee vloeistoffen ('rode wijn' en 'witte wijn') zijn gemengd en worden samen gedistilleerd tot een hemelsblauwe vloeistof die overgaat naar het violet. Het maanspeeksel (crachat de lune) is het eindpunt van de zesde distillatie.

6ª stap: de 2 vloeistoffen ("rode wijn" en "witte wijn") zijn gemengd en worden samen gedistilleerd tot een hemelsblauwe vloeistof, overgaand naar het violet— J.md, p. J-03, J7 (Symboliek; bronverwijzing René: SHB 89-90; SGP 45; IFB 42)
Het maanspeeksel (crachat de lune) is het eindpunt van de 6ª distillatie— J.md, p. J-03, J7 (Symboliek)
'Trito' staat zo in de bron [sic]; bedoeld is de zeegod Triton.
Meerdere fotopagina's van Manneken Pis (J-12 t/m J-16) zijn door René met 'J7' gemerkt, hoewel ze inhoudelijk bij J8 horen — vermoedelijk een nummeringsverschuiving in zijn eigen markeringen.
Leemte: De symboliekkolom van J7 is op p. J-02 leeg gelaten en vervolgt pas op p. J-03.
Leemte: Handgeschreven marges op p. J-02 ('1000 op de weg leidende naar de poorten ... familie [Everaghe?]') grotendeels onleesbaar.

→ deze halte in het leesboek

J8 — Stoofstraat: Manneken Pis
Beschrijving & geschiedenis

Staat op de hoek van de Eikstraat en de Stoofstraat, in een alkoof; bezienswaardig (** in de Michelin Groene Gids). Een mollig jongetje plast ongeremd in een bekken tussen twee urnen, vóór een Sint-Jacobsschelp met zeven stralen. Opschrift: IN PETRA EXALTAVIT ME ET NUNC EXALTAVI CAPUT MEUM SUPER INIMICOS MEOS (cfr. Psalmen). Geschiedenis in René's vertelling: 1140 geboorte van hertog Godfried II te Brussel; 1142 veldslag van Troisfontaines (of Ransbeek), waar de kind-hertog in zijn wiegje in een eikenboom werd gehangen en in de richting van de vijand plaste — de overwinning van de Brabanders werd toegeschreven aan zijn heldhaftigheid en aan OLV van de Vrede (cfr. B); 1142 de eik naar Brussel overgebracht en herplant (Eikstraat); 1450 eerste beeldje; 1619 bestelt de stad het beeldje bij Jeroom Duquenoy [sic: Jérôme Duquesnoy], lid van de 'IV gekroonden'; 1620 geholpen door oudste zoon Frans; rivaliteit tussen de broers, Frans wijkt uit naar Italië en leert in Rome Nicolas Poussin kennen; 1647 keert Frans terug en wordt door zijn eigen broer aangeklaagd wegens sodomie; 1650 te Gent veroordeeld en gewurgd — 'het beeldje brengt ongeluk!'; augustus 1695 bombardement en gespaard; vanaf ca. 1800 de gewoonte kostuums te schenken (collectie in het Broodhuis, zie E).

Symboliek — volgens DE CLERCQ

René's lezing: de mannelijke pendant van de Dry Maegdekens (J1). De zevende stap: de laatste distillatie van het elixir — levenswater, alheilmiddel, levensbalsem, vloeibaar goud, 'panacée universel'. De oudste burger van Brussel bezit de eeuwige jeugd: eindpunt van de elixirbereiding. Cfr. de ridder van Salomo Trismosin met aan beide benen een manneken pis: met de steen der wijzen als vertrekpunt wordt het eeuwig leven geëxalteerd (gesublimeerd, geperfectioneerd) vóór het het hoofd opricht tegen zijn vijanden — verwijzing naar legende én alchemie.

7ª stap: laatste distillatie van het elixir (levenswater, alheilmiddel, levensbalsem, vloeibaar goud, panacée universel)— J.md, p. J-03, J8 (Symboliek; bronverwijzing René: SHB 57; SAM 210; SGP 45; SSB 88 & 90)
Opschrift IN PETRA EXALTAVIT ME ET NUNC EXALTAVI CAPUT MEUM SUPER INIMICOS MEOS (cfr. Psalmen) (uit steen heeft men mij verheven en nu verhef ik mijn hoofd over mijn vijanden)— J.md, p. J-03, J8 (Beschrijving)
In werkelijkheid is het urinerend ventje, wiens onbeschaamde afbeelding meer dan een leerboek van Alchimie versiert, zoals ook te Bourges (Hôtel Lallemant), Plessis-Bourré (Kasteel) of op zekere schilderijen van Breughel het merkteken van het universeel medicament (panacée) dat aan de Adept (lees: de Alchimist) de eeuwige jeugd verzekert (SHB-VAL).— GROEPEN_FORM.md, GROEPEN p.11 (DE BRON VAN MANNEKEN-PIS "I" — Het Levenselexir)
Extern bevestigd: Manneken Pis is van Jérôme Duquesnoy de Oudere, 1619; het beeld heette eerder 'Petit Julien' (vermeld 1388/1452) en staat in de Stoofstraat, buiten de Grote Markt (VERIFICATIE-rapport). René schrijft 'Jeroom Duquenoy' [sic].
In de Atlas du Mystère van Paul de Saint-Hilaire heet deze etappe 'La Fontaine du Petit-Julien — I. L'eau de Jouvence'; René nummert haar als J8, sluitstuk van zijn hoofdstuk J.
Het verhaal over de broers Duquesnoy (aanklacht, veroordeling en wurging van Frans te Gent in 1650) is René's vertelling; buiten het VERIFICATIE-rapport hier niet verder getoetst.
Leemte: Geen geo-koppeling: geo_spiek.json bevat geen code J#8 (de reeks stopt bij J#7; J#0 is als groepsanker gelezen). Opmerkelijk: álle J-punten in geo_spiek.json delen dezelfde coördinaat [50.84498, 4.34997], die juist met het Manneken Pis-punt (Stoofstraat) overeenkomt — de J-coördinaten zijn dus vermoedelijk plaatshouders en nog per fontein te verfijnen.

→ deze halte in het leesboek

Bronnen

· primair-rene — Typoscript 'Alchemie en de Grote Markt van Brussel' (Dr. [sic] René DE CLERCQ), ca. 77/80 pp., met handschriftlagen — Transcripties: INLEIDING.md, A.md t/m J.md, SPIEK.md, GROEPEN_FORM.md, WERKDOCUMENTEN.md

· primair-rene — René DE CLERCQ, Een Initiatieke ommegang voor adepten, Gent 1999 (voorloper; René's eigen code RDC) — vermeld in BRONNEN_RENE.md; exemplaar niet in het nagelaten materiaal aangetroffen

· primair-rene — René's eigen bronnenapparaat (afkortingenlegende pagina B-11 + bibliografie pagina 23) — BRONNEN_RENE.md

· getuigenis — Deelnemersverslag rondgang 18 juni 2016 (Dirk Mattheeuws) — Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt

· compilatie-dirk — Vier monoloog-/leidraadversies 2019 (15.05, 31.05, 06.11, 18.12), genoteerd/gecompileerd door Dirk Mattheeuws — Alchemie BRUSSEL Rondgang 15.05.2019.txt; ALCHEMIE-BRUSSEL 20190531.txt; ALCHEMIE-BRUSSEL 20191106.txt; ALCHEMIE-BRUSSEL 20191218.txt

· inventaris — Inventaris van de nagelaten PDF-map RONDGANG BRUSSEL (bijlagen, logistiek, derden-referenties) — INVENTARIS.md

· hoofdbron-sleutel — Paul de Saint-Hilaire — SHB: Bruxelles, mille ans de mystères (Rossel, 1978); SGP: La Grand-Place de Bruxelles (1978); SSB: Histoire secrète de Bruxelles (Albin Michel, 1981); SAM: Atlas du Mystère (RTL, 1985, pp. 201-210); SRB: Raadselachtig België (1973); SMBM: Bruxelles mystérieux (1976); verwant: Lecture alchimique de la Grand-Place de Bruxelles (Cosmogone, 2002) — BRONNEN_RENE.md + BRONNENONDERZOEK (identificaties geverifieerd)

· klassiek — Erycius Puteanus, Bruxella, incomparabili exemplo septenaria… (Brussel, J. Mommaert, 1646) — de bron van de 'Bruxella Septenaria'/7-symboliek — BRONNENONDERZOEK (geverifieerd)

· alchemie-naslag — Jacques Van Lennep, Alchimie. Contribution à l'histoire de l'art alchimique (Gemeentekrediet, 1984) — code JVL; Alexander Roob, Alchemie und Mystik (Taschen, 1996) — code RA — BRONNEN_RENE.md + BRONNENONDERZOEK

· primair-alchemistisch — Salomo Trismosin (toegeschreven), Splendor Solis (vroegste versie 1532-35) en Aureum Vellus / La Toyson d'Or (1598/1612) — René's centrale beeldsleutel; historiciteit van de figuur betwist (zie noten) — BRONNENONDERZOEK + VERIFICATIE

· brussel-naslag — Bouwen door de eeuwen heen in Brussel (Mardaga, 1989-1994) — code BDE; Paul De Ridder, Brussel, geschiedenis van een Brabantse stad (1989/1990) — code PDR; Roel Jacobs, Een geschiedenis van Brussel (Lannoo, 2004/2006); Désiré Van der Meulen, Liste des personnes et des familles admises aux lignages de Bruxelles… (Antwerpen, 1869); Michelin Groene Gids België-Luxemburg (1979) — code GMB — BRONNEN_RENE.md + BRONNENONDERZOEK + 2016-verslag

· kleinere-bronnen — Marc Antrop, Alchemie en Individuatie (Gent 1990, onuitgegeven) — code A; J. Behaegel, Kosmogonie en logotableau (2004) — code JB; M.M., 'Les Mystères de la Grand-Place', Le Soir Illustré nr. 2614 (28 sep 1978) — code LSI; Piet Van Praet, Van Tempelier tot Vrijmetselaar (Zellik 1993) — code PTV; Itinéraire de la Franc-Maçonnerie à Bruxelles (2000) — code IFB; Vrijmetselaars in de Stad (2000) — code VMS; Leo Peene — code P (werk niet gespecificeerd) — BRONNEN_RENE.md

· context-2016 — Marnix L'Hoëst, lezing 'Alchemie, middeleeuwse fabel of hedendaagse wetenschap?' (Gent, 11 maart 2015) — basis van het alchemie-overzicht dat aan het 2016-verslag is gehecht — Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt (aanhangsel)


De notities van René

Eenentwintig spiekbriefjes, uit zijn eigen hand — blauwe balpen op ruitjespapier, Frans en Nederlands dooreen.

spiekbriefje 1
Spiekbriefje 1
spiekbriefje 2
Spiekbriefje 2
spiekbriefje 3
Spiekbriefje 3
spiekbriefje 4
Spiekbriefje 4
spiekbriefje 5
Spiekbriefje 5
spiekbriefje 6
Spiekbriefje 6
spiekbriefje 7
Spiekbriefje 7
spiekbriefje 8
Spiekbriefje 8
spiekbriefje 9
Spiekbriefje 9
spiekbriefje 10
Spiekbriefje 10
spiekbriefje 11
Spiekbriefje 11
spiekbriefje 12
Spiekbriefje 12
spiekbriefje 13
Spiekbriefje 13
spiekbriefje 14
Spiekbriefje 14
spiekbriefje 15
Spiekbriefje 15
spiekbriefje 16
Spiekbriefje 16
spiekbriefje 17
Spiekbriefje 17
spiekbriefje 18
Spiekbriefje 18
spiekbriefje 19
Spiekbriefje 19
spiekbriefje 20
Spiekbriefje 20
spiekbriefje 21
Spiekbriefje 21

Verantwoording

Hoe dit tot stand kwam

Dit register is opgebouwd uit het nagelaten materiaal van René DE CLERCQ rond zijn 'initiatieke ommegang voor adepten op en rond de Grote Markt te Brussel'. De kern is een typoscript van ca. 77 (later 80) pagina's, 'Alchemie en de Grote Markt van Brussel', met op elke pagina de voettekst 'MS Windows 98 / Word 8,0 (1997)' en 'VOORDRACHT RONDLEIDING' plus datumaanduidingen '8-3-12' en '10-3-12' — het document is dus aangemaakt met software uit ca. 1997-1998 en (her)afgedrukt/gedateerd in maart 2012. Als voorloper vermeldt René's eigen bronnenlijst 'René DE CLERCQ, Een Initiatieke ommegang voor adepten, Gent 1999' (code RDC). Op en rond het typoscript liggen dichte lagen handgeschreven annotaties, correcties, schema's en tekeningen van René, plus een systeem van gekleurde mapjes per halte (geel, groen, donkerblauw, wit, rood, lichtblauw). Daarnaast: bijlagenmappen met boekplaten, gravures, eigen foto's en pentekeningen (geïnventariseerd in INVENTARIS.md, met o.a. documentatie van een rondgang op 17 juni 2007 en briefwisseling over deelnames), een deelnemersverslag van de rondgang van 18 juni 2016 (Dirk Mattheeuws), en vier monoloog-/leidraadversies uit 2019 (15.05.2019, 31.05.2019, 06.11.2019 en 18.12.2019), genoteerd en gecompileerd door Dirk Mattheeuws. Het register is uitsluitend uit deze bronnen opgebouwd; niets is overgenomen van bestaande websites. Waar de bronnen zwijgen, is de leemte expliciet genoteerd.

De herkomst van de sleutel

De interpretatiesleutel van de hele rondgang — de Grote Markt als gecodeerd alchemistisch boek, huis per huis te lezen volgens de zeven bewerkingen van het Grote Werk en de beeldtaal van Trismosins 'Toison d'Or' / 'Splendor Solis' — is NIET van René DE CLERCQ zelf, en hij heeft dat nooit verhuld: zij is ontleend aan Paul de Saint-Hilaire (pseudoniem van Paul Meurice, 1926 - 2 juli 2000), Belgisch kunsthistoricus, journalist en esoterisch auteur. Saint-Hilaire is veruit René's belangrijkste bron: de code SHB (geïdentificeerd als 'Bruxelles, mille ans de mystères', Rossel, 1978, met het hoofdstuk 'La ville aux sept mystères — Un moderne Argonaute le long des façades de la Grand-Place') komt ca. 50 maal voor, naast SGP ('La Grand-Place de Bruxelles', 1978), SSB ('Histoire secrète de Bruxelles', 1981), SAM ('Atlas du Mystère', RTL éditions, 1985), SRB ('Raadselachtig België', 1973) en SMBM ('Bruxelles mystérieux', 1976); verwant is 'Lecture alchimique de la Grand-Place de Bruxelles' (2002). Het Grote-Markt-hoofdstuk uit 'Atlas du Mystère' (pp. 201-210) nam René integraal vertaald op in zijn werk (Deel III). AUTEURSRECHTELIJKE NOOT: die integrale vertaling is beschermd werk van Saint-Hilaire en wordt in dit register en op de website NIET overgenomen; er wordt enkel naar verwezen en kort geparafraseerd. René's eigen verdienste ligt niet in het bedenken van de sleutel, maar in het systematisch, gebouw per gebouw uitwerken, kruisverwijzen en met eigen kennis verrijken ervan — met precieze bronvermeldingen per halte. Deze herkomstverklaring hoort prominent in 'De sleutel' én in elke publieksversie te staan.

Kritische noten

TRISMOSIN — HISTORICITEIT BETWIST: de werken Splendor Solis en Aureum Vellus / La Toyson d'Or bestaan echt en zijn invloedrijk, maar de moderne wetenschap betwist of 'Salomo Trismosin' ooit als historische auteur bestond: de naam is wellicht een pseudoniem en Splendor Solis is grotendeels een compilatie van oudere bronnen (Aurora Consurgens, Donum Dei, Turba Philosophorum). René zelf noteerde al: '° ca. 1453, maar historisch moeilijk te verantwoorden' (INLEIDING-16). De beeldtaal is authentiek; de figuur als auteur niet gegarandeerd. Deze noot hoort bij elke Trismosin-vermelding.
TELLING STADHUISBOGEN: René (en de rondgang) telt links 12 en rechts 7 rondbogen en duidt die als de lange weg (12) en de korte weg (7). Gangbare bronnen tellen 11 bogen links (inclusief blinde boog onder het hoektorentje) en 6 rechts. Mogelijk een telconventie; eerlijk als voetnoot te vermelden (VERIFICATIE).
SINT-MICHIEL: René/de traditie geeft ca. 5 m hoogte voor het torenbeeld (zo ook de gildehuizen-tekst bij het 2016-verslag: 'het 5 meter hoge standbeeld'); naslagwerken geven 2,7 m voor het huidige beeld. Hoogte is betwist/wisselend opgegeven; te nuanceren (VERIFICATIE).
SPLENDOR SOLIS: René situeert de verschijning 'te Londen in 1532'; de vroegste versie (1532-35) berust in Berlijn, de beroemde 1582-versie in de British Library te Londen. Kleine plaats/datum-verwarring (VERIFICATIE).
EIGEN LEZING, GEEN FEITCORRECTIE: bij 'Den Coninck van Spaignien' schreef René met de hand 'Niet H. Aubertus maar Albertus De Grote'. De conventionele identificatie van het borstbeeld is Sint-Aubertus (patroon der bakkers); René's Albertus-Magnus-lezing is een bewuste esoterische herinterpretatie en wordt als zíjn standpunt gemarkeerd (VERIFICATIE).
ONOPGELOSTE BRONCODES: de codes SHU (±19x), SHN, SHO, SHE, SGB, SAB, GHB, SHB-VAL, FMS en CGPL uit René's tekst konden niet met zekerheid aan een werk worden gekoppeld (vermoedelijk Saint-Hilaire-varianten of leesfouten in de vervaagde scan); ook Van Praet (1990 'Van Heelmeester...' vs. 1993 'Van Tempelier tot Vrijmetselaar') verdient een laatste controle (BRONNENONDERZOEK).
STATUS VAN DE LEZING: de alchemistische duiding is een symbolische lezing (de Saint-Hilaire-school), intern coherent en bronstrouw, maar geen consensus-kunstgeschiedenis en geen bewering dat de bouwheren van 1697 bewust alchemie codeerden — dat blijft een niet-bewezen hypothese (VERIFICATIE).
NAAMCONVENTIE: het typoscript zelf voert 'Dr. [sic] René DE CLERCQ'; in dit register en op de website wordt consequent 'René DE CLERCQ' zonder titel gebruikt, omdat de doctorstitel in de bronnen nergens onafhankelijk gestaafd is.
SCANKWALITEIT: meerdere pagina's van het typoscript (o.a. titelblad, pagina's 4-5, 17 en de bibliografie op pagina 23) zijn zwaar vervaagd; de transcriptie markeert onzekere lezingen met [?] en onleesbare passages als [onleesbaar]. Wat onleesbaar is, is niet aangevuld.

Contact

Samenstelling en bezorging: Dirk MATTHEEUWS. Reacties, verbeteringen en herinneringen aan René zijn welkom via onderstaand formulier.

Uw bericht gaat rechtstreeks en besloten naar de bezorger. Er wordt geen e-mailadres gepubliceerd, uw gegevens worden nergens gedeeld en niet voor iets anders gebruikt. (Het formulier werkt op de onlineversie van deze site.)


In memoriam

René DE CLERCQ
René DE CLERCQ († 19 september 2022) — foto van zijn gedachtenisprentje.
René vertelt, Grote Markt, 17 juni 2007
René vertelt, midden op zijn plein — Grote Markt, 17 juni 2007.
De groep luistert tijdens de rondgang van 17 juni 2007
De groep luistert, Grote Markt, 17 juni 2007 — René's rondgang zoals ze was.

Een deelnemer vertelt — 18 juni 2016

Op zaterdag 18 juni 2016 liep Dirk Mattheeuws de rondgang van René DE CLERCQ mee en noteerde al wandelend, in telegramstijl, wat René vertelde ('Rondgang 18/06/2016 — BRUSSEL'). Het verslag ademt de echte wandeling: verzamelen op het plein — 'Start bij huis de Zak, staan in het westen [...] kijken naar het oosten, hier beste overzicht' — met eerst het grote verhaal van de zevenvoudige stad ('De belangrijkste rivier van Brussel, de Zenne, heeft 7 armen', de 7 geslachten, 7 poorten, 7 heuvels, 7 straten) en van De Bruyns heropbouw na 1695. Dan de spelregels van de queeste: 'Er zijn 2 geheimen, die je als leerling zelf moet ontcijferen' en '3 beelden om daken, ze wijzen naar mekaar / Een vingerwijzing / Signatuur van de BRUYN, zijn bronnen, de bibliografie'. Vervolgens de route zoals René ze liep: langs de fontein van de blinden naar de Sint-Niklaaskerk ('Oeroboros, beeld van christus, voet om op te wrijven, ook op einde van de toer'; de toren van Barbara als 'de atenor, de oven'; de gekruiste sleutels als boodschap), terug via de Boterstraat naar het tweede geheim (de ezel van huis 39 'met kont naar de kerk', de fabel van Apuleius: rozen kauwen om weer mens te worden), en dan huis per huis de zeven stappen — van de calcinatie ('Huizenblok metaal afgerond, de oververhitting') over het vliegend hert, VITRIOL op vijf gevels, de weegschaal die uit evenwicht hangt ('Zwarte werk is gedaan, nu komt het witte werk'), de windmolen en het rad van fortuin ('nu ga je rijk worden...'), tot de zwaan en de ster en de aankomst bij het stadhuis: 'Nu ben je rijk, je hebt het sumum bereikt.' En als slot, onvergetelijk: 'Laatste stuk is het geheim en het geheim is niet mededeelbaar.' Tussendoor de verteller René ten voeten uit: de anekdotes over Egmont en Hoorne en het kasteel van Ooidonk, markies Arconati Visconti met zijn doodskist 'links Bar met ijs en champagneflessen, rechts boeken over esoterie', en de raad van de alchemisten: 'De boekjes van alchemisten zijn toverboeken.' Aan het verslag hechtte Dirk zijn aantekeningen van de lezing van Marnix L'Hoëst (Gent, 2015) en een huizentabel als naslag.

Zoals hij het zei

Genoteerd door Dirk MATTHEEUWS tijdens de wandeling van 2016 — telegramnotities, geen woordelijke citaten.

Er zijn 2 geheimen, die je als leerling zelf moet ontcijferen— Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt (notitie Dirk)
Laatste stuk is het geheim en het geheim is niet mededeelbaar— Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt (notitie Dirk)
Geheim kan je niet verklappen wel tonen— Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt (notitie Dirk, bij de Halve Maan/vleermuis in de Heuvelstraat)
Sint Michael die zich verbetert door het slechte uit te roeien, in jezelf dalen en je slechte eigenschappen ontdekken en 1 voor 1 uitzweren— Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt (notitie Dirk, bij het stadhuis)
Materia prima, moet gehaald worden door de leerlingen, zeldzaam en zeer algemeen en stinkt geweldig, daarmee beginnen want anders kom je niet aan steen der wijzen— Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt (notitie Dirk, bij de Boterstraat)
Stadhuis verlicht, het licht schijnt in de duisternis— Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt (notitie Dirk)
De boekjes van alchemisten zijn toverboeken— Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt (notitie Dirk)
Huizen van drie verdiepingen, leerling gezel meester / Ionisch Dorisch corintisch— Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt (notitie Dirk, bij café Den Eyck, huis 37)
Nu ben je rijk, je hebt het sumum bereikt— Alchemie BRUSSEL Rondgang 18.06.2016.txt (notitie Dirk, bij de aankomst aan het stadhuis)
Een typisch Gentse antithese of paradox. Het was een klein kerkje met een grote toren. [...] De Gentenaars hebben dat gevoel voor contrast. We hebben een opera. Die is vrij smal van voor maar is enorm diep.— Alchemie BRUSSEL Rondgang 15.05.2019.txt (monoloogversie, genoteerd door Dirk; René spreekt hier over Gent in de wij-vorm)